Project

Verbetering benutting bodemvoorraad fosfaat

Milieudoelen voor het beperken van fosfaatgebruik zijn beter haalbaar als blijkt dat bij een lagere fosfaatbelasting land- en tuinbouw toch rendabel is. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving onderzoekt voor zowel gangbare als biologische teeltwijzen de effecten van verschillende manieren van bemesting en bewerking van de grond.

Doelstelling

Het project heeft doelstellingen voor zowel de gangbare als de biologische sector:

  • Effect kwantificeren van langjarige organische en anorganische bemesting op de fractie organisch gebonden fosfaat in de bodem;  correleren aan indicatoren voor de fosfaatvoorziening van de gewassen.
  • nagaan of en in hoeverre intensieve of minimale grondbewerking invloed heeft op de fosfaatbenutting door het gewas.
  • kwantificeren van verschillen in opname en benutting van bodemfosfaat tussen verschillende typen groenbemesters en hoeveel hiervan na inwerken beschikbaar komt voor het volggewas
  • bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een rekenmodel om de mineralisatie van fosfaat te voorspellen.

Plan van aanpak

Het jaar 2012 is besteed aan projectvoorbereiding en een snelle start van het veldonderzoek. Het onderzoek zal zoveel mogelijk worden uitgevoerd en aangesloten bij lopend, meerjarig (bodem)onderzoek.

De volgende activiteiten zijn in 2012 uitgevoerd:

  • fosfaatmonitoring bij verschillende systemen van grondbewerking, en verschillende organische bemestingsregimes (kunstmest, dierlijke mest, plantaardige compost)
  • inventariseren mogelijkheden voor het inschatten van de bijdrage van organisch fosfaat in de bodem aan de fosfaatvoorziening van het gewas
  • indicator zoeken voor de afbraak van P-org in de bodem
  • traditionele grondbewerking (ploegen) vergelijken met minimale grondbewerking en effect op fosfaatbenutting door het gewas
  • groenbemesterproeven (na tarwe) met vlinderbloemige, kruisbloemige en grasachtige bij zowel ploegen als minimale grondbewerking (voor winterpeen)

Variabelen die zijn bekeken:

  • Bodemstructuur
  • intensiteit van beworteling
  • wormenactiviteit

In 2012-2013:

  • Fosfaattoestand en verdeling over verschillende pools meten op referentiepercelen bij (biologische) praktijkbedrijven en percelen PPO Vredepeel
  • Vergelijken PPO-perceel Vredepeel met zelfde grondsoort in Vredepeel waar géén fosfaatevenwichtsbemesting is toegepast
  • Mineralisatiemodel MINIP voor berekening N-mineralisatie uit organisch materiaal aanpassen om ook P-mineralisatie te voorspellen.

Resultaten

De structuur en activiteit van regenwormen leek minder te zijn in percelen die met minerale mest bemest waren, dan in de objecten die met kippenmest of groencompost bemest werden. Maar bodemverdichting door berijding met machines op de kopakker kan hierin ook een rol hebben gespeeld.

Er zijn geen verschillen gevonden in fosfaat en drogestofgehalte. In 2012 zijn bovendien bodem- en gewasanalyses gerelateerd aan fosfaat uitgevoerd voor het Mest Als Kans-project. Deze staan beschreven in Van Wijk et al. (2012).

In 2013 wordt vastgesteld hoeveel van het door de groenbemesters opgenomen fosfaat na inwerken beschikbaar komt voor het volggewas (winterpeen).

Producten

Na elk proefjaar wordt een tussenrapport opgeleverd en na afloop van het project een eindrapport. Verder zullen artikelen en nieuwsberichten worden geschreven voor Biokennis, Kennisakker en de vakbladen.

Publicaties