Project

Robuustheidsonderzoek Brielse Meer fase 2

In de vervolgfase van de robuustheidstoets Bernisse Brielse Meer (BBM) is bespreking en consultatie van de betrokken beheerder en watergebruikers (waterschap Hollandse Delta, hoogheemraadschap Delfland, Evides) van belang om te komen tot joint fact finding (JFF). Dit moet leiden tot draagvlak voor de resultaten en conclusies van de robuustheidstoets BBM en een meer gedetailleerdere uitwerking in de tijd.

Voor deze fase 2 zijn de volgende vragen geformuleerd:

  1. Wat is de maximale watervraag van de verschillende gebruikers van het BBM en de periode en de omstandigheden waaronder deze piekvraag, al dan niet gecombineerd, optreedt?
  2. Welke toekomstige ontwikkelingen zijn te verwachten met betrekking tot de watervraag vanuit het BBM en hoe verhoudt zich dat tot het aanbod?
  3. Wat is de mogelijke onderschatting van de verzilting ten gevolge van langdurig lage rivierafvoeren en daarbij gaandeweg oplopende chloridegehalte van het rivierwater, in combinatie met (1) na-ijlen van hoge piekwaarden (2) effect van een mogelijk zout Volkerak-Zoommeer en (3) verdieping van de Nieuwe Waterweg?
  4. In hoeverre is op dit moment al sprake van inname van water met een zoutgehalte hoger dan 150 mg/l?
  5. Wat zijn de gevolgen van eventueel (langdurig) inlaten van water met een licht verhoogd zoutgehalte als gevolg van normversoepeling?
  6. Wat zijn de effecten van een bellenpluim in de Nieuwe Waterweg op de robuustheid van het innamepunt Bernisse?
  7. Welke optimalisaties zijn kansrijk en werk deze zo concreet mogelijk uit?
  8. Welke kosten zijn globaal gemoeid bij de verschillende optimalisaties?

Voor het Deltaprogramma Zoetwater zijn adaptatiepaden uitgewerkt als onderdeel van de voorkeursstrategie. Hierin worden kansrijke maatregelen in de tijd gezet en gerelateerd aan toekomstige ontwikkelingen. Voor West-Nederland en de Zuidwestelijke Delta is een belangrijke keuze of er op korte termijn ingezet wordt op het tegengaan van de externe verzilting via de Nieuwe Waterweg d.m.v. een bellenpluim en/of op alternatieve aanvoerroutes voor West Nederland, indien nodig in combinatie met maatregelen bij andere inlaatpunten die worden beïnvloed door externe verzilting, zoals Bernisse en de oeverinfiltratiepunten in de benedenrivieren.

Mede gezien de samenhang met overige maatregelen in het gebied en het strategisch belang van de zoetwatervoorziening in de regio is het wenselijk om op basis van de resultaten van fase 1 de mogelijke optimalisaties voor het Bernisse-Brielse Meersysteem verder te verkennen en uit te werken. Hiermee kan de robuustheid van het BBM in relatie tot de korte en lange termijn ontwikkelingen beter onderbouwd worden. Belangrijk is om dit in samenwerking te doen met de betrokken partijen in de regio.

Ook in de kennisagenda van deelprogramma Zuidwestelijke Delta is geformuleerd dat er behoefte is aan een overzicht van alle bekende informatie en uitkomsten van studies, zoetwatervraag, operationeel gebruik van het BBM en de consequenties van externe ontwikkelingen. De centrale vraag is: hoe robuust is het Bernisse-Brielse Meersysteem? (Veraart, 2013) Dit is van belang in verband met de invloed van ontwikkelingen in de regio, zoals een mogelijk zout Volkerak-Zoommeer. Ook voor het Kierbesluit Haringvlietsluizen is het van belang zicht te hebben op de robuustheid van het BBM, ondanks het feit dat voorafgaand aan een lage afvoer het Haringvliet zal worden zoet gespoeld.

Deliverables

De resultaten van de onderstaande drie onderdelen wordendoor Deltares verwoord in een rapportage.

Onderdeel 1: Consultatie waterschappen en Evides

Fase 1, de quick scan van de robuustheidstoets BBM is uitgevoerd als een beperkte bureaustudie op basis van bestaande rapporten en zonder consultatie van de waterschappen en Evides, en ook zonder tussentijdse bespreking in het afstemoverleg zoetwater.

Consultatie en overleg zullen in fase 2 alsnog plaatsvinden. Startpunt daarvoor is de reactie van de waterschappen op het quick scan rapport.

Onderdeel 2: Kwantificering van de watervraag onder piekvraagomstandigheden.

Bij langdurig droog en warm weer is de watervraag (landbouw, peilbeheer, stabiliteit veenkades) heel veel hoger dan jaargemiddeld of onder normale omstandigheden. Deze piekvraag is in fase 1 slechts grofstoffelijk in beeld gebracht. Dat zal in fase 2 vollediger en nauwkeuriger gebeuren. En de belangrijkste datasets hiervoor zijn beschikbaar (van waterschappen en Evides):

  • Volledige tijdreeks uurdebieten Bernisse Inlaat 2007-2012
  • Volledige tijdreeks kwartierdebieten Molenhaven 2007-2012. Molenhaven is het belangrijkste inlaatpunt voor watervoorziening Voorne, dus onttrekking aan het Brielse Meer.
  • Volledige tijdreeks dagdebieten gemaal Winsemius 2007-2011 (2012 opgevraagd). Het gemaal Winsemius voedt de Brielse Meer leiding voor de doorvoer naar Delfland
  • Volledige tijdreeksen uurdebieten van de industriële onttrekkingen 2002-2008 en 2010-2012

Onderdeel 3: Empirische analyse van de externe verzilting bij de Bernisse Inlaat in het Spui.

Deze analyse is in fase 1 met een beperkte set gegevens uitgevoerd (EC metingen bij de Bernisse Inlaat van het waterschap). In fase 2 wordt deze analyse uitgebreid met gegevens van RWS (DONAR en HMCZ).

  • Volledige tijdreeks uurgegevens chloride Zuidland (in het Spui) 2000-2013
  • Idem Beerenplaat (in het Spui bij Oude Maas) 2000-2013
  • Idem inloop Spui op het Haringvliet (twee dieptes) 2005-2013
  • Idem Hollandsch Diep bij Volkeraksluizen (twee dieptes) 2000-2013

Met deze analyse moet duidelijk worden in hoeverre geringe maar langdurige verzilting ook nu al optreedt (en dus wordt onderschat in het deltamodel). De reactie van RWS-WNZ op het quick scan rapport onderstreept de relevantie van deze analyse.