Stimulans voor stadsvarkens

Project

Stimulans voor stadsvarkens

Stichting Stadsvarkens te Ede wil bijdragen aan het sluiten van de kringloop, onder andere die van water en voedsel, en wil zo de natuur weer dichter bij de mensen brengen. Door stadsvarkens op een zo natuurlijk mogelijke wijze te houden (in het Veldhuizerbos) willen zij hier concreet vorm aan geven. Omdat vrije varkens niet passen in de regelgeving voor de intensieve veehouderij heeft de stichting de Wetenschapswinkel gevraagd om de wet- en regelgeving op dit specifieke gebied nader te onderzoeken.

Bij het voornemen om stadsvarkens te houden zijn er heel specifieke vragen relevant. Wat is een ‘graasdier’, wat is een ‘weidedier’? Wat is afval, wat is swill (gekookt keukenafval)? Wat mag wel, wat mag niet? Mogen gewasresten van moestuinen gevoerd worden? Is dit de Europese wetgeving of een interpretatie ervan? Welke ruimte is er voor het voeren van afvalstromen?

Rapport achterzijde.jpg

Bij voedselbewustzijn hoort aandacht voor voedselverspilling. Deze varkens hebben een belangrijke rol bij het vrijkomen van hoogwaardige producten die geschikt zijn als varkensvoer, en zo de kringloop te sluiten en verspilling te voorkomen. Met het onderzoek door de Wetenschapswinkel wil men duidelijkheid verkrijgen welke belemmeringen er zijn en welke mogelijkheden er liggen voor het houden van vee in de stad. Burgers krijgen een beter beeld van het houden van landbouwhuisdieren en kunnen zelf met initiatieven aan de slag om een deel van hun voedsel in hun eigen woonomgeving te produceren. De focus ligt daarbij bij het houden van varkens.

Scenario’s

Binnen een ACT-traject is door studenten gekeken naar relevante wetgeving. Er zijn vervolgens vier scenario’s geschetst voor het houden van stadsvarkens die gevoerd worden met lokale reststromen. De geschetste scenario’s zijn:
1) de registratie van alle leveranciers en voedselresten
2) het gedogen van de situatie
3) een alternatieve afzet van het vlees
4) het aanvragen van een pilotproject

Op basis van deze scenario's is een advies gemaakt. Daarbij is uitgegaan van de doelstellingen van Stichting Stadsvarkens, namelijk een lokale circulaire economie en educatie.

Voor het eerste doel, een lokale circulaire economie, wordt een coöperatie geadviseerd. Daardoor kan het vlees van de varkens door de leden kan worden geconsumeerd. Hiermee is een groot deel van de wetgeving op voedselproductie niet meer van toepassing, omdat er geen sprake is van een markt. Voor het houden van de varkens is wel een vergunning nodig. Omdat het echter om niet meer dan vier dieren gaat, is de lichte status van toepassing. Stichting Stadsvarkens is dan een zogenaamd RE-bedrijf, waar varkens worden gehouden voor recreatieve of educatieve doelen en uiteindelijk worden geslacht.

Voor het educatieve doel volstaat een stichting. Deze kan zich zonder de ‘last’ van de uitvoering van een activiteit als varkenshouderij inzetten voor educatie, promotie en verruiming van wettelijke kaders.

Reststromen

Stichting Stadsvarkens wenst haar varkens zo veel als mogelijk te voeden met reststromen. Het rantsoen dat wordt verstrekt bevat groente en fruit, wei en bierbostel. Potentiële reststromen zijn aardappels, gras en eikels en kastanjes.

Er valt een driedeling te maken in voedermiddelen die al dan niet zijn toegestaan:

a. Toegestaan

· Lokale en primaire producten waarop geen verwerking is toegepast (zoals groente en fruit van de lokale groenteboer)
· Aardappels (niet rauw)
· Peulvruchten
· Eikels (rijp) en kastanjes (tamme en paardenkastanjes)
· Gras

b. Toegestaan mits gecertificeerd

· Mengvoeders
· Brijvoeders
· Wei
· Bierbostel
· Producten waarbij een verwerking is toegepast (zoals brood en bakkerijproducten)

c. Nooit toegestaan

· Keukenafval en etensresten van welke aard dan ook
· Dierlijke bijproducten en daarvan afgeleide producten

De stichting kan de initiator zijn in de discussie richting de realisatie van een andere realiteit. De overheid volgt maatschappelijke ontwikkelingen en treedt stimulerend en regulerend op. Zij kan mogelijkheden zoeken om gewenste ontwikkelingen ruimte te geven, nieuwe ontwerpen in te passen binnen de omgevingsvisie en te zorgen voor herontwerp van instrumentarium, inclusief toetsingskaders en andere beoordelingsmechanismen.

Advies aan de stichting

Voor de doelstelling ‘educatie’ is een stichting een goede vorm.
Deze kan zich zonder de last van de uitvoering van een activiteit als varkenshouderij inzetten voor het promoten van een lokale circulaire economie, aandacht voor duurzaamheid, voor het verruimen van wettelijke kaders voor deze initiatieven, of voor elk ander hieraan gerelateerd doel. Met deze ambitie is het duidelijk dat de stichting de initiator kan zijn in de discussie richting de realisatie van een andere realiteit. Deze rol kan worden opgepakt door:

1. Het delen van ideeën en ambitie met andere soortgelijke initiatieven in het land. Stadsvarkens zijn er ook op andere plaatsen en problematiek in bredere zin rond landschapsvarkens (meer of minder economisch gehouden) raakt aan die van de stichting.

2. Samen de agenda te maken voor de gewenste aanpak. Hierbij is verbinding met de recent gestarte Green Deal Weidevarkens van belang.

3. De overheid, zowel lokaal (gemeente) als ook landelijk, aan te spreken op haar rol van regelgever in een maatschappij die steeds meer verduurzaamt.

Advies aan de overheid

De rol van de overheid is onder andere het volgen van maatschappelijke ontwikkelingen, en daar waar nodig en gevraagd stimulerend en regulerend op te treden. Dat is bij ‘de stadsvarkens’ aan de orde. Te denken valt hierbij aan:

Algemeen

1. (Samen) zoeken naar mogelijkheden om gewenste ontwikkelingen ruimte te geven en te reguleren.

Lokale overheid (gemeenten)

2. Inpassing (ontwerp) binnen omgevingsvisie. Hier wordt vastgelegd hoe op lokaal niveau het gewenste landschap er uit mag zien. Programmeer hier omheen de ruimte, ook bij het doelmatig toepassen van de regels.

Centrale overheid (Ministerie van Economische Zaken, wellicht ministerie van Infrastructuur en Milieu)

3. Herontwerp van instrumentarium, inclusief toetsingskaders en andere beoordelingsmechanismen, welke dienend zijn aan de maatschappelijke wensen.