Project

Relation between soil use and soil health

This project analyses the behaviour of crop growers with respect to sustainable phytosanitary soil management. Based on the characterisation of this behaviour, a set of measures will be suggested to increase the sustainability of phytosanitary soil management. Also, intervention strategies are described that stimulate growers to adopt these measures. This will safeguard the position of Dutch plant production sectors in international trade.

Het project beoogt het gedrag van telers met betrekking tot beheersing van schadelijke grondgebonden organismen in kaart te brengen. Op basis hiervan wordt een instrumentarium ontwikkeld voor een duurzamer fytosanitair bodembeheer. Dit is het voorkomen van de introductie en verspreiding van grondgebonden organismen die de strategische economische positie van de Nederlandse plantaardige sectoren in de nationale en internationale handel kunnen schaden.

Op landbouwpercelen worden in rotatie verschillende gewassen geteeld, vaak door verschillende gebruikers. Onverantwoord fytosanitair bodembeheer door een ondernemer treft daarmee niet alleen hemzelf, maar ook collega-ondernemers in andere sectoren. Bovendien kan het gevolgen hebben voor de internationale status en het imago van sectoren. Zowel het ministerie van EL&I als de partijen die de sectorbelangen vertegenwoordigen hebben dan ook belang bij het voorkomen van de introductie en verspreiding van grondgebonden organismen.

Resultaten

Het project leidt tot een aantal ’concrete verbeterpunten om tot een duurzaam fytosanitair bodembeheer te komen. Deze verbeterpunten betreffen maatregelen die voor veel ondernemers relevant zijn en relatief kostenefficiënt zijn toe te passen. Daarnaast biedt het project een overzicht van mogelijkheden tot stimulering van die maatregelen bij ondernemers, met handvatten om deze in praktijk te brengen. Tot slot levert het project een stappenplan op voor een effectieve sturing op het fytosanitair bodembeheer van ondernemers.

Werkwijze

Het project is opgedeeld in twee fasen:

  • inzicht krijgen in het gedrag van telers met betrekking tot duurzaam fytosanitair bodembeheer. Deze fase vond plaats in 2011.
  • ontwikkelen van een instrumentarium voor gedragsinterventie. Deze fase vond plaats in 2012.  
In 2011 zijn de volgende vragen beantwoord:
  • Ervaren telers de potentiële dreiging van een tekort aan gezonde percelen?
  • Handelen ze daar ook naar en hoe?
  • Wat zijn de motivaties voor hun gedrag? 
In 2012 zijn drie vervolgvragen gesteld:
  • Welke veranderingen in het fytosanitair bodembeheer door telers zijn wenselijk?
  • Welke ingangen zijn er om deze veranderingen te realiseren?
  • Welke interventiestrategieën kunnen hiervoor worden ingezet?

Publicaties