aardappelen

Project

Verhoging bodemweerbaarheid door stimulering antagonisten

Bij een hoge bodemweerbaarheid zal geen of weinig schade optreden aan het gewas, ondanks de aanwezigheid van ziektekiemen. Dit komt de opbrengst ten goede, en ook zijn minder gewasbeschermingsmiddelen nodig. Plant Research International onderzoekt de bodemweerbaarheid door toevoegen van organische (dierlijke) reststromen.

Doelstelling

Effectieve maatregelen ontwikkelen die de bodemweerbaarheid verhogen. Dit project richt zich specifiek op verhoging van de weerbaarheid tegen ziektes, vooral Rhizoctonia, door toevoeging van organische (dierlijke) reststromen.

Plan van aanpak

In dit project worden praktijkmogelijkheden om bodemweerbaarheid met dierlijke reststromen (onder andere verenmeel) te verhogen verder onderzocht. Verschillende dierlijke reststoffen zijn als meststof toegelaten, maar worden niet doelgericht toegepast om bodemweerbaarheid te verhogen.

Voor de praktijk is het belangrijk om de reikwijdte van het mechanisme van weerbaarheid te kennen: voor welke gewassen en in welke grondsoorten wordt de weerbaarheid verhoogd?

Effectiviteit van de weerbaarheid zal bij een aantal belangrijke gewassen die problemen hebben met Rhizoctonia getoetst worden (kool, wortel, aardappel, een bolgewas, en andere).

Voor toepassing van dierlijke reststromen zijn in de praktijk twee strategieën denkbaar:

  • Als meststof, met verhoging van weerbaarheid als bijeffect
  • Doelgerichte stimulering van weerbaarheid

In 2012 is verhoging van weerbaarheid in verschillende grondtypen getest (bioassay); en weerbaarheid in praktijkgronden waar dierlijke reststromen (verenmeel, bloedmeel) zijn toegediend als meststof in vergelijking met controle gronden (bioassay). De omvang en toename van Lysobacter-populatie is bepaald in de verschillende gronden.

In 2013 staan de volgende activiteiten op het programma:

  • Effect van weerbaarheid bij verschillende gewassen bepalen (bioassays met verschillende gewassen en bijbehorende Rhizoctonia-typen)
  • Weerbaarheid in praktijkgronden herhalen, en meerjarig effect testen
  • Overleg met praktijknetwerken t.a.v. toepassingsmogelijkheden reststromen
  • Veldproef voorbereiden; bij voorkeur in aansluiting met bestaande experimenten en/of systeemprojecten.

En in 2014:

  • Veldproef voor gerichte stimulering van weerbaarheid
  • Verdere analyses afhankelijk van uitkomsten uit 2012 en 2013; ook resultaten veldproef in SKB betrekken
  • Synthese van alle data en in overleg met praktijk & -netwerken komen tot een advies t.a.v. toepassing reststromen.

In 2012 getoetste gronden zijn:

  • Zwaagdijk (klei, controle grond)
  • Walcheren (klei)
  • Lelystad (klei)
  • Vredepeel (zand)
  • Lisse (duinzand)
  • Wijnandsrade (löss)

Resultaten 2012

Ziektewering door verenmeel en chitine kwam alleen tot uiting in de potproef en niet in de containers. Mogelijk hebben de tegenvallende resultaten te maken met de extreme vorst in februari 2012. Daarom wordt dezelfde set gronden nogmaals getest in 2013.

Beoogde eindresultaten

Het project levert uiteindelijk effectieve maatregelen die de bodemweerbaarheid tegen ziektes verhogen; met inzet van dierlijke reststromen.

Tot nu toe behaalde resultaten zijn gepubliceerd in vakbladartikelen, tijdens (voorlichtings-)bijeenkomsten, en op congressen.

Publicaties