Project

Populatiemodel voor schadebeheersing ganzen

Ganzen overzomeren steeds meer in Nederland. Een inzicht in de verwachte populatieomvang en de schade die zij veroorzaken is gewenst.

Doelstelling

In toenemende mate benutten ganzen Nederland als broedgebied. Dit is een verrijking van onze natuur, en tegelijkertijd worden overlast en schade ervaren in landbouw- en natuurgebieden.

In dit project wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de ganzenpopulatie en de effectiviteit van diverse maatregelen voor de aantal- en schadebeheersing, zoals genoemd in de 'Handreiking beleid overzomerende ganzen'. De focus ligt bij de grauwe gans.

Het eindrapporten geeft een up-to-date inzicht in

  • de landbouw- en natuurschade van overzomerende grauwe ganzen met bijzondere aandacht voor de effecten op weidevogels; 
  • de te verwachten ontwikkeling in de populatieomvang bij verschillende manieren van aantalregulatie.

Werkwijze

Er wordt een beschrijvend-analytische benadering gevolgd. Gebieden met verschillende dichtheden van Grauwe ganzen-nesten worden geselecteerd, waarbij de overige omstandigheden zoveel mogelijk gelijk zijn. Het zou optimaal zijn, wanneer in deze gebieden een groot deel van de ganzen al is voorzien van halsbanden of ringen, zodat herkenning op individueel niveau mogelijk is.

Door middel van veldwaarnemingen wodt de ontwikkeling van de jongen gevolgd. Aan de hand van deze gegevens zal worden bepaald wat de betekenis is van de dictheid voor de overleving van de jongen en welk mechanisme hieraan ten grondslag ligt.

Voor het seleceren van gebieden zullen beheerders worden benaderd, cruciaal is dat de beheerders het doel van het onderzoek ondersteunen en bereid zijn om voor de duur van het onderzoek af te zien van aantalregulerende maatregelen.

Resultaten

De belangrijkste resultaten zijn:

  • De helft van de beheerders van natuurgebieden geeft negatieve effecten aan voor het effect van overzomerende grauwe ganzen op natuurwaarden anders dan weidevogels. 
  • Er werd geen relatie vastgesteld tussen de populatietrend van de weidevogels en de populatietrend of dichtheid van de ganzen. Gegevens zijn verzameld in negen rijke weidevogelreservaten in het midden, westen en noorden van Nederland met variabele dichtheden grauwe ganzen. 
  • De schade die de overzomerende ganzen aan de landbouw toebrengen, is in de periode 2000-2010 gestegen van circa 0.4 naar bijna 2 miljoen per jaar. Het aandeel van de grauw gans is grosso modo tussen de 80 en 90%. 
  • Ter onderbouwing van het beleid rond aantalsregulatie van ganzen is een model ontwikkeld om een beeld te geven van de impact van de verschillende maatregelen. Voordat het model in de praktijk kan worden toegepast, zijn kalibratie en validatie, inclusief gevoeligheidsanalyses noodzakelijk.
  • Er zijn aanwijzingen dat voedselconcurrentie vooral in de winterperiode. In de zomer lijkt voedselconcurrentie nauwelijks een rol te spelen.

Publicaties