bodem

Project

Ontwikkelen maatregelen en meettechnieken bodemgezondheid

De land- en tuinbouw ontwikkelen zich naar intensievere en complexere bedrijfssystemen. Alle keuzes die de teler maakt, moeten gericht zijn op zo min mogelijk schade door verschillende bodempathogenen, zoals aaltjes, schimmels en bacteriën. Dit moet bovendien binnen zeer strenge eisen voor de inzet van gewasbeschermingsmiddelen en bemesting. Deze trend vergt nieuwe kennis over de inpasbaarheid en bedrijfszekerheid van teeltmaatregelen om de bodemgezondheid optimaal te gebruiken.

Doelstellingen project

  • Het ontwikkelen van maatregelen om de bodemgezondheid duurzaam te verbeteren, meettechnieken om de veranderingen in de bodem te meten en de (kosten)effectiviteit binnen verschillende bedrijfssystemen vast te stellen.
  • Ontwikkelen van maatregelen voor het duurzaam verbeteren van bodemkwaliteit
  • Ontwikkelen van indicatoren waarmee bodemkwaliteit kan worden gemeten en adviezen op kunnen worden gebaseerd
  • Interacties tussen fysische, chemische en biologische parameters beter gaan begrijpen
  • Ontrafelen van mechanismen die bodemweerbaarheid bepalen
  • Op gang brengen/voortzetten van integraal onderzoek om deze doelen te verwezenlijken

Aanpak en tijdspad

Het project is in 2006 gestart met de aanleg van een grote veldproef met vier teeltsystemen met CashCrops (graan, aardappel, lelie en peen). Bij twee systemen worden zoveel mogelijk BestPractices (AaltjesbeheersingsStrategieën,, gewasrestmanagement etc.) uitgevoerd, terwijl dit bij de andere twee systemen op gangbare wijze wordt ingevuld. Beide Practices-systemen zijn bovendien in een geïntegreerde en een biologische variant opgezet. In 2006 en herhaald in 2009 zijn in alle systemen dezelfde 10 hoofdbehandelingen (zoals toediening compost, chitine, groenbemesters en biologische grondontsmetting) aangelegd om de bodemgezondheid te verbeteren.

In de periode 2006 tot en met 2012 zijn achtereenvolgens graan (+ maatregelen), aardappelen, lelie, graan (+ maatregelen), B-peen en maïs geteeld.

De afgelopen jaren is met behulp van veel onderzoekers (binnen en buiten Wageningen UR) en bedrijven (orgaworld, cultivit, zaadbedrijven etc.) zeer intensief samengewerkt om zoveel mogelijk relevante gegevens te verzamelen in een database waarmee de effectiviteit en duurzaamheid van alle maatregelen kan worden geanalyseerd. Belangrijkste parameters hierin zijn jaarlijkse fluctuaties in bodempathogenen (aaltjes, schimmels), bodemkarakteristieken, onkruiden, gewasgroei en opbrengsten, verschillende moleculaire technieken, biotoetsen etc.

In 2012 zijn onder andere door NIOO, RUG, diverse Wageningen UR-onderdelen en vanuit internationale EU-projecten (Catch-c, Snowman) metingen in deze unieke veldproef uitgevoerd. Grondmonsters uit de veldproef zijn gebruikt voor een biotoets-aardbei die in samenwerking met het praktijknetwerk Bodem, LBI (project: werken aan weerbare bodem) en bedrijfsleven (Hortinova) is uitgevoerd om de effecten van het bodembeheer richting praktijk te illustreren. T.b.v. het KB project NematoCure is van 24 veldjes grond aangeleverd waaraan een groot aantal bodemkwaliteitsbepalingen wordt uitgevoerd, gericht op het ontrafelen van mechanismen van bodemweerbaarheid.

