geiten

Project

Q-fever infecties bij niet-drachtige geiten

Q fever is een zoönose die veroorzaakt wordt door Coxiella burnetii (Cb), een obligaat intracellulaire gram negatieve bacterie. Cb kan een breed scala aan diersoorten infecteren waaronder zoogdieren, vogels, reptielen, vissen en arthropoden. Vaak verloopt een infectie symptoomloos maar bij zoogdieren kunnen longontsteking, abortus en de geboorte van dode of zwakke nakomelingen optreden. Geiten, schapen en runderen vormen het belangrijkste reservoir van waaruit de mens Q fever kan oplopen, voornamelijk door inhalatie van met Cb besmette aerosolen die vrijkomen bij een abortus, maar mogelijk ook door consumptie van Cb besmette rauwe melk of zuivelproducten. Bij mensen worden voornamelijk griepachtige verschijnselen gezien met mogelijke complicaties zoals een longontsteking.


Doelstelling

Bij schapen treedt abortus alleen op in de eerste dracht na een Cb infectie. Daarop volgende drachten verlopen meestal normaal. Uitscheiding van Cb via placenta, vruchtwater, urine , faeces en melk treedt dan ook vooral op in de eerste dracht volgend op een Cb besmetting en niet in daaropvolgende drachten. Q fever infecties zijn bij het schaap dan ook zelden persistent. Bij geiten zijn er aanwijzingen dat  een Cb infectie wel kan persisteren na een eerste abortus. Dit kan leiden tot hernieuwde uitscheiding van Cb in vaginaal uitvloeiing en melk in drachten volgend op de eerste abortus na een Cb infectie. Opgemerkt moet echter wel worden dat deze aanwijzingen voortkomen uit veldstudies waarbij hernieuwde infectie met Cb vanuit de omgeving niet kon worden uitgesloten. Het is onbekend of een Cb infectie ook kan persisteren in dieren die nog niet drachtig zijn en aldus abortus kan geven bij de eerste drachtigheid.
In Nederland worden geiten sinds 2010 gevaccineerd tegen Q fever met Coxevac®. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
  • minimale leeftijd bij vaccinatie 3 maanden;
  • twee vaccinaties met 3 weken tussentijd;
  • dekken vanaf 2 weken na laatste vaccinatie

Het is dus mogelijk dat dieren reeds besmet zijn voordat ze gevaccineerd worden. Onduidelijk is of vaccinatie bij een eventueel persistent geïnfecteerd  dier, abortus voorkomt in de eerste dracht. De vragen die we in dit project willen beantwoorden zijn:

  1. Kan een infectie met Cb bij jonge niet-drachtige dieren persisteren? En zo ja, kan dit resulteren in een abortus bij de eerste dracht?
  2. Kan vaccinatie van een reeds besmet dier, abortus in de eerste dracht voorkomen?

Plan van aanpak

Alpine geiten van 11 weken oud (alle serologisch negatief voor Cb) worden aangekocht vanuit een Cb vrij bedrijf en gehuisvest in 2 grote MP boxen onder Biosafety level 3 regime. De geiten worden op de leeftijd van 12 weken intranasaal geïnfecteerd met Cb. Door middel van serologie wordt gevolgd of de infectie met Cb is aangeslagen Tevens wordt wekelijks een mestmonster genomen van de geiten alsmede een luchtmonster van de stal en middels PCR getest op uitscheiding van Cb.

Op 8 maanden leeftijd wordt bij de geiten de oestrus geïnduceerd (sponzen/ PMSG/ PGF2α) en worden ze op natuurlijke wijze gedekt. Vijf weken na dekking wordt op drachtigheid gecontroleerd middels echoscopie. Na bevestiging van de dracht zullen controle dieren, die in hetzelfde stadium van de dracht zijn maar niet besmet zijn met Cb, worden bijgeplaatst. Vervolgens wordt de partus/ abortus afgewacht. Na de partus/abortus wordt de evt. uitscheiding van Cb gemeten in de nageboorte/ vaginaal swab/ en in de lammeren met een PCR.

Als geen Cb uitscheiding kan worden aangetoond eindigt het project in 2014, anders vindt een vervolg plaats tot in 2015. Daarbij zal dezelfde aanpak gevolgd worden met als enig verschil dat de geiten op 5 en 2 weken voor de dekking gevaccineerd zullen worden tegen Q fever met Coxevac®.

Resultaten

In mei 2013 zijn de Alpine geiten aangekocht van INRA en op 21 mei 2013 (12 weken leeftijd) intranasaal geinfecteerd met Cb). Serogisch onderzoek van wekelijkse bloedmonsters laat zien dat er vanaf 2 weken na infectie een duidelijke respons tegen phase 2 van Cb optreedt hetgeen betekent dat de intranasale infectie goed is aangeslagen. Er kon geen uitscheiding van Cb worden gedetecteerd op enig moment na intranasale infectie. De dieren zullen in het najaar van 2013 worden gedekt.