Narcissen

Project

Valorisatie van reststromen uit de broeierij van bloembollen d.m.v. bioraffinage

Benutten van reststroom uit de broeierij middels bioraffinage.

Doelstelingen project

Haalbaarheid van extra waarde aan bloembollenketen door de reststroom uit de broeierij middels bioraffinage te benutten als grondstof voor fijnchemicaliën, veevoer, energie en als uitgangsmateriaal voor biobased producten.

Resultaten

Wat is er gerealiseerd:

Er zijn gesprekken gevoerd met specialisten van PRI en FBR over de mogelijkheden van bioraffinage.  Uit die gesprekken is geconcludeerd dat de bioraffinagetechniek is nog niet zover is ontwikkeld dat reststromen van bollen in bestaande installaties geraffineerd kunnen worden.  Het is belangrijk om eerst te weten uit welke componenten de reststroom is opgebouwd (naast informatie over volumes, regio’s en tijdstippen, informatie die is verkregen uit een project, dat is gefinancierd door het Kenniscentrum Plantenstoffen).  Vervolgens kan een keuze gemaakt worden omtrent de logistiek, droogtechnieken, en specifieke raffinagetechnieken om bepaalde componenten te winnen. Omdat raffinage en een economische analyse van het concept niet mogelijk waren is ervoor gekozen om reststromen van lelie en tulp (gewasresten en bolresten) door een extern bedrijf te laten analyseren op gehaltes aan zetmeel, suikers en eiwit. Die informatie is gekoppeld aan de informatie uit het in kaart brengen van reststromen, waardoor nu per regio bepaald kan worden hoeveel ton zetmeel, suikers en eiwit beschikbaar is in reststromen op specifieke momenten in specifieke regio’s. Dit IPOP-project en het Kenniscentrumproject hebben elkaar zodanig versterkt, dat de gebundelde informatie nu aanleiding is voor de bedrijven Royal Cosun en Sense om met PPO, PRI en FBR verder te praten over mogelijkheden om de reststromen te verwaarden. De kennis uit beide projecten is ook mede uitgangspunt geweest voor de PPS : “Kansrijke mogelijkheden voor biobased grondstoffen uit regionale biomassareststromen in combinatie met de benodigde logistieke infrastructuur van biomassawerven –  a.h.v. de cases Greenport Betuwse Bloem en Greenport Duin- en Bollenstreek”, trekker B. Annevelink, FBR. De PPS staat nu nog op de reservelijst, maar begin 2013 doet het PT (Jan Smits) verwoede pogingen om het geheel gefinancierd te krijgen.