Project

Tomatenproductie sturen van blad naar vrucht

De voorlopige resultaten van het lopende project: Het Nieuwe Gewas; Verhogen van de lichtbenutting door de plant laten zien dat de hypothese dat met een open gewasstructuur een betere lichtbenutting te bereiken is voor een aantal aspecten zeker juist is. Door de open gewasstructuur waarbij bewust jong blad is geplukt (55 % van de aangelegde bladeren wordt weggenomen) wordt de verdeling van assimilaten tussen blad en vrucht gewijzigd ten gunste van de vrucht. Door het opener gewas dringt het licht dieper door in het gewas en krijgen lager gelegen bladlagen meer licht. De afstand tussen de resterende bladeren werd door de kortere internodiënlengte wel iets minder, maar dit compenseert niet voor de lagere lichtonderschepping. De fotosynthese capaciteit van de onderste bladeren in het opener gewas is alleen bij hoge lichtintensiteit (> 500 mol/(m2.s)) hoger. De LAI van het open gewas is ongeveer 2.

Een tweede hypothese was dat een neveneffect van een verandering van de gewasstructuur leidt tot minder gewasverdamping. Ook deze hypothese blijkt in de voorlopige resultaten bevestigd te worden. Dit leidt in de winter tot minder inzet van warmte om het vocht aftevoeren.

Een andere veronderstelling was dat een open gewasstructuur moet bijdragen aan een betere verticale warmteverdeling in het gewas. Hierdoor zal de vruchtuitgroei regelmatiger zijn, wat gunstig zou moeten zijn voor de uniformiteit van de vruchten in een tros. Dit lijkt bij de visuele beoordeling echter niet het geval te zijn. Uit de analyse van alle gegevens moet nog worden vastgesteld of de vruchtgroei tijdens de ontwikkeling van bloem tot vrucht mede werd bepaald door de mate van bladpukken.

Publicaties