Dagboek: onderzoek vogelgriep

Eric de Kluijver is projectleider crisisorganisatie bij Wageningen Biotveterinary Research. Tijdens de vogelgriepuitbraak houdt hij een dagboek bij. Hoe ziet een werkweek op het laboratorium van High containment unit eruit tijdens een vogelgriep uitbraak?

Vandaag is het maandag 28 november 2016. We hebben net een hectisch weekend achter de rug. In de afgelopen week hebben we op ons instituut in wilde vogels de vogelgriep type H5N8 vastgesteld. Op verschillende plaatsen in Nederland is het virus opgedoken onder wilde vogels. Hierdoor zijn we volgens ons crisisdraaiboek beland in de aandachtsfase. We komen geregeld bij elkaar om de huidige situatie te bespreken. Op deze wijze bereiden wij ons voor op een situatie waarbij het virus ook in commercieel gehouden vogels wordt aangetroffen.

Dinsdag 22 november

Dinsdag hebben we tussendoor nog gewerkt aan een verdenking van klassieke varkenspest, maar die bleek gelukkig negatief.

Elke dag krijgen we nieuwe wilde vogels binnen en ook de early warning van de gehouden pluimvee loopt gewoon door. Doordat we al een groot aantal acties hebben uitgevoerd zijn we goed voorbereid.

Early Warning

Early warning: uitsluitingsdiagnostiek op samples verkregen bij sectie via Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) of dierenarts.

Vrijdag 25 november

Vrijdag gaan we vol goede moed het weekend in, maar op vrijdagavond slaat dit gevoel al om. Er komt nog een verdenking voor vogelgriep binnen. Ruim 400 dieren zijn dood gevonden in een stal. Ernstig dus. Die nacht wordt er door twee collega’s in het lab gewerkt. Ik help ze op afstand met de registratie van de samples in ons systeem.

Samples

Het materiaal dat wordt ontvangen in het kader van vogelgriep. Dit zijn keel- en cloaca uitstrijkjes (swabs) en bloedmonsters.

Tekst gaat door onder foto

foto2.jpg


Zaterdag 26 november

Zaterdagmorgen blijkt dat de dode dieren zijn besmet met een vogelgriep virus type H5. Het N-type zal (toch geen N8 zijn?) in de loop van de zaterdag worden bepaald.

Vogelgriep virus type H5 en H7

Vogelgriep virus type H5 en H7 – Laagpathogene (milde) H5 en H7-vogelgriep kan muteren tot een hoogpathogene (zeer besmettelijke en voor kippen dodelijke) variant). Wanneer H5 of H7 vogelgriepvirus wordt vastgesteld, besluit het ministerie van EZ op basis van de Europese regelgeving dat het bedrijf wordt geruimd en stelt maatregelen in om verdere verspreiding te voorkomen.

De NVWA gaat in opdracht van het ministerie van EZ ruimen en traceringen uitvoeren (met welke andere bedrijven is er contact geweest). Halverwege de zaterdag blijkt het om een aantal bedrijven te gaan met meerdere stallen. Ook in het drie kilometer gebied rondom het besmette bedrijf blijken nog een aantal bedrijven te liggen. Al deze stallen zullen worden bezocht en er worden samples genomen. Alle samples kunnen zondag worden onderzocht. Zaterdagmiddag gaat dan ook grotendeels op aan het regelen van voldoende mensen op de juiste tijdstippen. In de loop van zaterdag is ook bij de dieren in Biddinghuizen het H5N8 vogelgriep vastgesteld.
Opnieuw is er zaterdagavond een verdenking. Weer worden er twee medewerkers opgeroepen om de samples te testen en verleen ik de ondersteuning op afstand. Deze keer blijft alles negatief gelukkig.

Tekst gaat door onder foto

foto1.png

Zondag 27 november

Zondagochtend 8 uur kunnen we starten met de werkzaamheden om de samples van de omliggende bedrijven en contact bedrijven te testen. Nadat de taken zijn verdeeld, kan er gestart worden: uitpakken en sorteren van de inzendingen, registratie in ons labvolgsysteem.
Om 09.30 uur drinken we nog vlug een kop koffie om dan snel binnen onze containment unit verder te gaan: eerst omkleden zodat wij straks geen virus mee naar buiten brengen. De eerste serie staat al om 11.00 uur in de testen. De collega’s gaan aan de slag met de testen. Ik ga naar huis, omdat ik hier niets meer kan doen, anders dan wachten op de resultaten. Die zijn er aan het begin van de avond. Het resultaat is gunstig, er zijn geen nieuwe besmettingen vastgesteld.

