Project

SBV Culicoides

Recent verrichte sequentie-analyses van het complete genomen (S, L en M-segmenten) van Schmallenberg virus afkomstig uit bloedmonsters van runderen in Duitsland en Nederland (bovine SBV: bSBV) en van virus uit hersenweefsels van misvormde en doodgeboren lammeren (oSBV) heeft aangetoond dat er belangrijke verschillen bestaan tussen de aminozuur volgorden van bSBV (uit bloed rund) en oSBV (uit hersenweefsel lam).

Op een stuk van 10 aminozuren gecodeerd door het M-segment worden 4 verschillen gevonden tussen oSBV en bSBV. Bij verwante virussen uit de orthobunyavirus simbu serogroep (Sathuperi en Douglas virus) worden in dezelfde regio (Gc regio) van het M-segment ook duidelijke verschillen gevonden ten opzichte van oSBV. Dit suggereert dat deze Gc regio belangrijk is voor weefsel- cel- en species-tropisme. Daarnaast zijn 4 aminozuur verschillen gevonden tussen oSBV en bSBV op het L-segment (dat codeert voor het RNA-afhankelijk polymerase).

Probleemstelling: Bij recent uitgevoerde infectieproeven (CVI en partners) in runderen en schapen is gevonden dat alleen bSBV (uit runderbloed) zich vermeerdert in schapen. oSBV (uit lammerhersenen) doet dit niet! Klinische verschijnselen werden ook met bSBV niet geïnduceerd. Tot op heden is er geen SBV geïsoleerd uit schapenbloed in het veld en dat lijkt ook niet eenvoudig: Klinische verschijnselen bij acuut geïnfecteerde volwassen schapen zijn onduidelijk en het is niet bekend wat voor vorm van viraemie er optreedt bij acute infectie in schapen in het veld. Dit benadrukt de behoefte om SBV uit knutten (dat de ziekte veroorzaakt bij schapen) te karakteriseren.

Projectdoelstellingen: 1) Is SBV uit knutten dat runderen infecteert genetisch verschillend van het SBV uit knutten dat schapen infecteert? 2) Indien dit het geval is: Worden genetisch verschillende virus strains verspreid door dezelfde knutten (culicoides) species? (vector competentie); 3) Ondergaat SBV uit knutten tijdens de pathogenese in rund of schaap veranderingen waarna er een niet-ziekte-verwekkende variant ontstaat in het centraal zenuwstelsel van de foetus? (adaptatie/selectie in cellen?); 4) Bestaan er meerdere SBV varianten in knutten? En worden die dan verspreid door verschillende knutten (culicoides) species. Zijn hierbij geografische verschillen?

Resultaten en doorwerking: opheldering van genetische verschillen tussen SBV isolaten die gevonden worden in knutten (culicoides) en in runderen en schapen door middel van sequentieanalyses. Dit levert niet alleen belangrijke kennis op van de fylogenie van het virus maar ook cruciale informatie voor het bepalen van de strategie van de SBV bestrijding. Dit is belangrijk om de huidige verspreiding te beheersen maar ook voor het voorkomen van uitbraken in de toekomst. Als de mogelijkheid (geschikte monsters) zich voordoet kan SBV geïsoleerd worden uit knutten


Publicaties