Project

Laag pathogene aviaire influenza introducties ruimtelijke analyses

Aviaire influenza (AI) is een infectie van pluimvee of wilde vogels die veroorzaakt wordt door een virus van het influenza A genus. De virulentie van influenzavirussen loopt vooral bij hoenderachtigen (kippen en kalkoenen) heel sterk uiteen en varieert van virussen die geen of heel milde ziekteverschijnselen veroorzaken (laag pathogeen (LP)), tot virussen die 100% sterfte veroorzaken (hoog pathogeen (HP)). Wilde vogels worden beschouwd als het reservoir van influenza virussen. LPAI virussen van het subtype H5 of H7 kunnen overgaan in HPAI virussen, daarom zijn subtypes H5 en H7 sinds 2005 een bestrijdingsplichtige aandoening. Na de HPAI H7N7 uitbraak in Nederland in 2003 wordt er intensiever gezocht naar besmettingen met LPAI virussen bij pluimvee door middel van serologische monitoring en de zogenaamde ‘early warning’. Sinds de invoering van deze stringente monitoring van AI in pluimvee in Nederland worden er jaarlijks tussen de 4 en 40 pluimveebedrijven AI serologisch positief bevonden. Voor wat betreft de bestrijdingsplichtige AI subtypen (H5 en H7) liggen de getallen lager, maar ook daar waren de afgelopen jaren uitschieters naar boven te zien. Uit een recent rapport bleek opnieuw dat legpluimvee met vrije uitloop in Nederland een duidelijk hogere (7.7 keer) kans heeft op een introductie van LPAI virus dan legpluimvee zonder vrije uitloop (Bouwstra en Elbers, 2014). Een verklaring hiervoor is dat pluimvee met vrije uitloop meer in contact komt met (uitwerpselen van) wilde vogels, het natuurlijke reservoir voor AI virussen. In hetzelfde rapport is beschreven dat het relatieve risico op introductie van LPAI de laatste jaren toeneemt voor uitloopbedrijven.


Uit een recent rapport bleek opnieuw dat legpluimvee met vrije uitloop in Nederland een duidelijk hogere (7.7 keer) kans heeft op een introductie van LPAI virus dan legpluimvee zonder vrije uitloop (Bouwstra en Elbers, 2014). Een verklaring hiervoor is dat pluimvee met vrije uitloop meer in contact komt met (uitwerpselen van) wilde vogels, het natuurlijke reservoir voor AI virussen. In hetzelfde rapport is beschreven dat het relatieve risico op introductie van LPAI de laatste jaren toeneemt voor uitloopbedrijven. In een rapport van Van der Goot et al. (2012) is beschreven dat er op basis van de tot dan toe beschikbare gegevens in Nederland geen gebieden zijn aan te wijzen waar vaker dan gemiddeld AI virus infecties op pluimveebedrijven voorkomen. Voor deze clusteranalyse is gebruik gemaakt van gegevens van 2006 tot en met oktober 2011. Een belangrijke vraag is of het toevoegen van gegevens uit 2011, 2012 en 2013 aan een nieuwe ruimtelijke analyse tot een ander inzicht zou kunnen leiden. Daarnaast is het van belang om te onderzoeken of bepaalde ruimtelijke risicofactoren (nabijheid van water en grondsoort) die naar voren komen uit recente studies van Van der Goot et al. (2014) en Verhagen et al. (2014)  gerelateerd kunnen worden aan een verhoogd risico van LPAI introductie. De onderzoeksvragen voor dit project zijn daarom als volgt:

Zijn er gebieden in Nederland waar het risico op introductie van een LPAI virus groter is dan gemiddeld?

Zijn er factoren in de omgeving van uitloopbedrijven die leiden tot een groter risico op introductie van LPAI?

Voor deze analyses zal gebruik gemaakt worden van de nieuwe dataset zoals die is opgesteld voor het rapport: Relatieve risico’s van introductie van laag-pathogene aviaire influenza virus infecties op verschillende typen pluimveebedrijven in Nederland, 2007-2013.

Deliverables

  • kennis over risicogebieden in Nederland voor introductie van LPAI
  • kennis over risicofactoren in de omgeving van uitloopbedrijven die leiden tot een groter risico op introductie van LPAI

Publicaties