Project

Monitoren van de parameters van methaanemissie

Het Onderzoek Veehouderij & Klimaat onderzoekt de uitstoot van methaan in de veehouderij in de praktijk. Lees hier meer over het project 'Monitoren van de parameters van methaanemissie'.

Wat onderzoeken we?

De mest van het vee op Nederlandse veehouderijbedrijven wordt in mestkelders (in de stal) en in mestopslagen (buiten de stal) verzameld. De methaanemissie uit deze opgeslagen mest wordt momenteel berekend aan de hand een model: het zogenaamde Tier-2-systeem. Deze rekenregels voor emissies door herkauwers zijn door het internationale klimaatpanel (IPCC) opgesteld en zijn gebaseerd op eerder praktijkonderzoek. Voor de sector als geheel kloppen deze rekenregels. In de praktijk zijn er echter altijd verschillen in de emissies tussen veehouderijbedrijven en zijn er soms veranderende omstandigheden. Om de berekeningen ook voor individuele bedrijven beter kloppend te maken, is er behoefte aan meer representatieve metingen van de methaanemissies bij de stallen en mestopslagen in Nederland.

Twee getallen zijn daarbij belangrijk:

  1. BMP-getal: het deel van de mest dat potentieel afbreekbaar is, en voor methaanemissies zorgt.
  2. MCF-getal: het gedeelte van het BMP dat écht wordt afgebroken, en dus daadwerkelijk voor methaanemissies zorgt.

Er zijn verschillen tussen veehouderijbedrijven in de hoogte van het BMP- en MCF-getal, en daarmee ook in de methaanemissies. Het BMP-getal wordt onder meer beïnvloed door het rantsoen van het vee. Het MCF-getal wordt onder andere beïnvloed door de temperatuur van de mestopslag. Er is nog onvoldoende bekend over deze verschillen tussen veehouderijbedrijven en de factoren die hun BMP- en MCF-getal beïnvloeden. Het ministerie van LNV onderzoekt daarom met de sector wat de factoren zijn die de verschillen in de hoogte van het BMP- en het MCF-getal op verschillende veehouderijbedrijven kunnen verklaren.  

Waarom is dit belangrijk?

Door dit onderzoek kunnen we:

specifieke maatregelen onderzoeken die zorgen voor vermindering van de methaanemissies;

  • inzicht krijgen in hoe de samenstelling en de temperatuur van de mest zich ontwikkelen wanneer deze in de mestopslag zit, en hoe dit de methaanemissies beïnvloedt. Dit gebeurt bij verschillende soorten mestopslag en met verschillende soorten mest, zodat dit met elkaar kan worden vergeleken;
  • inzicht krijgen in de relatie tussen de factoren die zorgen voor methaanemissie;
  • vaststellen welke manieren van opslag en omgaan met mest het meest kansrijk zijn voor vermindering van methaanemissies.

Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in welke oplossingen voor methaanreductie voor veehouders efficiënt, haalbaar en rendabel kunnen zijn. De landbouw heeft de opdracht gekregen om voor 2030 indicatief 3,5 megaton CO2-equivalenten te verminderen, waarvan 1 megaton uit methaan. Dit onderzoek draagt bij aan het halen van deze doelstelling.

Welke activiteiten voeren we uit?

Gedurende 2019 meten we de methaanemissies uit de mestopslagen. Dit gebeurt tijdens de opslagperiode van de mest. Eerst brengen we de verschillende type mestopslagen in Nederland in kaart, om vervolgens een manier te bedenken om veilig monsters van de mest te kunnen nemen. Daarna meten we bij de emissies bij de mestopslagen van de veehouderijbedrijven die meedoen aan project 1 en project 2. De methaanemissies in de stallen meten we ook om mee te nemen in het onderzoek, want meten = weten.

Wanneer verwachten we resultaten?

De eerste onderzoeksresultaten verwachten we in het voorjaar van 2020. De officiële rapportages zullen we naar verwachting midden 2020 opleveren.

Meer weten over dit project? Bekijk hier de factsheet.

Nieuws


Dit onderzoek is gefinancierd door het ministerie van LNV in het kader van het klimaatbeleid

<L CODE="C04">Ministerie van LNV</L>