varken

Project

Verbetering transport en doden

Onderzoek in dit cluster van activiteiten is gericht op het verbeteren van het transport en het doden van dieren uit het oogpunt van dierenwelzijn.

Het betreft onderzoek naar:

  • het verbeteren van de condities van transport en aanvoer van dieren op het slachthuis
  • het opstellen van richtlijnen voor transport van diersoorten in samenhang met transportduur
  • alternatieven voor het ophangen van pluimvee bij de slacht
  • het ontwikkelen van een meetmethode voor bewusteloosheid bij slachtdieren
  • preventiemogelijkheden voor het doden van eendagshaantjes

Werkwijze

Transport
Gebrek aan ruimte tijdens het transport is een belangrijke bedreiging  voor het dierenwelzijn. Vooral in de categorie  'andere varkens dan slachtvarkens' is er weinig bekend over de optimale beladingsdichtheid. Met collega's van het Federal Research Institute for Animal Health (FLI) zal daarom praktijkonderzoek worden gedaan. Dat richt zich op het meten van het welzijn van varkens van verschillende gewichtscategorieën tijdens transporten over lange afstand in relatie tot de beladingsdichtheid en het microklimaat. De resultaten van het onderzoek zijn van belang voor een concrete invulling  van de transportrichtlijn.

Vaak ontbreken richtlijnen over welke dieren wel of niet mogen worden getransporteerd over de weg en welke transportduur acceptabel is. Samen met medewerkers van het Spaanse Institut de Recerca i Tecnologia Agroalimentaries (IRTA) wordt een objectieve methode ontwikkeld die hierin voorziet  en daarmee internationale uniformiteit nastreeft. Het protocol wordt in eerste instantie ontwikkeld voor transport over de weg van biggen, slachtvarkens en slachtrunderen. Wanneer het voor deze diergroepen werkt, kan het ook worden  ingezet bij andere diersoorten. De aanvraag voor dit onderzoek ligt bij de EU.

Verantwoord doden
Methoden voor het verantwoord doden van dieren worden door zowel publiek als de veterinaire wereld kritisch gevolgd. Het ophangen van pluimvee wordt momenteel gedoogd maar voldoet niet aan het criterium dat de fixatiemethode het welzijn van de dieren zo min mogelijk dient  te schaden. Alternatieven om pluimvee elektrisch te bedwelmen zonder de vogels op te hangen zullen worden onderzocht. Na kort literatuuronderzoek zal samen met een apparatenbouwer worden besloten welke fixeertoestellen in een pilot bruikbaar zijn. Vervolgens worden maximaal twee prototypen gebouwd en bij vleeskuikens getest.

Een ander probleem met het verantwoord doden van dieren is dat toekomstige EU-wetgeving niet kan worden gehandhaafd. Met name de eis van controle op correcte verdoving is onuitvoerbaar omdat er (nog) geen betrouwbare klinische methode is om in praktijksituaties bewustzijn dan wel bewusteloosheid aan te tonen. Daarom is onderzoek voorbereid naar de ontwikkeling van een meetmethodiek en of meetmodule voor het meten van bewusteloosheid bij vleeskuikens en slachtvarkens. Deze meetmethode moet inzetbaar zijn onder praktijkomstandigheden.

Het doden van eendagshaantjes staat bij herhaling bloot aan maatschappelijke kritiek en is regelmatig onderwerp van politiek debat. Op basis van eerder onderzoek  heeft de minister naar de tweede kamer (1 oktober 2008) aangegeven dat drie alternatieven voor het doden van eendagskuikens in principe dienen te worden onderzocht.  Hiervoor worden drie studies uitgevoerd. Als eerste is gekeken of het geslacht van vers gelegde eieren kan worden bepaald (‘seksen van eieren’) door verschil tussen mannelijke en vrouwelijke eieren in gehalte van bepaalde stoffen in het eigeel. Het bestaan van dergelijke verschillen kon echter niet worden bevestigd. Ten tweede wordt gekeken naar de mogelijkheid om de geslachtsverhouding in de eieren te veranderen (de hen legt dan minder mannelijke eieren) door beïnvloeding van de hen met omgevingsfactoren. Ten derde wordt nagegaan of het seksen van eieren (en uitselecteren van mannelijke eieren) wel mogelijk wordt door gebruik te maken van genetische modificatie voor een merkergen voor green fluorescent protein (GFP). Voor dit laatste onderdeel wordt intensief samengewerkt met Roslin Institute (University of Edinburgh).