Project

'Lokken en infecteren' strategie voor trips en taxuskevers

Biologische bestrijding van plagen door ze te lokken en vervolgens te infecteren met Entomopathogene schimmels en Entomopathogene aaltjes.

Doelstelling

De biologische bestrijding van plagen vereist een vroege start en veel begeleiding. Zelfs onder optimale omstandigheden moet regelmatig worden ingegrepen met insecticiden. Entomopathogene schimmels (EPF) (Verticillium, Metarhizium, Beauveria) en entomopathogene aaltjes (EPN) (Steinernema, Heterorhabditis) worden vaak ingezet om de plaagontwikkeling te vertragen en de biologische bestrijding te stabiliseren. Deze bestrijders zijn niet mobiel, vereisen gunstige vochtomstandigheden en zijn daardoor vaak onbetrouwbaar en beperkt werkzaam. Het opzetten van een “Lure & Infect” systeem biedt perspectief.

Doel van dit onderzoek is om de biotische plantomgeving weerbaarder te maken door het lokken en infecteren van plagen met EPF en EPN als ondersteuning van biologische bestrijding met parasieten en predatoren. Door het combineren van een micro-organisme (MO) met een aantrekkelijke schuilplaats of val worden deze natuurlijke vijanden effectiever in contact gebracht met de plaag. Een val die insecten vrijelijk kunnen betreden en verlaten, zorgt ervoor dat de plaag het micro-organisme verder kan verspreiden naar soortgenoten in het gewas. We verwachten op deze wijze met minder middel een hoger en stabieler niveau van bestrijding te bereiken.

Larven van taxuskevers (Otiorhynchus sulcatus) vormen een belangrijke plaag in de boomkwekerij. In de glastuinbouw is de Californische trips, Frankliniella occidentalis, een groot knelpunt. Dit project richt zich daarom op deze twee plagen.

Werkwijze

  • Verzamelen/kiezen van MO producten
  • Werkzaamheid “Infect” bepalen voor geselecteerde MO
  • Verzamelen/ontwerpen/aanpassen van valtypen voor “Lure & Infect
  • Effectiviteit valtypen voor “Lure”
  • Toedienings- en formuleringstechnieken MO in gekozen “Lure & Infect” vallen
  • Verslaglegging resultaten 2012
  • Veldtoetsing “Lure & Infect” combinaties
  • Evaluatie, verslaglegging, voortzetting

Resultaten

  • De schimmelproducten BIO1020 en Botanigard zijn geselecteerd op basis van infectievermogen van doelorganismen en in kweek gebracht voor het infectie-effectiviteitsonderzoek. 
  • De nieuwe taxuskeverval in combinatie met BIO 1020 sporen geeft een mortaliteit van 45% na een blootstelling van 8 dagen en een mortaliteit van 50% na een blootstelling van 15 of 22 dagen.
  • De lokvallen zijn getest in kooien op het infectievermogen van trips. Van de losgelaten trips vliegt naar schatting 50% in 5 dagen uit chrysant omhoog. Na 5 dagen blijkt dat 50% van teruggevangen trips in het gewas geinfecteerd is door Botanigard. Omdat waarschijnlijk de helft van de trps de vallen heeft bezocht, wordt geschat dat vrijwel 100% van deze trips besmet is geraakt in de lokvallen.
  • De entomopathogene schimmel Beauveria bassiana (product Botanigard) lijkt de meest effectieve schimmel voor het systeem.
  • Effect van lokstoftrips op kiemremming van sporen BIO1020 is afwezig wanneer de afstand tussen de lokstof en de sporen groter is dan 2cm.

Publicaties