Metropolitan solutions luchtfoto rotterdam

Longread

Metropolitan Solutions

Leestijd: 18 minuten

Een eeuw geleden leefde wereldwijd nog maar één op de zeven mensen in een stad. Vandaag is dat ruim de helft, en naar verwachting groeit het percentage naar zo’n 70% in 2050. Dat betekent dat er tot 2050 nog eens 2,5 miljard stedelingen bijkomen. Met steeds grotere dichtheden aan mensen, bebouwing en infrastructuur nemen de uitdagingen toe. Hoe houd je de steden gezond, leefbaar, veilig en duurzaam? Hoe maak je ze bestand tegen klimaatverandering? Dat zijn vragen waar we bij Wageningen University & Research (WUR) aan werken. Dat doen we vanuit allerlei invalshoeken, van bodemkunde tot sociologie, van voedsel- tot klimaatwetenschappen. De kennis die we opdoen, helpt bij het ontwikkelen van nieuwe technologieën en strategieën voor ‘toekomstbestendige’ steden.

Wat zijn ‘Metropolitan solutions’?

Een metropool is een grote stad, in de ruimste zin van het woord. Een verzameling van mensen en hun gebouwen en voertuigen, hun bedrijvigheid, recreatie en infrastructuur, maar ook bijvoorbeeld lucht, water, bodem en groen. Bij het woord ‘metropool’ denken veel mensen meteen aan megasteden als Londen, Delhi of Tokio. Maar ook het dichtbevolkte Nederland, zeker de westelijke helft, zou je kunnen zien als één grote metropoolregio.

Metropolitan solutions amsterdam

In dergelijke grootstedelijke gebieden spelen tal van uitdagingen. Hoe voorzie je bijvoorbeeld de groeiende bevolking blijvend van gezond voedsel? Hoe ga je om met afval, als grondstoffen tegelijkertijd schaars zijn? Hoe bescherm je een stad enerzijds tegen toenemende wateroverlast, en anderzijds tegen periodes van aanhoudende droogte? Hoe verduurzaam je de energievoorziening? En hoe ga je om met vraagstukken rond migratie en sociale cohesie?

Onderzoekers van WUR werken aan innovatieve concepten en concrete oplossingen voor dergelijke vraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan duurzame voedsellogistiek, stadslandbouw, ondergrondse waterberging en ‘klimaatslimme’ architectuur en infrastructuur – maar ook aan schoolfruit, buurttuinprojecten en groene vluchtelingenkampen. Heel belangrijk daarbij is samenwerking met allerlei partners bij overheden, bedrijven en andere onderzoeksinstellingen. De oplossingen zijn niet alleen toepasbaar in Nederland, maar ook in het buitenland.

Expertise: oude en nieuwe thema’s

“Bij Wageningen University & Research zijn we zeer goed toegerust om de complexe vraagstukken van de stad aan te pakken”, vertelt Marian Stuiver, een van de thematrekkers van Metropolitan Solutions. WUR is van oudsher specialist op het gebied van voedselvoorziening en de groene leefomgeving, benadrukt ze. “Niet alleen wat betreft de ‘technische’ kant, bijvoorbeeld van voedselproductie, maar ook rond aspecten als logistiek en duurzaamheid. En daarnaast hebben wij veel expertise op het gebied van sociale en ecologische thema’s. Hoe zorg je dat mensen meer verbonden zijn met elkaar en met hun omgeving? Wat is de invloed van natuur op de gezondheid?”

WUR is ook sterk op het vlak van economie, bestuur en beleid, aldus Stuiver. “Hoe werken complexe governance-systemen? Wat is de rolverdeling tussen overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties?” Dat heeft geleid tot een integrale aanpak vanuit deze verschillende disciplines. Belangrijk daarbij zijn de ‘levende laboratoria’: netwerken van gebruikers, overheden en onderzoekers die samen innovatieve ideeën en concepten testen in levensechte situaties. “Binnen Nederland zijn natuur, stad en landbouw al heel lang met elkaar verknoopt”, aldus Stuiver. “Dat heeft al veel interessante resultaten opgeleverd.”

In de afgelopen twee decennia kwam daar klimaatonderzoek bij. Nog nieuwer zijn thema’s als circulaire economie (het sluiten van de kringlopen van grondstoffen en energie – afval bestaat niet, alles wordt hergebruikt) en ‘the ludic city’ (de spelende stad – innovatieve concepten doorontwikkelen vanuit de creativiteit van burgers). “Ieder project is multidisciplinair”, concludeert Stuiver. “Dat is eigenlijk inherent aan zo’n complex onderwerp. Het resultaat is een enorme diversiteit aan projecten, die samen toepasbare concepten hebben opgeleverd.”

Een veranderende sociale omgeving

Met de toenemende verstedelijking verandert niet alleen de fysieke omgeving. Ook de sociale omgeving verandert. De bevolking groeit en verandert van samenstelling. En mensen zelf veranderen ook: ze gaan anders met zichzelf, met elkaar én met hun omgeving om. Ze gaan met hun tijd mee, ze ontwikkelen andere voorkeuren. “Wil je werken aan de steden van de toekomst, dan zul je daarom óók die sociale aspecten moeten bestuderen”, aldus Marijke Dijkshoorn, onderzoeker bij Wageningen Economic Research.

