Kaders en provinciale beleidsmonitoring

Project

Kaders en provinciale beleidsmonitoring

Ten behoeve van de evaluatie van het natuurpact in 2016, wordt gekeken naar Europese, Rijks en interprovinciale kaders bepalend voor de effectiviteit van (reguliere en vernieuwende) natuurbeleidsstrategieën, grondstrategieën, eindbeheerders en eigenaren nieuwe natuur. Daarnaast vindt een update plaats van de provinciale monitor soortenbeleid en natuur en economie.  

Dit onderzoek is een deelproject dat toelevert aan de eerste rapportage Evaluatie Natuurpact, middels vier sporen: 

I Onderzoek naar belangrijkste Europese, Rijks en interprovinciale kaders die bepalend zijn voor de effectiviteit van (reguliere en vernieuwende) natuurbeleidstrategieen. Het onderzoek moet ook inzicht bieden in handelingsperspectieven en beleidsopties voor provincies om met de kaders om te gaan of deze aan te passen met het doel de effectiviteit te verhogen.

II: Update provinciale monitor soortenbeleid en natuur en economie In 2014 is een eerste inventarisatie en vergelijking van deze beleidsstrategieën uitgevoerd (Kuindersma et al., 2015) gevolgd door een kwalitatieve monitor gericht op beleidsstrategieën in het provinciaal natuurbeleid ter verbetering van de biodiversiteit, de verbinding natuur en economie en de versterking van maatschappelijke betrokkenheid. Dit spoor bevat een update en aanvulling van deze beleidsstrategieën.

III Onderzoek naar grondstrategieën Gekeken wordt naar overeenkomsten en verschillen in provinciale grondstrategieën en de veranderingen in de grondstrategieën t.o.v. de ILG periode. Dit moet inzicht bieden in welke volgorde provincies grondinstrumentarium willen inzetten, in welke gebieden en de kansrijkheid. De hypothese is dat door inzet op zelfrealisatie een grote diversiteit betrokkenen bij realisatie van NNN ontstaat.

Spoor IV Onderzoek eindbeheerders en eigenaren nieuwe natuur maakt inzichtelijk of sinds het natuurpact de diversiteit aan eigenaren en beheerders voor nieuwe natuurgebieden is toegenomen in vergelijking met de ILG periode, door focus op zelfrealisatie, inzet op open aanbesteding en andere vormen van uitnodiging. En zo ja, het resultaat (has), en waar (PAS/Natura 2000, overig NNN).

Voor de vier sporen worden interviews (stakeholders/expert) en/of documentanalyses uitgevoerd. Voor spoor 1 worden bovendien hieruit voortvloeiende hypothesen getoetst in 2 provincies en tijdens een workshop.

De resultaten worden beschreven in een WOT-Technical Report/Presentatie voor workshop handelingsperspectieven (spoor 1), PBL factsheets (spoor 2, 3 en 4).

Publicaties