Project

Landschappelijke bodemkaart

Er is over een lange periode geïnvesteerd in de ontwikkeling van zowel de Bodemkaart van Nederland als de Geomorfologische kaart van Nederland. De laatste jaren zet het ministerie van EL&I vooral in op het gebruik van diverse soorten kennis in gebiedsprocessen.

Informatie over bodem en geomorfologie kunnen kwaliteit toevoegen in deze gebiedsprocessen maar dan moet de informatie wel laagdrempelig, toegankelijk en praktisch toepasbaar zijn. Dit project beoogt hierin te voorzien. Het wil kennis over de ondergrond (bodem en geomorfologie) koppelen met landschappelijke informatie (met name cultuurhistorie maar ook water en natuur) in een kaartbeeld dat geschikt is voor toepassingen in de praktijk van planning, inrichting en beheer.

Het beleid van het rijk ten aanzien van landschap en natuur kenmerkt zich op dit moment door decentralisatie naar de lagere overheden. Bij deze overheidslagen bestaat behoefte aan eenvoudige, toegankelijke informatie over bodem en landschap. Een landschappelijke bodemkaart maakt de informatie over de ondergrond beter bruikbaar. Hier liggen diverse kansen om met een gecombineerd product als een landschappelijke bodemkaart aan te sluiten bij de kennisvragen op het gebied van grondgebruik, natuurontwikkeling-en beheer en archeologie van lagere overheden. Een product als de landschappelijke bodemkaart stelt deze overheden maar ook terreinbeheerders en adviesbureaus beter in staat om hun taken in de toekomst te kunnen vervullen.

Aanpak en tijdspad

De aanpak van dit  project kent vijf fasen:
  1. Voorbereiding en opzet: zeer beknopte inventarisatie van beschikbare informatie (literatuur) Verkennen van de (on-)mogelijkheden van DeltaBIS in relatie tot de productie van de landschappelijke bodemkaart Overleg met een te selecteren groep (potentiële) gebruikers waaronder medewerkers van EL&I, provincie, gemeente, adviesbureau en terreinbeheerders over opzet en uitvoering van het project
  2. Productie van eerste versie landschappelijke bodemkaart: het combineren van bodemkundige gegevens aan de beschikbare geactualiseerde geomorfologische kaart. Ook informatie vanuit de ondiepe ondergrond (geologie) en het landschap (cultuurhistorie, water en natuur) wordt toegevoegd. Vervolgens wordt gewerkt aan een synthese van het materiaal in heldere kaartbeelden en een overzichtelijk legenda. De eerste versie bestaat uit een landsdekkende kaart en detailkaarten voor de provincies Drenthe en Zeeland.
  3. Workshop met potentiële gebruikers: Op basis van de eerste resultaten  wordt een workshop georganiseerd met de potentiële gebruikers. Doel van deze workshop is om de eisen en wensen van de verschillende gebruikers scherp in beeld te brengen.
  4. Productie van tweede versie van de landschappelijke bodemkaart: op basis van de bevindingen uit de workshop vindt de productie van de tweede versie van de landschappelijke bodemkaart plaats (landsdekkend 1:50.000 en in detail voor Drenthe en Zeeland)
  5. Rapportage: Beknopte rapportage over de resultaten van het project. Daarnaast zal een artikel worden geschreven en gepubliceerd in een relevant vakblad.

Het project zal binnen de eerste vijf maanden van 2012 worden uitgevoerd. Oplevering uiterlijk 1 juni 2012.

Resultaten

Dit project levert de volgende tastbare resultaten op:
  •  Landelijke overzichtskaart van de landschappelijke bodemkaart 1:50.000
  •  Detailkaart van (delen van) Drenthe en Zeeland 1:25.000 (mogelijk 1:10.000)
  •  Een beknopte rapportage over alle resultaten van dit project
  •  Een te publiceren artikel in een relevant tijdschrift (bijvoorbeeld het vakblad Natuur, bos, landschap) waarin de landschappelijke bodemkaart wordt toegelicht en doorwerking vanuit het project tot uiting komt
De kennis uit dit project maakt toepassing van bodemkundige en geomorfologische kennis in de praktijk eenvoudiger. Zij is bijvoorbeeld te gebruiken bij  het maken van archeologische verwachtingenkaarten of het maken van ruimtelijke plannen maar ook bij het zorgvuldig beheer van bodem en landschap. Het project is dus van betekenis voor provincies, gemeenten, waterschappen, adviesbureaus en terreinbeheerders.