Samenwerking en onderwijs

Maar WUR doet dit niet alleen. Veel van het onderzoek gebeurt in samenwerkingsverbanden. Een daarvan is AMS Institute: Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions, opgericht door MIT, WUR en TU Delft. Amsterdam is voor die projecten een ‘levend lab’.

AMS Institute trekt ook studenten: steeds meer studenten kiezen voor een studie of afstudeerproject op het gebied van Metropolitan Solutions. Samen met TU Delft, ook founding partner in AMS Institute, heeft WUR afgelopen jaar een massive open online course (MOOC) ontwikkeld: ‘Sustainable urban development. Discover advanced metropolitan solutions’. De MOOC is in 2016 online gekomen. Daarna is een tweede AMS MOOC gelanceerd, Co-creating sustainable cities. Bij elkaar hebben de twee AMS MOOCs nu al zo’n 30.000 aanmeldingen. Daarnaast is onder de vleugels van AMS Institute een tweejarige masteropleiding opgezet, die in september 2017 van start ging: Metropolitan Analysis, Design and Engineering (MADE). Dit is een joint degree van WUR en TU Delft. Studenten werken binnen de master in multidisciplinaire teams aan de steden van de toekomst.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Stadsklimaat

Zoals gezegd is klimaat een belangrijk thema binnen Metropolitan Solutions. Door klimaatverandering krijgen we te maken met grotere extremen in temperatuur en neerslag – en de effecten daarvan zijn relatief groot in de betonnen wereld van het stedelijk gebied. “In de stad is het gemiddeld een hele graad warmer dan op het platteland”, vertelt onderzoeker Bert Heusinkveld van de groep Meteorologie en luchtkwaliteit. “Dat klinkt misschien niet veel, maar ’s nachts is het op veel plekken in de stad al gauw zeven graden warmer dan daarbuiten.”

Steden, zo benadrukt hij, zijn hitte-eilanden. Dat komt onder meer doordat gebouwen en asfalt relatief veel zonnewarmte absorberen en het tussen gebouwen minder hard waait. De warmere lucht stijgt relatief snel op, en fijnstofdeeltjes dragen bij aan wolkenvorming. Heusinkveld: “Dat alles zorgt voor veranderingen in lokale weerspatronen.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Stadsinrichting

Samen met collega’s van AMS Institute verzamelt Heusinkveld data van 24 weerstations in Amsterdam. “Heel uniek, want weerstations staan van oudsher juist niet in de stad”, vertelt hij. Het onderzoek levert nieuwe kennis op over stedelijke weerspatronen. En het maakt nu al weersverwachtingen mogelijk op het niveau van stadswijken. Daarmee kunnen mensen en bedrijven zich beter voorbereiden op extreem weer. Maar de onderzoekers willen ook een stap verder gaan – of liever gezegd, een stap terug in de keten: door te bestuderen welke aspecten van de stadsinrichting bijdragen aan klimaatseffecten. “We kijken naar de invloed van groen”, zegt hij. “En naar de rol van architectuur, bijvoorbeeld de oriëntatie van straten en gebouwen. Door te spelen met schaduweffecten kun je een enorm verschil maken in de hoeveelheid invallende zonnestraling.”

Ook de energiehuishouding van steden kan bijdragen aan warmte-effecten. Slimmere architectuur en isolatie van huizen, fabrieken en gebouwen kan het stadsklimaat sterk verbeteren – evenals schonere en efficiëntere motoren. “Met diezelfde blik kijken we naar de waterhuishouding”, vertelt Heusinkveld. “Hoeveel verdampt er nu in de stad, en wat is daarvan het klimaateffect? Hoe kun je slimmer omgaan met regenwaterafvoer? Wat is de rol van bufferzones? Als je begrijpt waarom de stad opwarmt, dan kun je er iets aan doen.”

Wateroverlast

“Als je het hebt over stedelijke vraagstukken, dan is klimaatverandering een thema dat vrijwel overal aan raakt”, zegt Tim van Hattum, programmaleider Klimaatadaptieve Maatschappij bij Wageningen Environmental Research. “Bijvoorbeeld aan thema’s als voedsel, leefbaarheid, gezondheid, luchtkwaliteit – en ook de waterhuishouding van de stad. Op al die vlakken zorgt klimaatverandering voor extra uitdagingen.”

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Veel Wagenings onderzoek richt zich op het ‘klimaatbestendig’ maken van steden. “Dat past ook in het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, dat in 2017 is vastgesteld”, vertelt Van Hattum. De urgentie begint langzaam door te dringen, maar nu is het zaak om tot actie over te gaan, stelt hij: “Overal waar de schop in de grond gaat, zou men in de uitvoering rekening moeten houden met toekomstige klimaatverandering. Maar in de bouwwereld worden klimaatoverwegingen nog niet standaard meegenomen.”

