Project

Reductie van fijnstof en endotoxinen aan de bron om gezondheid van mens en dier te bevorderen

Vanuit het global one health perspectief is reductie van niet-infectieuze aandoeningen bij de mens, zoals astma, een belangrijke onderzoekslijn. Een citaat uit de paper Global One Health – a new integrated approach “Until recently, disease prevention and control were usually organized from a single disease perspective. In many countries, these measures led to significant improvements in health, but were followed by the emergence of non-communicable diseases, requiring a new approach to public health” Binnen dit onderzoeksproject staan bevordering van zowel humane gezondheid als de diergezondheid centraal door de emissie van fijnstof en endotoxine te verminderen via een brongerichte aanpak.

Humane gezondheid wordt beïnvloed door de inademing van fijnstof. Fijnstof kan tot een reeks aan nadelige gezondheidseffecten leiden; longontsteking, verergering van astma en COPD, hart- en vaatziekten. Voor diergezondheid zijn er suggesties over de effecten van fijnstof, observaties suggereren een verbeterde gezondheid en productie bij vermindering van fijnstof binnen de stal. Veehouderijbedrijven zijn bronnen die lokaal fijnstof emitteren. De belangrijkste bronnen zijn uitwerpselen (vaak ook vermengd met het strooisel), het dier (veren, haren, huidschilfers) en het voer.

Stof afkomstig van de veehouderij bevat veel micro-organismen, vooral afkomstig uit de mest. Levende micro-organismen kunnen infectieziekten bij zowel mens als dier veroorzaken. Ook dode bacteriën vormen een risico. Bij afsterven van sommige bacteriën komen endotoxinen vrij, die tot nadelige gezondheidseffecten leiden, zoals chronische bronchitis en niet-allergische astma De meeste endotoxinen lijken afkomstig te zijn van de micro-organismen uit de mest (Winkel et al, 2014). Endotoxinen kunnen met fijnstof in de stallucht terecht komen en worden geëmitteerd.

Emissie van fijnstof en endotoxinen is het resultaat van complexe interacties tussen gezondheid, genetica en fysiologie van het dier, de inrichting van de omgeving (het houderijsysteem) en het management van de veehouder.

Het is van belang om de bron van fijnstof en endotoxinen aan te pakken om de omgeving en de ontvanger te ontlasten. Daarnaast wordt binnen dit project onderzocht of bij een bronaanpak een belangrijk additioneel effect aanwezig is, namelijk dat diergezondheid en de gezondheid van de veehouder (de ontvangers binnen de bron) ook positief wordt beïnvloed. Dit effect ontbreekt bij ‘end-of-pipe’ oplossingen die nu gebruikt worden, zoals luchtwassers. Een ander nadeel van luchtwassers is dat deze alleen in dichte systemen toe te passen zijn en niet op bedrijven waarbij dieren een uitloop hebben, terwijl de maatschappelijk gewenste ontwikkeling juist meer richting welzijnsvriendelijke uitloopsystemen gaat. Daarom richt dit projectvoorstel zich op een integrale bronaanpak, waarbij de bronsterkte wordt verminderd, met positieve effecten op zowel dier, mens als omgeving.

Door ontwikkeling van innovaties gericht op de bron (in het systeem) kunnen emissie van fijnstof en endotoxinen op een effectieve manier verminderd worden. Dit zorgt in de omgeving voor een gezondheidsbevordering van de mens en in het systeem voor een bevordering van diergezondheid. De arbeidsomstandigheden, productkwaliteit, dierenwelzijn, milieu, landschap en het economische rendement voor de veehouder zijn van essentieel belang en worden daarom meegenomen in de innovatie-ontwikkeling.

Aanpak

De doelstelling van dit project is de productie van fijnstof en endotoxinen aan de bron te verlagen, waardoor binnen en buiten het systeem de emissie verlaagd wordt met positieve gevolgen voor dier en humane gezondheid. De focus van het onderzoek ligt primair op de belangrijkste bron van fijnstof en endotoxinen, te weten de mest. De onderzoekslijnen kenmerken zich als volgt:

  1. Verandering van de kwaliteit en samenstelling van de mest om de emissie van fijnstof en endotoxinen binnen en buiten het systeem te verlagen.
  2. Ontwikkelen van technische innovaties die mest versneld uit het houderijsysteem halen, om de emissie van fijnstof en endotoxinen binnen en buiten het systeem te beperken. Denk hierbij aan innovaties zoals de toiletstal in de varkenshouderij: mestrobots.
  3. Berekening van de economische effecten van de meest veelbelovende maatregelen uit deel 1 en 2.

Subonderwerpen

In beide aanvliegroutes (beïnvloeding mestkwaliteit en technische innovaties voor een versnelde mestafvoer) zullen in elk geval de ammoniak- en methaanuitstoot worden meegenomen, om er zeker te zijn dat een verlaging van de emissie van fijnstof en endotoxinen niet tot ongewenste neveneffecten zoals een verhoogde emissie van ammoniak en broeikasgassen leidt.