Nieuws

Actualiseren Bodem Informatie Systeem (BIS)

Gepubliceerd op
10 april 2012

Het stuk van de bodem boven het grondwater (de onverzadigde zone) kan water vasthouden (retentie) en water doorlaten (doorlatendheid met capillaire drukhoogte). Deze eigenschappen en de relaties daartussen zijn karakteristiek voor bodems. Er ontbreken nog gecertificeerde gegevens voor een complete bodemfysische bodemkaart van Nederland. Alterra heeft onderzocht hoe je met de aanvullende bodemmonsters voor laboratoriumbepalingen deze hiaten kunt aanvullen.

Image.jpg

Het huidige Bodemkundig Informatie Systeem (BIS-Nederland) bevat beschrijvende gegevens van bodemhorizonten in Nederland, maar geen meetgegevens en afgeleide gegevens van bodemfysische karakteristieken.

Juiste en voldoende bodemfysische gegevens van de Nederlandse bodem zijn onmisbaar bij onderzoek naar voedsel- en biomassaproductie, het gebruik van bodem en water als grondstoffen, de emissie van broeikasgassen, het risico van uitspoeling van vervuilende stoffen naar het grond- en oppervlaktewater en de gevolgen van klimaatverandering voor het stedelijk gebied, infrastructurele werken en andere vormen van ruimtegebruik. Bodemfysische gegevens worden gebruikt in simulatiemodellen voor water- en stoftransport in de onverzadigde zone, in studies naar bijvoorbeeld uitspoeling van stikstof of bestrijdingsmiddelen, vochtlevering voor gewassen en beregeningsadviezen, of studies naar nat- en droogteschade of gewenste grondwaterstanden voor peilbeheer.

Op dit moment werken bodemkundigen en onderzoekers met gegevensbestanden als de Staringreeks, PAWN en Priapus. Er is behoefte aan een nieuwe indeling van de bodemfysische gegevens op bodemkundig én op geologisch niveau. Met een juiste indeling kan samenvoegen en opschalen van die gegevens een goed beeld geven van de bodems in Nederland. Het probleem hierbij is dat het aantal opschalingseenheden te groot is om binnen elke eenheid een grondmonster te nemen.

De onderzoekers bevelen aan om met een aanvullende steekproef ervoor te zorgen dat in ieder geval alle klassen naar boven- en ondergrond, afzettingsmilieu, textuur en gehalte aan organische stof in Priapus zijn vertegenwoordigd met ten minste twee monsters per klasse. Zij stellen voor om op gerichte locaties grondmonsters te nemen en geven daarbij een prioriteitsvolgorde aan. Bij ten minste twee monsters per grondklasse zowel van de bovengrond als van de ondergrond, komt het totaal aantal steekproeflocaties op minimaal 50 uit. Ook adviseren zij te analyseren hoe bodemfysische karakteristieken veranderen in de tijd, om inzicht te krijgen in de noodzaak van actualisatie van informatie in Priapus. Veel gegevens van monsters in Priapus blijken meer dan dertig jaar oud te zijn.

Rapport