Project

Kennisbasis Boom

Het Centrum Genetische Bronnen Nederland (CGN) ondersteunt Staatsbosbeheer (SBB) in de opbouw en beheer van een genenbank collectie van inheemse bomen en struiken. Dit werk wordt uitgevoerd door de Cluster Forest Genetic Resources (FGR) van het CGN.

Doelstelling

De adviezen van CGN aan SBB hebben betrekking op prioritering in opname van nieuw materiaal, onderhoud, rationalisatie en uitbreiding van de collectie. Bij SBB is met name behoefte aan kennis over en inzicht in een goede identificatie en beschrijving van het opgenomen materiaal om te komen tot een optimale samenstelling van de collectie. Een betere kennis over de samenstelling van de collectie stimuleert de uitgifte en gebruik van het genenmateriaal bij vermeerderaars en eindgebruikers.

De doelstelling van dit project is het inzetten van nieuwe merkertechnologieën ter ondersteuning van het ex situ en in situ beheer van onze inheemse boomsoorten en betreft:

  • Het invoeren van technologische vernieuwingen binnen het bestaande moleculair merkeronderzoek aan gekarakteriseerde collecties
  • Methodiekontwikkeling en toepasbaar maken van merkertechnologie bij nog niet eerder onderzochte boomsoorten.

Aanpak en tijdspad

De twee inheemse linde soorten (Tilia cordata en Tilia platyphyllos) en hun hybride T. x europaea zijn schaars in Nederland. Beide soorten zijn tevens schaars in Europa en staan onder grote druk door antropogene invloed en klimaatverandering.

In 2011 en 2012 is gewerkt aan protocolontwikkeling voor moleculaire karakterisering van het verzamelde materiaal en is een start gemaakt met de analyses. In 2013 zullen de microsatelliet analyses worden afgerond, waarbij de in 2012 verzamelde oude cultuurvariëteiten ook zullen worden geanalyseerd. Tevens zal in 2013 de data geanalyseerd worden en zal een publicatie voorbereid worden.

In 2012 is overleg gepleegd met SBB om het onderzoek uit te breiden met een tweede boomsoort (meidoorn). In 2013 zal gestart worden met een inventarisatie van materiaal en bemonstering, o.a. uit de genenbank.

Resultaten

In 2012 is gerealiseerd:

  • Methodiek voor moleculaire karakterisering en soortidentificatie van inheemse lindesoorten
  • Microsatelietdata set beschikbaar van Nederlands linde materiaal

Het Ministerie van EL&I, vermeerderaars en eindgebruikers van genenbankcollecties, beheerders van natuurbeschermings organisaties, beplantingsadviseurs en de keuringsdienst Naktuinbouw zijn belangrijke gebruikers. (Eind)gebruikers hebben toegang tot genetisch uitgangsmateriaal voor nieuwe aanplant  via de genenbank, of via de Rassenlijst Bomen. Dit project vergaart kennis over de genetische diversiteit in dit uitgangsmateriaal en ontwikkelt strategieën voor behoud en duurzaam gebruik van de genetisch diversiteit.

In 2014 is het onderzoek aan lindesoorten afgerond. Er zijn microsatelliet merkers toegepast om de genetische variatie in winterlinde en zomerlinde materiaal (natuurlijke populaties, genenbankaccessies, oude cultuurlindes) te karakteriseren en om hybriden tussen beide soorten te detecteren. In de 136 lindeaccessies afkomstig van de genenbank werden in totaal 115 multilocus genotypen gevonden. Deze mogelijke redundantie van 15 % werd voornamelijk gevonden in de winterlinde accessies. De meeste accessies bleken zuivere winter- of zomerlindes te zijn, hoewel uit de analyses bleek dat enkele individuen in de genenbank een intermediair genotype hebben en waarschijnlijk hybriden zijn tussen beide soorten. In een aantal gevallen bleek dat de moleculaire data niet in overeenstemming waren met de soortaanduiding. Veelal ging het hier om determinatiefouten op basis van veldkenmerken. De resultaten zullen worden gebruikt om de lindegenenbank te optimaliseren in overleg met SBB.

Er is deelgenomen aan bijeenkomsten van de COST-actie MaP-FGR (Strengthening conservation: a key issue for adaptation of marginal/peripheral populations of forest trees to climate change in Europe). Deze COST-actie is in 2013 gestart en heeft als doel kennis te genereren over de rol en gebruik van marginale populaties in relatie tot klimaatadaptatie van bossen. Bijdrage bestond o.a. uit het aanleveren van genetische en ecologische data voor een meta-analyse.

Er is een bijdrage geleverd aan een wetenschappelijke publicatie over de invloed van menselijke activiteiten en historisch gebruik op de genetische diversiteit in relict populaties van iepen in België. Hierin wordt de mate van interspecifieke hybridisatie, klonale vermeerdering en impact van gene flow vanuit gecultiveerd materiaal in de resterende natuurlijke populaties beschreven.

Er is een manuscript voorbereid dat de genetische diversiteit en structuur van relict Ulmus minor populaties in Nederland beschrijft en de invloed van historisch gebruik en natuurlijke klonale vermeerdering hierop. In beide iepenartikelen wordt aangegeven hoe de verkregen resultaten en inzichten het conserveringsprogramma van deze soort kan ondersteunen.