Longread

‘Alleen als we nú allemaal gaan samenwerken, kunnen we biodiversiteitsverlies stoppen’

Vandaag, op de Dag van de Aarde, is het een goed moment om het nieuwe Wageningen Biodiversiteits Initiatief in de spotlight te zetten. Dat doen we door een interview met de aanjager van deze samenwerking, hoogleraar Plantenecologie en Natuurbeheer Liesje Mommer. ‘Als wij bij WUR al onze kennis inzetten op het gebied van biodiversiteit, kunnen we een enorm verschil maken.’

Verdwijnende insecten, bodems zonder regenwormen, afstervende koraalriffen: het gaat niet goed met de biodiversiteit. Het Intergovernmental Panel on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) schreef twee jaar geleden een alarmerend rapport met de boodschap: het tij moet worden gekeerd, voordat ecosystemen in elkaar klappen. Daarmee hangt ook het voortbestaan van de mens aan een zijden draadje.

Wij zijn onderdeel van de natuur, dat vergeten we weleens

Biodiversiteit is de basis van ons bestaan: voor ons voedsel, voor schoon water, voor klimaatadaptatie, als buffer tegen ziektes. Dat besef is voor Liesje Mommer, hoogleraar Plantenecologie en Natuurbeheer de drijvende kracht achter haar missie voor WUR: het ombuigen van de dalende biodiversiteitscurve. Ze wil alle initiatieven, onderzoeken en wetenschappers die zich binnen WUR met biodiversiteit bezighouden met elkaar verbinden. Haar motto: samen zijn we beter.

Dat is nogal een missie: biodiversiteitsverlies tot stilstand willen brengen

“Dat klopt. Biodiversiteitsverlies is minstens zo urgent als klimaatverandering, maar bij klimaatverandering weten we tenminste welke maatregelen daartegen zouden helpen. De uitvoering ervan is weliswaar nog beroerd, maar de oplossingsrichting is er (opwarming beperkt houden tot <1.5  ̊C). Dat is bij biodiversiteitsverlies veel minder het geval. We weten dat de mens de veroorzaker is, maar we weten niet precies hoe we het kunnen oplossen. Er is geen quick fix, er is een grote omwenteling nodig, die zal gebiedsafhankelijk moeten worden ingevuld. Daarom moeten we nu alle krachten – van sociologie tot agronomie, ecologie en technologie – bundelen.

We hebben nog tien tot vijftien jaar om het tij te keren en dat halen we niet met het tempo van nu

Wij wetenschappers hebben een taak hierin: het vraagt al onze inzet en creativiteit om die nieuwe oplossingsrichtingen te ontdekken. Dat is waar ik nu elke dag mijn bed voor uitkom. Het is tijd voor actie en iedereen moet aan de bak. Niet alleen WUR, maar ook de politiek moet lef tonen, de industrie en de financiële wereld. Boeren moeten de mogelijkheden hebben om mét biodiversiteit te werken in plaats van ertegenin. Daarom wordt biodiversiteit een kernthema bij WUR.”

Biodiversiteit

Waar komt je bevlogenheid vandaan?

“Ik ben plantenecoloog en onderzoek interacties tussen planten, vooral onder de grond: wortels en schimmels. Ik onderzocht die interacties vooral in biodiversiteitsexperimenten, in Wageningen en het Duitse Jena. Ik ontwikkelde een moleculaire methode waarbij ik de plantenwortels kon determineren en kon testen hoe ze interacteerden. En wat bleek steeds weer: soortenrijke plantengemeenschappen presteren beter op vrijwel iedere ecosysteemfunctie die we onderzochten; biomassaproductie, koolstofvastlegging, watervasthoudendvermogen, weerbaarheid tegen ziekten. Samen zijn planten beter, samen vormen ze winnende teams. Daar werkte ik aan toen het IPBES-rapport met die alarmerende boodschap verscheen.

Wij wetenschappers hebben de morele plicht om oplossingen te bedenken voor problemen van nu

Toen heb ik besloten: nu moet ik opstaan. Als Wageningers zijn we samen ook beter. Wetenschappers hebben de morele plicht om oplossingen te bedenken. Bijvoorbeeld voor het vergroten van biodiversiteit in ons voedselsysteem en hoe we de boeren daarbij kunnen helpen. De prijzen voor een liter melk of een kilo aardappels zijn zo laag dat een boer wel aan schaalvergroting moet doen, om een boterham te verdienen. Strokenteelt met zes verschillende gewassen is veel beter voor de biodiversiteit, maar ook ingewikkeld voor de boer. Die heeft ineens te maken met zes verschillende teelten, maar ook met zes verschillende afzetmarkten en evenzoveel bureaucratie. Alleen als we allemaal gaan samenwerken, kunnen we dit soort problemen oplossen.”

