landelijk gebied

Project

Krachtenveldanalyse landelijk gebied

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schetst een beeld van de toekomst van natuur en landschap in het landelijk gebied voor een periode van twintig jaar. Dit heet een Groenblauwe verkenning.

Doelstelling

Het Rijk trekt zich wat betreft natuur, landschap en ruimtelijke ordening terug uit het landelijk gebied en wil het initiatief voor kwaliteitsverbetering van natuur en landschap in het landelijk gebied meer bij de samenleving leggen. Het is echter niet duidelijk of en welke initiatieven uit de samenleving verwacht mogen worden.

Het doel van het project is om vanuit een actorperspectief voor een periode tot twintig jaar in beeld te brengen wat de ontwikkelingen in de agrarische sector en de drijvende krachten hierachter zijn.  Dit leidt tot een indicatie wat de relevantie is voor natuur en landschap en het overheidsbeleid . Deze kennis dient voor het ondersteunen van het PBL in haar Groenblauwe Verkenningen, inclusief handelingsopties.

Werkwijze

Het onderzoek maakt gebruik van de actorbenadering. Deze benadering richt zich met name op claims, concerns en issues van actoren. Onder actoren verstaan we individuen en niet organisaties. Uiteraard is het  belangrijk is in welke sociale omgeving zij zich bevinden. Bij die individuen hoeft het niet uitsluitend om agrariĆ«rs te gaan. Sowieso zijn ketenpartijen relevant, maar ook bepaalde onderzoekers, ambtenaren, consultants en lobbyisten.

De actorbenadering richt zich vooral op de energie in de sector zelf en bij direct betrokkenen.  Die energie is op te maken uit in verhalen geuite percepties, investeringen en plannen. Of die energie wordt omgezet in daden laat zich deels objectief vaststellen door te kijken naar investeringen, experimenten, en lobbyactiviteiten, en deels door non verbale communicatie te observeren.

Drie tot vijf expert meetings vinden plaats in 2012.

Beoogd resultaat

Met de opgedane kennis kan PBL onderbouwde verwachtingen uitspreken over de veranderingen in de kwaliteit van het landelijk gebied die optreden als gevolg van veranderingen in de agrarische sector. Dat biedt aanknopingspunten voor handelingsopties om gewenste ontwikkelingen te stimuleren en ongewenste ontwikkelingen bij te sturen.