Project

'Lokken en Belonen' van natuurlijke vijanden voor een biologische plaagbestrijding

Biologische plaagbestrijding door het lokken van predatoren en ze vervolgens op de gewenste plaats vast te houden door ze te belonen met alternatief voedsel.

Doelstelling

In perenboomgaarden wordt tegen perenbladvlo gespoten, met onder meer abamectine, imidacloprid en thiacloprid. In de chrysantenteelt gebruikt men de stoffen abamectine, methiocarb, carbofuran en thiamethoxam tegen trips. Al deze stoffen veroorzaken normoverschrijdingen in het oppervlaktewater. Dit project heeft als doel om het gebruik van deze middelen in de teelt van peren en chrysanten terug te dringen.

Belangrijk bij een weerbaar teeltsysteem is de inzet van generalistische predatoren, die echter pas bij een hoge prooidichtheid aangetrokken worden. De plaagonderdrukking komt dan te laat op gang om schade te voorkomen, waardoor chemisch ingrijpen nodig is. Er is behoefte aan methoden om deze generalistische predatoren in een vroeg stadium naar het gewas te lokken of uit te zetten, en ze daar vast te houden en te laten reproduceren, om zo een beginnende plaagpopulatie te onderdrukken.

Het doel van dit project is om een systeem te ontwikkelen waarbij predatoren vóórdat plagen aanwezig zijn of in een vroeg stadium van plaagontwikkeling naar het gewas worden gelokt (lure) en gestimuleerd worden om te blijven en zich te reproduceren dankzij de aanwezigheid van alternatief voedsel (reward).

Werkwijze

Fase 1: Vinden van alternatief voedsel (Reward)
Fase 2: Ontwikkeling van toedieningsmethode (gelijkmatige en geclusterde toediening)

Fase 3: Bepalen effect op plaagbestrijding (gelijkmatige vs. geclusterde toediening)

Resultaten

Systeem 1: Chrysant - thrips – roofwants:

In 2012 lag de nadruk op het vinden van een geschikte bijvoeding (reward) voor Orius. Meelmoteieren en maispollen bleken geschikte alternatieve voedselbronnen te zijn voor Orius laevigatus. Orius Majusculus ontwikkelde alleen goed op meelmoteieren.
De bankerplanten die getest zijn bleken alleen geschikt voor Orius Laevigatus.

Voor beide roofwantsen zijn mycofage-mijten geïdentificeerd waarop zij goed kunnen overleven. Nu moet er nog onderzocht worden of zij hierop ook kunnen reproduceren. Deze nieuwe vorm van bijvoeding zou perspectief bieden omdat het erg goedkoop verkrijgbaar is en simpel te kweken.

Systeem 2: Peer – perenbladvlo – roofwants.

Het geurprofiel van de verschillende waardplant-bladvlo combinaties is geanalyseerd op mogelijk interessante componenten die een rol kunnen spelen bij het lokken naar het hoofdvoedsel (bladvlo) van de roofwants Anthocoris nemoralis, de belangrijkste predator van de perenbladvlo. Resultaten volgen later.

    Publicaties