Hoe pakken we dat aan?

“Het is de kracht van WUR dat we alle benodigde disciplines in huis hebben: ecologen, bodemkundigen, plant- en dierwetenschappers, technologen, economen, gedragsdeskundigen, transitiewetenschappers. Bij WUR werken veel mensen voor hun passie: een groenere en betere wereld. Bovendien heeft WUR ook al praktische samenwerkingen met stakeholders als boeren, natuurbeheersorganisaties, ministeries, provincies en de voedingsindustrie. Als wij al onze kennis inzetten op het gebied van biodiversiteit, samen met deze partners, kunnen we een enorm verschil maken.

Ik vind het essentieel dat de toekomstige premier van ‘biodiversiteit’ een prioriteit maakt. De tijd dringt.

Een van onze taken zal zijn om de politiek van richtlijnen te voorzien om de benodigde omwenteling vorm te geven. Ik vind het essentieel dat de toekomstige premier van ‘biodiversiteit’ een prioriteit maakt. De tijd dringt.

Er zijn binnen het Wageningse Biodiversiteits Initiatief drie aandachtsgebieden: Het eerste is biodiversiteit in het voedselsysteem. Hoe kunnen we biodiversiteit daarin vergroten? Hoe kunnen we meer verschillende gewassen (en rassen) telen? Welke uitdagingen en dilemma’s kom je dan tegen? Hoe kunnen we bijvoorbeeld omschakelen naar verdienmodellen waarvan biodiversiteit een integraal onderdeel is? Biodiversiteit is de basis van de voedselketen en die moeten we hoognodig gaan verbreden.

Het tweede aandachtsgebied is Human Wildlife Interactions (HWI), dat gaat onder andere over zoönosen. Ziekteverwekkers springen steeds frequenter over van dieren op mensen doordat we de natuurlijke habitats vernietigen, en dichter op elkaar leven. HWI gaat echter ook over hoe we onder meer de neushoorn effectief kunnen beschermen. Hier is multidisciplinariteit wederom belangrijk. Ecologen focussen zich bijvoorbeeld op het beter inrichten van habitats. Sociologen zeggen: conflicten tussen mens en dier zijn het gevolg van conflicten tussen mensen. Kijk naar de terugkeer van de wolf in Nederland. Dat is geen wolf-mens conflict, maar het gevolg van niet-matchende visies van natuurbeschermers en schapenboeren. De uitdaging is om samen te gaan kleuren, in plaats van elkaar uit te gummen.

Het derde aandachtsgebied gaat over de waarde van natuur. Dat kun je interpreteren als de economische waarde die de natuur ons biedt – schoon water, vruchtbare bodem, toeristische inkomsten – maar ook als de waarde die de natuur zelf heeft. Wie bepaalt dat? En hoeveel ruimte heeft de natuur nodig? Biodiversiteit gaat dus niet alleen over soortendiversiteit, maar ook over rechtvaardigheid. Is het rechtvaardig dat de mens alles bepaalt voor alle overige levende wezens op deze planeet?”

Liesje Mommer (door Guy Ackermans)

Foto: Liesje Mommer (door Guy Ackermans)

Waarom is biodiversiteitsverlies erg voor de mens?

“Er zijn een heleboel soorten dieren waarvan we de precieze rol niet kennen en daar kom je pas achter als ze weg zijn. Biodiversiteit is dus ook een soort ‘verzekering’ voor de onbekende veranderingen in de toekomst. Het ecosysteem functioneert het beste bij verscheidenheid, dan is het veerkrachtig. Eén wegvallende soort is nog wel op te vangen, maar als er meerdere soorten wegvallen, kan het systeem in elkaar storten. Biodiversiteit wordt gezien als een buffer tegen verstoringen, zoals klimaatverandering: droogte en overstromingen. Bij overstroming van een van onze Duitse onderzoeksvelden bleek bijvoorbeeld dat de plots waar meerdere soorten plantensoorten stonden, sneller herstelden van een overstroming dan die met maar één soort. Biodiversiteit wordt ook gezien als een buffer tegen ziektes. Recentelijk stond er in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift PNAS dat ‘biodiversity restoration’ een kernpunt is bij het voorkomen van zoönosen.

