teek

Project

Verkleinen contactkans mens en teek

In 15 jaar tijd is het aantal ziektes van Lyme in Nederland bijna verviervoudigd. Voor de volksgezondheid zijn maatregelen van belang. Daarom wordt onderzocht of luchtvochtigheid en temperatuur sturend zijn in activiteit en mortaliteit van de schapenteek.

Doelstelling

De ziekte van Lyme, hoofdzakelijk veroorzaakt door de schapenteek, neemt snel toe. In 15 jaar is het aantal gevallen in Nederland bijna verviervoudigd. Voor de volksgezondheid zijn maatregelen van groot belang. Bekend is dat teken niet houden van droge en erg warme omstandigheden. Er is echter geen onderzoek bekend waarbij het beheer van gebieden zodanig gestuurd wordt, dat een ongunstig microklimaat voor teken ontstaat. In het beheer van gebieden kunnen mogelijk grote kansen liggen om de contactkans tussen mens en teek te verminderen. Doel van dit onderzoek is om antwoord te geven op twee vragen. Zijn luchtvochtigheid en temperatuur sturend in activiteit en mortaliteit van de schapenteek? Is het mogelijk om in een semi-veld situatie op experimentele schaal, de activiteit en de mortaliteit van de schapenteek te manipuleren?

Resultaten

In de experimenten zijn relaties gelegd tussen temperatuur/relatieve luchtvochtigheid (RL) en de activiteit en overleving van teken, zowel onder geconditioneerde als fluctuerende omstandigheden. Deze relaties waren echter niet eenduidig, er waren interacties tussen de effecten van temperatuur en RL. Bijvoorbeeld bij RL boven de 85% waren er bijna geen dode teken, terwijl in geval de RL onder de 85% was (gemiddeld in de 24 uur voorafgaand aan een observatie) de overleving van teken negatief was gecorreleerd met de temperatuur. Met andere woorden, bij lage temperatuur was de overleving goed bij een RL boven de 85%, maar oplopend bij lage RL.

Het is bekend dat het microklimaat varieert tussen habitats. Het is daarmee mogelijk om met behulp van beheersmaatregelen dit microklimaat tot op zekere hoogte te regelen. Lokaal kan bijvoorbeeld het verwijderen van het strooisel de RL verlagen, en zeker ook de mogelijkheid van teken om hun watervoorraad aan te vullen. Korthouden van de vegetatie verminderd niet alleen de mogelijkheid voor teken om te zoeken naar een gastheer, het kan ook zorgen voor direct zonlicht op de grond, en daarmee kan de vochtigheid omlaag gaan. Beheer zal niet in alle gebieden toepasbaar zijn, en zal er niet voor kunnen zorgen dat op grote schaal teken verdwijnen, echter dit onderzoek naar de relaties tussen klimaatomstandigheden en gedrag/overleving van teken heeft laten zien dat het mogelijk lijkt te zijn om op lokale schaal gedrag en overleving van teken te sturen.

Plan van Aanpak

In een tuin plaatsen onderzoekers mesocosms waarin ze teken losgelaten. De mesocosms (PVC buizen van20 cm doorsnede, 30 cm hoog) zijn aan de onderkant dicht en aan de bovenkant afgesloten met gaas. De helft van de mesocosms vullen we met een laag strooisel, de rest niet. Het strooisel bevochtigen we wekelijks. De helft van iedere groep zal worden beschaduwd, de andere niet. Op deze manier creëren we reële situaties die middels gericht beheer haalbaar zijn. In iedere mesocosm meten we de temperatuur en luchtvochtigheid met sensoren. Iedere dag stellen we op twee momenten vast hoeveel teken er in iedere mesocosm actief zoekend zijn (deze zullen aan het gaas hangen). Aan het eind van de proef bepalen we de overleving.

Publicaties