kip

Project

Verbeterd welzijn van vleespluimvee

Het gaat om onderzoek naar de invloed van emissiearme huisvestingssystemen op voetzoollaesies en sterfte bij vleespluimvee, het effect van voeding van de moederdieren op de prestaties en het optreden van voetzoollaesies bij hun nakomelingen en het effect van kwaliteit van het broedei op het voorkomen van voetzoollaesies.

Doelstellingen project

Met ingang van 2013 zijn voetzoollaesies onderdeel van de beoordelingssystematiek in het kader van de Vleeskuikenrichtlijn. Factoren als voersamenstelling, strooiselmateriaal, drinkwatervoorziening en broedmanagement blijken van invloed. Het onderzoek richt zich op het effect van voeding van de moederdieren, het effect van kwaliteit van het broedei en het effect van omissiearme huisvestingssystemen op voetzoollaesies en uitval bij vleeskuikens. Bedrijven met meer dan 40.000 vleeskuikenplaatsen moeten volgens de milieuwetgeving sinds 1 januari 2010 een emissiearme techniek toepassen. Welke techniek(en) worden toegepast is vastgelegd in de milieuvergunning van het bedrijf. Het onderzoek wordt afgestemd met onderzoek naar welzijnsmonitoring (zie 5.1).

Aanpak en tijdspad

Met gegevens over milieuvergunningen en gekoppeld aan de resultaten van de beoordeling van koppels vleeskuikens op voetzoollaesies en uitval wordt via datamining naar relaties gezocht en het effect van specifieke factoren geanalyseerd. Door middel van een vragenlijst wordt het verband tussen de toegepaste techniek en het aantal voetzoollaesies op een bedrijf vastgelegd.  Het effect van verschillende voeders op gedrag en technische resultaten van vleeskuikenouderdieren wordt onderzocht, waarbij het effect van deze voeders op gezondheid en voetzoollaesies bij de nakomelingen ook betrokken wordt. Het betreft deels onderzoek onder gecontroleerde (proef)omstandigheden, deels onderzoek op praktijkbedrijven.

Globale planning

Het onderzoek wordt in 2013 uitgevoerd

Resultaten

ndicatie van de invloed van diverse in de praktijk toegepaste emissiearme systemen  op het voorkomen van voetzoollaesies bij vleeskuikens, evenals indicaties van het effect van voeding van de moederdieren en de kwaliteit van het broedei op voetzoollaesies bij de kuikens. De resultaten worden in rapporten vastgelegd.