Monitoring effecten energieke samenleving

Project

Monitoring effecten energieke samenleving

Betekenis heeft niet alleen te maken met de directe effecten, maar ook met de mogelijke beïnvloeding van het meer geïnstitutionaliseerde natuurbeheer. Over deze "externe betekenis" is nog veel minder bekend. Welke invloed hebben burgerinitiatieven op het bredere veld van natuur- en landschapsbeheer? Wat wordt geleerd van de ervaringen, positief of negatief, binnen dergelijke initiatieven, welke resultaten worden geboekt en hoe verspreiden ervaringen zich naar andere vormen van natuur- en landschapsbeheerbeheer?

De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat betekent zelf-governance voor beleid en beheer van natuur en landschap?

Deze centrale vraag kan onderverdeeld worden in twee subvragen.

1) Welke voorbeelden van groene zelf-governance bestaan er, hoe functioneren ze en welke effecten zijn zichtbaar?

Deze vraag is de afgelopen twee jaar beantwoord door een zo compleet mogelijke inventarisatie van voorbeelden van groene zelf-governance. Hierbij wordt via sneeuwbalmethode de voorbeelden in kaart gebracht. Deze voorbeelden worden met behulp van een quick scan methode beschreven op doelen en middelen. De resultaten worden in 2015 een WOt rapport weergegeven.

2) Welke invloed van groene zelf-governance is zichtbaar op het bredere veld van natuur- en landschapsbeheer (externe betekenis)?

Hierbij gaan we op zoek naar de wisselwerking tussen groene zelf-governance en andere praktijken van natuur- en landschapsbeheer? De nadruk ligt op de mogelijke olievlekwerking en vernieuwing die ontstaat vanuit praktijken van groene zelf-governance. Door middel van drie brede case-studies (bestaande uit verschillende onderling gerelateerde cases), aangevuld met drie kleine casestudies wordt de externe betekenis en knelpunten beschreven.

Deliverables:

  • 2015 WOt-rapport 1;  quick scan
  • 2015 Wetenschappelijk artikel
  • 2016: WOT-rapport 2

Publications