Er is nu meer door mensen geproduceerd materiaal op de wereld dan natuurlijke biomassa. Vind ik nogal schokkend

Biodiversiteit is dus nuttig voor de mens, maar heeft ook een intrinsieke waarde. Wie zijn wij om te bepalen dat dat ene zweefvliegje geen waarde heeft? De mens heeft inmiddels meer dan 80 procent van het landschap beïnvloed. Echte wildernis bestaat niet meer – ook niet op de Noordpool of in de diepe zeetroggen. Er is nu meer door mensen geproduceerd materiaal op de wereld dan natuurlijke biomassa. Vind ik nogal schokkend.”

Kunnen we het tij nog keren?

“Ja, maar dan moeten we wel nú beginnen. We hebben nog tien tot vijftien jaar om de situatie te veranderen en dat halen we niet met het tempo van nu. Er zijn grote acties voor biodiversiteitsbehoud nodig én we moeten wereldwijd overstappen op duurzame productie en consumptie. Dat we minder vlees moeten gaan eten, is bijvoorbeeld onvermijdelijk. Net als dat er meer landbouwmethoden moeten worden ontwikkeld die boeren met de natuur laten werken in plaats van ertegenin.

We hebben nog tien tot vijftien jaar om het tij te keren en dat halen we niet met het tempo van nu.

Het moet voor burgers gemakkelijker worden om een ‘biodiverse’ keuze te maken. Wetenschappers kunnen zorgen dat overheden de juiste incentives geven en onze gedragswetenschappers weten hoe ze mensen met nudges, kleine duwtjes, in de juiste richting kunnen bewegen. Ook het goede voorbeeld geven werkt: als een boer al aan strokenteelt doet en goede resultaten boekt, wordt de buurman ook nieuwsgierig.”

Zwart: De historische biodiversiteitsverliescurve vóór 2010. Groen: Verlies met inspanning door duurzamere productie en duurzamere consumptie Oranje: Verlies zonder duurzamere productie en consumptie Grijs: Verlies als we op huidige voet verder gaan De illustratie toont de belangrijkste bevindingen uit het Nature-artikel, maar geeft geen exacte resultaten weer.

Verlies biodiversiteitscurve
Zwart: De historische biodiversiteitsverliescurve vóór 2010
Groen: met inspanning door duurzamere productie en - consumptie
Oranje: zonder duurzamere productie en consumptie
Grijs: als we op huidige voet verder gaan

Deze infographic is verschenen in het tijdschrift Nature: Bending the curve of terrestrial biodiversity needs an integrated strategy

Is een specifiek diertje of plantje waarvan jouw hart sneller gaat kloppen?

“Iedereen heeft lievelingsdieren – zelf ben ik dol op de eekhoorn en de staartmees –, maar voor mij gaat het om de samenhang en de verscheidenheid in natuur. Dus geen groene woestijn vol Engels raaigras, maar weiden en slootkanten met bloemen, die zoemen van het insectenleven. Samenleven mét de natuur in plaats van haar proberen te bestrijden. Mensen zijn onderdeel van de natuur, dat vergeten we weleens. Een van de belangrijkste zaken die we volgens mij moeten verbeteren is de relatie van de mens met de natuur.”

Is die relatie verstoord door onwetendheid? Bijna twee derde van de Nederlanders weet niet waar biodiversiteit voor staat

“Ik denk wel dat de alledaagse kennis van natuur is verdwenen nu we als mensen steeds meer in steden zijn gaan wonen, hoewel we in deze Covid-tijd steeds meer het groen om ons heen zijn gaan waarderen. Mijn eigen liefde voor de natuur stamt al uit mijn jeugd. Mijn lievelingsboek was Ronja de roversdochter, dat verhaal speelt zich voor een groot deel in de Zweedse bossen af. Dat ze zo buiten kon leven, in harmonie met de natuur, vond ik prachtig. Hoe ze genoot van het groen van de bossen, de kracht van de rivier. Als ik er nu zo over nadenk: Ronja was ook een verbinder, want ze probeerde twee rivaliserende roversbendes weer samen te brengen. Die rol van verbinder spreekt me bijzonder aan, haha.”

Word je nooit somber?

“Ja, natuurlijk, maar als ik niet hoopvol ben, kan ik niks. Er zijn wel zevenhonderd onderzoeken gerelateerd aan biodiversiteit binnen WUR, dat geeft me hoop. En we zijn nog niet te laat. Het is een immense klus, maar we zijn hier met heel slimme, creatieve mensen. ‘It always seems impossible until it’s done’, zei Nelson Mandela. Als ik somber ben, denk ik daaraan en dan verzamel ik weer moed. Of ik ga naar buiten – de natuur in, dat is immers waar ik het voor doe.”

Foto header: Liesje Mommer (door Guy Ackermans)