Project

Risicoperceptie en –communicatie nanotechnologie in voedsel en landbouw in NL

Nanotechnologie, waarbij op erg kleine schaal materialen worden bewerkt, wordt steeds populairder. Om deze reden wil het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie weten hoe Nederlandse consumenten tegenover nanotechnologische toepassingen in voedsel en landbouw staan en welke gevolgen dit kan hebben voor de mate van acceptatie van dergelijke voedselproducten. Dit vereist een nader inzicht in risicoperceptie- en communicatie.

Doelstelling

Dit onderzoek heeft tot doel de aanbevelingen uit het onderzoek in 2012 nader te onderzoeken en uit te werken, om zo uiteindelijk te komen tot een antwoord op de vraag die zowel in 2012 als 2013 centraal staat: welke soort informatie verwachten consumenten te ontvangen van de overheid en wat betekent dit in termen van aanbevelingen voor (risico)communicatie voor en door de overheid?

Werkwijze

2011: Opstellen van een lijst van do’s en don’t’s ten aanzien van risicocommuncatie van nanotechnologische toepassingen in voedsel gericht op de Nederlandse consument.

2012: De in 2011 geformuleerde do’s en don’t’s zijn leidend voor onderzoek in 2012, waarin risicocommunicatie voor nanotechnologie heel specifiek verder wordt onderzocht en gespecificeerd. Vragen als wanneer iets gecommuniceerd moet worden, wie het naar buiten brengt en wat er precies moet worden verteld worden hier nader onderzocht. Dit gebeurt door een experimenteel onderzoek met een kleine selectie van consumenten.

Risicocommunicatie moet misschien toegesneden worden op kenmerken van nanotechnologische toepassingen omdat de perceptie van consumenten lang niet altijd hetzelfde is.

2013: Onderzoek in 2013 staat in het teken van presentatie en discussie van de aanbevelingen uit 2012 met leden van de BC, communicatie-experts van bij nanotechnologie betrokken departementen en eventueel interdepartementale werkgroep nanotechnologie. In dit onderzoek brengt het projectteam kennis en expertise over consumentenperceptie van nanotechnologie en, in bredere zin, (consumentenacceptatie van) nieuwe voedsel-technologieën in. Het projectteam beschikt niet over kennis gebaseerd op communicatiewetenschappen. Derhalve zullen de in 2012 geformuleerde aanbevelingen worden gepresenteerd en bediscussieerd met communicatie-experts van het Ministerie van EL&I en andere bij nanotechnologie betrokken departementen. Op basis van deze discussie zullen de in 2012 geformuleerde aanbevelingen definitief worden neergelegd in een notitie. Deze notitie zal input zijn voor een door het Ministerie van EL&I te formuleren algehele communicatiestrategie rondom nanotechnologieën in voedsel en landbouw.

Resultaten

Het resultaat van het onderzoek in 2012 was een “blauwdruk risicocommunicatie nanotechnologie in voedsel en landbouw”. Hierbij is rekening gehouden dat de perceptie van consumenten ten aanzien van specifieke toepassingen heel verschillend kan zijn en ook de mate waarin zij kritisch zijn erg kan verschillen. Risicocommunicatie lijkt dan ook niet algemeen van aard te kunnen zijn en moet worden toegesneden op (kenmerken van) nanotechnologische toepassingen. De in 2010 onderzochte toepassingen zullen hierbij leidend zijn (o.a. onvu sticker, smart dust, petflessen, melkfiltratie, koffiecreamer en heldere dranken).

Doel van het onderzoek in 2013 was het beantwoorden van de vraag: welke soort informatie verwachten consumenten te ontvangen van de overheid en wat betekent dit in termen van aanbevelingen voor (risico)communicatie voor en door de overheid? Het onderzoek was gestart in 2012; in 2013 is het onderzoek afgerond. Het onderzoek bouwt voort op resultaten van BO-onderzoek door hetzelfde projectteam naar consumentenperceptie van nanotechnologie in voedsel en landbouw (gestart in 2010).

Bij het formuleren van deze aanbevelingen is uitgegaan van de inzichten uit issue-management, om aan te geven in welke fase van ontwikkeling nanotechnologie (in deze het ‘issue’) zich bevindt en wat dat betekent voor de inhoud en wijze van communicatie door de overheid. Het eindresultaat is gerapporteerd in een interne eindnotitie welke met de Begeleidingscommissie van EZ is besproken en bediscussieerd. In dit onderzoek heeft het projectteam kennis en expertise over consumentenperceptie van nanotechnologie en, in bredere zin, (consumentenacceptatie van) nieuwe voedsel-technologieën ingebracht. De door het onderzoek gegenereerde notitie zal door het Ministerie van EZ worden gebruikt voor het formuleren van  algehele communicatiestrategie rondom nanotechnologieën in voedsel en landbouw.