High containment unit (HCU):

High containment unit (HCU): In de laboratoria van de HCU wordt gewerkt met verwekkers van zeer besmettelijke dierziekten, waaronder infecties waar ook mensen ziek van kunnen worden. Bij verdenking van aangifteplichtige virusziekten zoals vogelgriep stuurt de dierenarts van de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) monsters in naar Lelystad voor diagnostisch onderzoek binnen de HCU. De werkruimten zijn zodanig ingericht dat er veilig gewerkt kan worden. Medewerkers moeten van top tot teen gebruik maken van bedrijfskleding. Deze kleding wordt na gebruik gesteriliseerd. De medewerkers moeten zich tevens uitgebreid douchen alvorens ze het gebouw verlaten. Daarna mogen ze gedurende 72 uur niet in contact komen met dieren die gevoelig zijn voor MKZ. Door de speciale constructie en veiligheidsmaatregelen blijven de virussen binnen de HCU.

Maandag 28 november

Vandaag is het dus maandag. We schalen nu intern binnen Wageningen Bioveterinary Research op naar de crisisfase, zoals ook beschreven in het draaiboek. Allerlei acties moeten in gang gezet. We zijn hier een grootste deel van de dag mee bezig. Afstemming intern en extern. In de middag is er crisisoverleg, nu met groter team. Ook gaat de pers vandaag echt meedoen. Dus ook veel overleg met de communicatiecollega’s.
Vlak voor het naar huis gaan komt er een nieuwe verdenking binnen.

Dinsdag 29 november

Op dinsdagochtend blijkt het inderdaad vals alarm geweest te zijn voor de vogelgriep.

Eric de Kluijver
Projectleider Crisisorganisatie
Wageningen Bioveterinary Research

Wageningen Bioveterinary Research als crisisorganisatie

Vogelgriep uitgelegd
Bij verdenking van bepaalde dierziekten is Wageningen Bioveterinary Research 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar voor het uitvoeren van diagnostiek. Zodra er in Nederland een uitbraak van een zwaar besmettelijke dierziekte is vastgesteld, schakelt Wageningen Bioveterinary Research over naar crisisorganisatie. Hierbij heeft het instituut zowel een uitvoerende als adviserende taak voor de overheid.
Snelle diagnostiek is van belang zodat de overheid en de sector snel kunnen ingrijpen en verdere verspreiding van ziektes wordt voorkomen.

Crisisdraaiboek
Binnen het draaiboek zijn vier fasen rond dierziekte uitbraken vastgesteld: normaal, aandacht, crisis, afbouw.

Normale fase: medewerkers draaien 24/7 piketdiensten. Wanneer er een verdenking van een aangifteplichtige ziekte is, worden medewerkers opgeroepen om binnen 2 uur de testen uit te zetten. Daarnaast voert het lab conformatietesten van monitoringsprogramma’s uit, wordt de infrastructuur op peil gehouden en worden crisisoefeningen gehouden.

Aandachtsfase: een aangifteplichtige ziekte is vastgesteld in wilde dieren en/of landing in de omgeving van Nederland. Frequent overleg over de huidige situatie en om de capaciteit van apparatuur en medewerkers en voorraden te controleren. Tevens worden de draaiboeken met de betrokken medewerkers doorgenomen. Op deze wijze bereidt WBVR zich voor op een situatie waarbij het virus ook in commercieel gehouden vogels wordt aangetroffen

Crisisfase: Wanneer ook een commercieel bedrijf positief is getest, wordt er opgeschaald naar de crisisfase. Dat betekent dat de eerdere voorbereidingen omgezet worden in concrete acties, afgestemd op de omvang van de monsterstroom die WBVR ontvangt.
Afbouwfase: wanneer de ziekte niet meer in Nederland voorkomt of endemisch is, worden de werkzaamheden afgebouwd. Een evaluatie wordt gemaakt en (epidemiologisch) vervolgonderzoek blijft doorgaan of wordt uitgezet.

Lees ook deel 2