Publicaties

Inspannings- en vangstregistraties van trekvissen door beroepsvissers aan de buitenzijde van de Haringvlietsluizen in 2021

Rijssel, Jacco C. van; Winter, Erwin

Samenvatting

De Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta vormden van oudsher een open estuarium met vrije toegang voor vissen tot het Rijn-Maas stroomgebied. Door de deltawerken is de toegankelijkheid van het gebied sterk ingeperkt. Dit heeft enorme consequenties gehad voor trekvispopulaties. Recent zijn grootschalige initiatieven gestart voor verbetering van doortrekmogelijkheden, waaronder het Kierbesluit (de ‘Kier’), dat in 2019 in werking is getreden. Rijkswaterstaat heeft de nodige monitoring en onderzoeken ingezet rondom de Kier in een traject van ‘lerend implementeren’. Binnen dit traject spelen veel beheersvragen in relatie tot herstel van vismigratie. Enkele van de hieraan verbonden beheersvragen centreren zich rondom het effect van de visserij op trekvissen, waarbij het ministerie van LNV heeft aangegeven hier in samenwerking met Rijkswaterstaat meer kennis over te willen vergaren. In het huidige onderzoek is getracht om de bijvangst van trekvissen door beroepsvissers zelf te laten registreren middels logboeken waarbij regelmatig een medewerker van WMR (opstapper) mee ging aan boord. Het doel is om voorafgaand én na instelling van de voorgenomen visserijvrije zone nabij de Haringvlietsluizen de bijvangst gedetailleerd in kaart te brengen. De nu voorliggende rapportage betreft de bijvangsten van trekvissen geregistreerd door beroepsvissers aan de buitenzijde van de Haringvlietsluizen in 2021. In totaal waren er 15 vissers actief in het Goereese Gat in 2021. Vier fuikenvissers, één staandwantvisser, één zegenvisser, zes kleine sleepnetvissers, vier grote sleepnetvissers. Drie van de vissers hebben hun inspanning en vangsten geregistreerd (fuikenvisser, staandwantvisser, zegenvisser). In deze drie visserijen zijn in totaal 88 trekvissen, verdeeld over negen soorten, bijgevangen in de periode juni 2021-januari 2022. De meeste trekvissen (55, voornamelijk rivierprikken en salmoniden) werden in hokfuiken gevangen, gevolgd door staandwant (23 finten) en zegen (6 finten, 3 zeeforellen) en in de schietfuiken werd één rivierprik bijgevangen. De hokfuiken vingen ook de grootste diversiteit aan soorten met zes van de negen soorten exclusief in hokfuiken. Bijzondere vangsten waren Siberische steur, regenboogforel en twee bultrugzalmen, allemaal gevangen met hokfuiken. De trekvissen elft, Atlantische steur en Europese steur zijn niet waargenomen. Opstappers zijn met vijf verschillende visserijen mee geweest om de vangsten te controleren. Tijdens deze opstapreizen zijn trekvissen gevangen. Bij drie van de 10 opstapreizen met garnalenvissers (kleine sleepnetvissers) is trekvis gevangen (1 juveniele Noordzeehouting, 2 juveniele Noordzeehoutingen, 4 zeeforellen resp.). Tijdens de opstapreis met de zegen zijn er twee zeeforellen bijgevangen. Tijdens de opstapreis met de fuikenvisser op aal/snoekbaars is één fint bijgevangen. Tijdens de opstapreis met de staandwantvisser is geen trekvis bijgevangen. Tijdens de opstapreis met de fuikenvisser op wolhandkrab is 1 juveniele Noordzeehouting bijgevangen. De meeste trekvissen die geregistreerd zijn in de vangsten, zijn volwassen dieren die mogelijk klaar waren om de rivieren op te trekken richting de paaigronden. Voor fint, zeeforel en mogelijk ook Noordzeehouting geldt dat deze dieren geregeld langs de Nederlandse kust foerageren, inclusief het Goereese Gat en dus niet noodzakelijkerwijs aan het intrekken waren. Deze tussenrapportage geeft een beeld van de bijvangst van trekvissen door beroepsvissers aan de buitenzijde van de Haringvlietsluizen. Dit beeld is niet volledig en representatief vanwege een aantal zaken. 1) Deze resultaten zijn gebaseerd op registraties van iets meer dan een half jaar waardoor er geen compleet beeld is ontstaan van alle seizoenen waarin trekvissen migreren en waardoor ook niet alle visserijen konden worden meegenomen. 2) Er zijn inspannings- en vangstregistraties van maar drie (fuiken, staandwant en zegen) van de zes visserijen. 3) De visserijen vinden op verschillende locaties plaats binnen het Goereese Gat. Aangezien niet alle vissers hun vangsten registreren ontbreekt er nog informatie over het verschil in de bijvangst van trekvis per vangstlocatie. 4) Het jaar 2021 lijkt een uitzonderlijk jaar te zijn met een hoge afvoer gedurende de zomermaanden waardoor er langer door gevist kon worden met fuiken en wellicht heeft deze hoge afvoer ook een grote(re) aantrekkingskracht gehad op trekvissen. Wageningen Marine Research rapport C027/22 | 5 van 24 Het verdient aanbeveling om de inspannings- en vangstregistraties uit te breiden zodat er een completer beeld van de inspanning en de bijvangst ontstaat. Daarnaast kan er meer nadruk worden gelegd op de behandeling van de bijgevangen trekvis, zoals snelle herkenning en terugzetten van trekvis voordat de rest van de vangst wordt verwerkt, wat de overleving van trekvis na vangst kan verbeteren.