wortelen

Project

Optimalisatie opsporing en beheersing Meloidogyne

Vroegtijdige detectie van nieuwe besmettingen als basis voor een adequaat beheer is de beste manier om problemen met deze Q nematode te beperken. Op dit moment vindt de keuring van pootgoed en ander uitgangsmateriaal achteraf plaats zodat bij detectie in de partij de gehele opbrengst verloren gaat.

Doelstellingen project

In samenwerking met de routinelaboratoria is een eerste intensieve bemonstering Meloidogyne geïntroduceerd die de partijkeuring zou kunnen vervangen. Wanneer deze is te combineren met de AMI bemonstering voor detectie van Globodera spp., is dit kosteneffectief en zal deze nieuwe methode snel worden geaccepteerd. Voor dit doel is kennis nodig over de verticale verdeling in de tijd.

Daarnaast is het onduidelijk of voor elke grondsoort een M. chitwoodi besmetting ook besmet pootgoed zal opleveren. In 2012 is een start gemaakt met dit onderwerp en zal binnen dit project worden afgerond.

Resistente rassen zullen, net als voor Globodera rostochiensis en G. pallida, de kern uitmaken van de management strategie ter sanering van aangetoonde besmettingen. Resistente rassen zijn inmiddels in ontwikkeling maar er is geen zekerheid over de representativiteit van de nu gebruikte toets populatie.

Op verzoek van de programmering zijn deze drie M. chitwoodi  onderwerpen, detectie, grondbesmetting/productbesmetting en toet populaties samengebracht.

Aanpak en tijdspad

2013: Op maximaal 2 MC besmette percelen op verschillende grondsoorten wordt de verticale verdeling en het verloop van deze verdeling in de tijd in kaart gebracht binnen de relevante rotatie.

Oude gegevens over MC populaties worden verzameld en geëvalueerd. Beschikbare populaties (uit voorraad) worden voor karakterisering aan Axel Elling (VS) beschikbaar gesteld voor moleculaire analyse. Interactie grondsoort, ras, knolzetting en knolbesmetting wordt onderzocht.

2014: voortzetting van meting van de verticale verdeling en winterverloop, toevoeging 2 nieuwe percelen. Voortzetting onderzoek kritische factoren grond en knolbesmetting.

Rapportage populaties wordt opgeleverd. Eindrapportage geschiktheid van de huidige aanwezige MC populaties als referentie populatie voor resistentietoetsing.  Rotatie grond-knol wordt vervolgd en gevolgd.

2015: voortzetting van meting van de verticale verdeling en winterverloop. Voortzetting onderzoek kritische factoren grond en knolbesmetting.

2016: Afsluitende werkzaamheden lopend onderzoek verticale verdeling. Ontwikkeling en introductie van de Melo-I.v2 in de praktijk. Implementatie Melo-I.v2 in de praktijk. Het onderzoek naar de relatie tussen grond en knolbesmetting biedt duidelijkheid over de rol van grondsoort in de vestiging en verspreiding van M. chitwoodi.

Resultaten (beoogd)

2013: Rapport met gegevens over kennis van verschillende Meloidogyne populaties in Nederland. Tussenrapport met initiële verticale verdeling van Meloidogyne over max. twee percelen na relevante gewassen. Tussenrapport over resultaten begindichtheden  en grondsoorten en hun relatie tot knolzetting en productbesmetting.

2014: Rapport met weergave verschillende populaties Meloidogyne. Resultaten worden ingebracht bij EPPO en in Euphresco projecten (Melo1 en 2) zodat de Europese fytosanitaire instanties hun beleid kunnen onderbouwen. 2de Tussenrapport met initiële verticale verdeling van Meloidogyne over max. twee percelen na relevante gewassen. 2de Tussenrapport over resultaten begindichtheden  en grondsoorten en hun relatie tot knolzetting en productbesmetting.

2015: Eindrapport begindichtheden  en grondsoorten en hun relatie tot knolzetting en productbesmetting. Ontwikkeling verbeterde bemonsteringsmethode Melo I.v2 waarbij rekening wordt gehouden met tijdstip, gewas en diepte van het grondmonster. Dit is de basis voor een vrijwillige bemonstering voor de praktijk en zal dienen voor een advies aan EL&I.

2016: Eindrapport verticale verdeling van Meloidogyne. Implementatie Melo I.v2. Advies over de MC populaties op basis van oud onderzoek die representatief zijn en kunnen worden gebruikt voor resistentieonderzoek. Rapport over de rol van grondsoort voor de vestiging en verspreiding van Meloidogyne.