2013:

  1. Zwaartepunt ligt bij de integrale verwerking van de eigen gegevens en die van de partners. De uitgebreide data set gekoppeld aan deze proef, die inmiddels is opgebouwd, zal verder aangevuld worden met diverse metingen die in 2012 zijn uitgevoerd. De integrale analyse van chemische, fysische en biologische data wordt voortgezet. Deze analyses geven inzicht in de effecten van de behandelingen en systemen op de bodemkwaliteit en de relaties tussen chemische, fysische en biologische bodemeigenschappen. De methodiek van statistische integrale data analyse die in het kader van dit project wordt ontwikkeld zal als basis dienen voor de integrale data analyse binnen andere bodemprojecten en voor de meta analyse over de bodem projecten  Dit zal o.a. resulteren in drie wetenschappelijke artikelen. De data van de BOBI bemonstering zijn inmiddels bij elkaar gebracht en deze zullen, gekoppeld aan de resultaten van de BOBI bemonstering uit het project BASIS, worden gerapporteerd.
  2. Om ervoor te zorgen dat de aangebrachte dynamiek in de ontwikkeling van de bodemkwaliteit niet stil valt wordt opnieuw maïs geteeld. Resultaten tot nu toe laten langjarige positieve effecten op bodemkwaliteit zien. Belangrijk is om vast te stellen in welke richting deze veranderingen zich ontwikkelen en hoe lang de effecten van maatregelen naijlen (divergentie, convergentie of stabilisatie ). Tegen lage kosten blijven zo systeemverschillen behouden en biedt het partners de gelegenheid de voor in 2013 geplande metingen te verrichten. In maart worden alleen de plantparasitaire aaltjes gemeten om de continuïteit van de meetreeks te borgen zodat het effect van bouwplan en maatregelen op dit aspect van de bodemgezondheid inzichtelijk wordt gemaakt. Deze basisgegevens zijn samen met de opbrengstgegevens van maïs relevant voor de interpretatie van de waarnemingen die door anderen (NIOO, Nematocure) dit jaar in deze proef worden uitgevoerd.
  3. In april 2013 zal vanuit verschillende projecten een uitgebreide bemonstering in de veldproef worden uitgevoerd. Onderzoekers van het NIOO, vakgroep Bodembiologie en het project Nematocure zullen voor hun onderzoek in totaal ruim 4500 liter grond verzamelen uit ruim 100 plots van de bodemgezondheidproef.
  4. Op basis van de integrale data analyse zal duidelijk worden in welke opzet(hoe/of)  de proef kan worden voortgezet. Er zijn significante verschillen in de ontwikkeling van de bodemfauna: effecten op non-targets. Deze resultaten bieden houvast voor de eerste selectie van bodemindicatoren die voor metingen in praktijkpercelen relevant zijn.
  5. De samenwerking tussen disciplines en onderzoeksgroepen zal verder worden uitgebouwd en het project zal gebruikt /ingezet worden om aan te haken bij internationale projecten: opstap voor EU Horizon 2020.

Resultaten

  • Deze veldproef is nationaal en internationaal uniek in opzet en samenwerking (unieke samenwerking tussen disciplines en onderzoeksgroepen is tot stand gebracht) en levert meetmethoden en praktijkmaatregelen die bodemkwaliteit verbeteren. 
  • De veldproef blijkt zeer geschikt om telers en inter-mediairen de (on)mogelijkheden in relatie tot bodemgezondheid te demonstreren 
  • De eerste data analyses geven aanleiding tot twee wetenschappelijke publicaties. Gezien de verzamelde gegevens, gemeten effecten en interdisciplinaire samenwerking zal in 2013 zeker leiden tot meer inzicht in de onderliggende mechanismen.
  • In 2013 zal samen met andere projecten en onderzoeksgroepen verder worden gewerkt aan nieuwe 1metingen en de analyse van de verzamelde gegevens om de mechanismen waarop bodemweerbaarheid is gebaseerd en hoe deze tot stand komt verder te ontrafelen.

Publicaties