Project

Smart Dairy Farming

De melkveehouderij in Nederland staat er goed voor. De publieke opinie vindt dat de koe een onderdeel uitmaakt van het Nederlandse landschap en de melkveehouderij producten worden als gezond en voedzaam ervaren. Producten, diensten en kennis die uit de melkveehouderij voort komen vormen een belangrijk export product en levert een aanzienlijke bijdrage aan ons nationaal product. Algemeen wordt aangenomen dat we op het terrein van de melkveehouderij onze leidende rol nog verder kunnen uitbouwen.

Er liggen echter een aantal uitdagingen in het verschiet voor de komende jaren. Er is al jarenlang een tendens gaande om dieren steeds meer binnen te huisvesten hierdoor dreigt de weidegang te verdwijnen. Deze ontwikkeling staat haaks op wat de publieke opinie wil. De gemiddelde bedrijfsgrootte neemt al jaren toe en deze ontwikkeling komt naar verwachting in 2015 bij de afschaffing van de superheffing in een stroomversnelling. Bij de toename van de bedrijfsgrootte zal de veehouder tools moeten toepassen om de individuele zorg koeien vroegtijdig geattendeerd te krijgen, deze dieren in de kudde te kunnen opsporen en methoden beschikbaar moeten hebben om afwijkingen te kunnen opheffen.

De consumenten willen dat producten maatschappelijk verantwoord geproduceerd worden en producten moeten veilig zijn. Consumenten willen zelf de mogelijkheid hebben om te kunnen controleren wat de oorsprong van een product is en hoe het product tot stand is gekomen.

De melkveehouderijketen wil zich pro actief opstellen en oplossingen doorgevoerd hebben voordat problemen actueel wordt.

Het SDF project speelt hierbij een cruciale rol. Uit dit project moeten tools beschikbaar komen om de individuele aandacht aan dieren te kunnen blijven geven en te verbeteren. Het project wil de interactie tussen toeleveranciers, melkveehouders, onderzoekers en ketenpartijen verder op gang brengen en stimuleren en wil door educatie de keten als geheel op een hoger niveau brengen.

WLR wil de beschikbare expertise op het gebied van sensortoepassingen in de veehouderij en het modelmatig verwerken van de sensorgegevens in het SDF project inbrengen en uitbouwen, de volgende aspecten zijn hierbij bijvoorbeeld relevant:

Bij het toepassen van automatische melksystemen (maar ook bij traditionele melksystematiek) speelt de klauwgezondheid van de veestapel een zeer belangrijke rol (Borderas et. al., 2008), door automatisch klauwgezondheid monitoring (bijvoorbeeld met behulp van de DFUC) kunnen afwijkingen vroegtijdig gesignaleerd worden en door direct te acteren kunnen problemen worden beperkt. Deze klauwproblemen, andere aandoeningen en tochtigheid kunnen ook eerder getraceerd worden door te letten op veranderingen in voerder gewoonten (Conzalez et.al. 2008) en of gedrag van het dier in z’n algemeenheid (Walker et. Al., 2008; Philips, 2002). Het gedrag van het dier in de stal, de manier waarop het dier zich door de stal beweegt en het gebruik van de faciliteiten van het individuele koe kunnen gebruikt worden om met (kleine) aanpassingen de stal-layout te optimaliseren (Halchmi et. Al. 2000). Door de informatie van meerdere sensor systemen te combineren kan er een betrouwbaardere uitspraak worden gedaan omtrent het optreden van een afwijking bij een individueel dier (Mol, de et. al.,, 1999). Niet iedere koe reageert op dezelfde manier op voedsel en stimuli. Door individuele registraties en het gebruik van DLM’s kan het verstrekken van voer en stimuli aan het individuele dier geoptimaliseerd worden  (André et. al., 2011) waardoor beschikbaar voer en middelen efficiënt benut kunnen worden.