Project

Mosselzaadvanginstallatie (mosseltransitie)

In 2008 sloten het Ministerie van Economische Zaken, de mosselsector en natuurorganisaties het convenant ‘Transitie mosselsector en natuurherstel in de Waddenzee’, waarin de partijen overeenkomen dat zij gezamenlijk toewerken naar een mosselsector die onafhankelijk is van de bodemzaadvisserij in 2020. De kennisbehoefte betreft het wegnemen van onzekerheden omtrent effecten van Mosselzaadvanginstallatie (MZI’s) op de omgeving die gepaard gaan met de opschaling van zaadinvang met MZI-systemen.

Effecten van MZI’s op de omgeving betreffen:

  1. effect op de beschikbare hoeveelheid voedsel (draagkracht) door filtratie van algen en teruglevering van voedingsstoffen voor algen,
  2. effect op de bodem (a) de bodemstructuur en bodemdieren door uitzinking van mosselfeces, (b) de vorming van mosselzaadbanken door aanwezigheid van MZI-systemen en
  3. verstoring of aantrekking van vogels en zeehonden door MZI-activiteiten.

  4. Daarnaast kan door slijtage en (storm)schade zwerfvuil ontstaan in de vorm van microplastics, boeien, touwen of netten. Deze objecten of stoffen zouden nadelig kunnen zijn voor organismen in het mariene milieu.

Doelstelling

Het doel is een monitoringprogramma op te zetten dat aansluit bij de wettelijke verplichting om lange termijn effecten van de MZI’s te monitoren. Een gerichte monitoring is noodzakelijk om te waarborgen dat er geen negatieve effecten zijn op Natura 2000 waarden op langere termijn.

Dit onderzoek draagt bij aan de evaluatie van het Natuurherstelplan en de mosseltransitie in 2014, wanneer een algehele tussenbalans van de geboekte resultaten en gedane inspanningen wordt opgemaakt voor de nadere invulling van het traject naar het jaar 2020. Ook kijken we vooruit naar de periode na 2020.

Resultaten

Een viertal rapporten:

  • met resultaten en conclusies van de finale modelberekeningen met de gekalibreerde en gevalideerde modellen uitgevoerd om een inschatting te geven van het effect van opschaling van productie van MZI mosselen tot 40 miljoen kg in de Waddenzee en 20 miljoen kg in de Oosterschelde op de bestaande schelpdierpopulaties.
  • met een monitoringsprogramma voor Waddenzee en Oosterschelde voor parameters die een indicatie kunnen geven of de draagkracht voor filtrerende schelpdieren in gevaar komt bij verdere opschaling van MZI’s.
  • over de relatie tussen de aanwezigheid van MZI-systemen en het ontstaan van mosselbanken.
  • over slijtage van MZI touwen en netten in relatie tot andere bronnen van microplastic in de Waddenzee, Voordelta en Oosterschelde.

Aanpak en tijdspad

Het onderzoek is opgedeeld in vier werkpakketten. Ieder werkpakket heeft een eigen doelstelling:

WP1 Draagkracht van Waddenzee en Oosterschelde voor filtrerende schelpdieren (2009 - 2013)

Bepalen van het effect van opschaling van MZI productie tot 40 miljoen kg per jaar op de beschikbare hoeveelheid voedsel voor filtrerende bodemdieren in de Waddenzee en Oosterschelde. De hoeveelheid en de kwaliteit van het voedsel wordt hierbij gebruikt als een maat voor de omstandigheden voor filtrerende bodemdieren. Deze dieren zijn een belangrijke voedselbron voor schelpdier-etende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelen gelden. Daarmee zijn ze direct van belang voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.

WP2 Bodemeffecten (2009 - 2013)

Bepalen van het effect van opschaling van MZI productie op de bodem (a) de bodemstructuur en bodemdieren door uitzinking van mosselfeces, (b) de vorming van mosselzaadbanken door aanwezigheid van MZI-systemen. Deze dieren zijn een belangrijke voedselbron voor vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelen gelden.

WP3 Verstoring van vogels en zeehonden door MZI activiteiten (2010 - 2012)

Bepalen van het effect van MZI activiteiten op de aanwezigheid van vogels en zeehonden. Hoe eventuele verstoring doorwerkt naar de instandhoudingsdoelen voor vogels en zeehonden is geen onderdeel van het onderzoek.

WP4 Contaminatie door zwerfvuil (2009 - 2013)

Bepalen van het effect van de aanwezigheid van MZI’s in de Westelijke Waddenzee en Oosterschelde op het ontstaan van zwerfvuil door schade en slijtage. Hoe dit zwerfvuil doorwerkt naar de instandhoudingsdoelen is geen onderdeel van het onderzoek.

Publicaties