mosselbank

Project

Inventarisatie ziekteverwekkers van schelpdieren in de Waddenzee

Al sinds 1870 vindt er gereguleerde kweek van schelpdieren plaats in Nederland. De productie in Nederland, bestaande uit de kweek van mosselen, Japanse oesters en platte oesters, concentreert zich in de Zeeuwse delta en de Waddenzee. De Oosterschelde vormt de spil in de Nederlandse kweek en (inter)nationale handel in schelpdieren.

Doelstelling

Het grootste risico op insleep van dierziekten ligt dus in de Oosterschelde regio en de jaarlijkse monitoring schelpdierziekten sluit hier op aan. Sinds 1988 wordt in het voor- en najaar een monitoring uitgevoerd in de Oosterschelde en het Grevelingenmeer ten aanzien van de aanwezigheid van EU aangifteplichtige schelpdierziekten. Door deze jaarlijkse monitoring is er veel kennis over de aanwezige schelpdierziekteverwekkers in deze gebieden. Bij abnormale sterfte kan relatief snel beoordeeld worden of een aanwezige ziekteverwekker bekend is in het gebied en of deze eventueel betrokken is bij de sterfte.

Het verplaatsen van schelpdieren vanuit de Zeeuwse delta naar het Nederlandse deel van de Waddenzee (Zuid – Noord transport) is niet toegestaan volgens de Beleidslijn Verplaatsing Schelpdieren in verband met het risico op introductie van exotische organismen in de Waddenzee. Gezien het lage risico van introductie van ziekteverwekkers in de Waddenzee heeft tot nog toe geen reguliere monitoring op ziekten plaatsgevonden. De status van de Waddenzee voor veel aangifteplichtige en niet-aangifteplichtige schelpdierziekteverwekkers is dan ook onbekend. Het verbod op Zuid – Noord transport staat echter onder druk en het mogelijk maken van deze transporten zou het risico op introductie van ziekteverwekkers mogelijk verhogen.

De Waddenzee valt buiten de door CVI uitgevoerde jaarlijkse monitoring schelpdierziekten en op dit moment is er zeer beperkte kennis over ziekteverwekkers van schelpdieren in het Waddengebied. Wijzigingen in het beleid, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van Zuid - Noord transporten van schelpdieren, kunnen mogelijk het risico op insleep van ziekteverwekkers in de Waddenzee verhogen. De doelstelling van het project is het uitvoeren van een monitoring om vast te stellen welke (aangifteplichtige) ziekteverwekkers aanwezig zijn in commercieel interessante en niet commercieel interessante schelpdiersoorten in de Waddenzee. Hiermee kan een beeld verkregen worden welke ziekteverwekkers mogelijk vanuit de Zeeuwse delta geïntroduceerd zijn in het Waddengebied en kan bij verhoogde sterfte onder schelpdieren op het Wad een betere inschatting worden gemaakt of de betrokken ziekteverwekker al bekend was in het gebied, met de te verwachten gevolgen.

Plan van aanpak

Van verschillende locaties in de Waddenzee worden schelpdieren bemonsterd. Deze monsters worden vervolgens geanalyseerd op de aanwezigheid van ziekteverwekkers. Om de kansen te verhogen, bepaalde ziekteverwekkers aan te tonen zullen de monsters genomen worden in die periode van het jaar dat de piek in prevalentie van de betreffende ziekteverwekker te verwachten is. Indien mogelijk wordt de bemonstering gecombineerd met al bestaande bemonsteringen zoals de jaarlijkse bestandsopname van schelpdieren in de Waddenzee door IMARES of voor onderzoek door het NIOZ.

De monitoring zal zich richten op commercieel interessante soorten als de mossel, Japanse oester en kokkel. Daarnaast zullen op kleinere schaal ook monsters worden genomen van algemeen voorkomende schelpdiersoorten op het Wad zoals het nonnetje, strandgaper, Amerikaanse zwaardschede en de platte slijkgaper. Deze zullen worden bemonsterd om een indruk te krijgen van de parasitaire last in deze soorten. Recent zijn enkele (aangifteplichtige) schelpdierziekten gevonden in niet-commerciële schelpdiersoorten waardoor deze een bron kunnen vormen voor infecties.

De monsters van de verschillende schelpdieren worden geanalyseerd op de aanwezigheid van een aantal specifieke ziekteverwekkers zoals Marteilia refringens bij de mossel en Nocardia crassostreae bij de Japanse oester met beschikbare PCR testen. Voor een bredere inventarisatie naar andere ziekteverwekkers waaronder Haplosporidium spp., Steinhausia mytilovum en trematoden zullen histologische preparaten worden gemaakt en beoordeeld.
De uitkomsten zullen worden verwerkt in een rapport voor het Ministerie van EZ en tot wetenschappelijke publicaties.