Klimaatatlas

Hij noemt een voorbeeld. In Nederland moeten er tot 2050 honderdduizenden nieuwe woningen worden gebouwd om aan de woonvraag te voldoen. “Het is heel belangrijk om te kijken wáár we die woningen gaan bouwen”, zegt Van Hattum. “We moeten voldoende ruimte blijven houden voor waterberging in steden, en voldoende groen overhouden.” Wagenings onderzoek, zo merkt hij op, heeft geresulteerd in een Klimaatatlas: een digitale tool die laat zien wat klimaatverandering betekent voor gebieden en steden op het gebied van onder meer wateroverlast, droogte en hitte. “Die Klimaatatlas kan dienen als basis voor steden, provincies en waterschappen om klimaatverandering te agenderen”, zegt Van Hattum, “en te werken aan slimme planning en oplossingen.”

Niet alleen het land als geheel, maar ook de steden zelf moeten groen zijn en de capaciteit hebben om water te bergen. Groen, zo legt Van Hattum uit, heeft een dempende werking op het stadsklimaat. En waterberging kan enerzijds wateroverlast helpen voorkomen, en anderzijds als buffer dienen tijdens droogte. “Dat levert weleens tegenstrijdigheden op”, vertelt hij. “Je wilt eigenlijk dat zo’n bergingsgebied altijd leeg is, om maximale opvangcapaciteit te hebben. Maar bij droogte heb je dat water juist nodig. In ons project RichWaterWorld proberen we daar innovatieve oplossingen voor te bedenken. We koppelen bijvoorbeeld informatie van hydrologische modellen, actuele meetgegevens van sensoren en weersverwachtingen aan elkaar, om beter te kunnen anticiperen op weersextremen zoals extreme buien en periodes van droogte. Dan kun je je bergingsgebieden op tijd laten leeglopen als er extreme regenval aankomt.”

Functies combineren

In Park Lingezegen, een landschapspark tussen Arnhem en Nijmegen, is onlangs een pilotproject afgerond in het kader van RichWaterWorld. “Daar combineerden we waterberging in stadsranden met natuurwaarden en recreatie”, vertelt Van Hattum. “Waterberging hoeft niet in een betonnen bak te gebeuren. Dat kan juist heel goed in een natuurlijk moerasgebied waar planten en dieren zich thuis voelen en mensen mooi kunnen recreëren.” Dit project was een samenwerking tussen Wageningen Environmental Research, Radboud Universiteit Nijmegen en een aantal bedrijven gespecialiseerd in weersverwachtingen, datasystemen, natuurlijke waterzuivering en energie. “De eerste resultaten zien er veelbelovend uit”, zegt Van Hattum. “We zijn nu samen aan het kijken, ook in overleg met waterschappen, of we er een vervolg aan kunnen geven. Daar, maar ook elders.”

Waar we naartoe moeten, concludeert hij, is ‘Waterbeheer 2.0’: een integrale manier van kijken naar de waterhuishouding van een gebied. “Er blijft altijd een zekere onvoorspelbaarheid”, zegt Van Hattum, “want een bui kan onverwacht vijf kilometer verderop vallen ten opzichte van waar je op rekent. En er blijft altijd een spanningsveld tussen waterbergingscapaciteit en voorraadvorming. Dat maakt dit vakgebied juist zo interessant. Hoe kunnen we maximale veiligheid combineren met zo efficiënt mogelijk watergebruik?”

Sociaal-economische gevolgen van klimaatverandering

Bij klimaatonderzoek in de stad denken we vaak aan natuurwetenschappelijke vragen: hoeveel heter wordt het, waar vallen er straks extremere regenbuien en hoe kan die regen dan wegkomen? Maar minstens zo belangrijk zijn ze sociaal-economische gevolgen van klimaatverandering. Ook die onderzoekt WUR. Want ook die kennis is nodig voor het maken van beleid en het maken en uitvoeren van plannen.

Hoe verandert bijvoorbeeld de waarde van huizen als een kanaal steeds vaker droogvalt en daardoor vervelend gaat ruiken? Wat betekent het voor mensen als hun huis regelmatig overstroomt? Wie bepaalt wie er voorrang krijgt bij watertekorten? En wiens taak is het eigenlijk te voorkómen dat deze zaken een probleem gaan vormen? Welke rol kunnen bedrijven, overheden en burgers samen spelen?

Dergelijk onderzoek vraagt om een interdisciplinaire aanpak. Niet alleen technische vragen moeten worden beantwoord, maar ook economische, sociale en bestuurskundige. Juist die integrale aanpak is een sterk punt van WUR. De combinatie van theoretisch onderzoek, modellering, observaties en experimenten ‘in het echte leven’ laat zien welke uitdagingen er spelen en welke oplossingen het beste werken.

Leer meer over de uitdagingen in een stad in de interactieve infographic.
Leer meer over de uitdagingen in een stad in de interactieve infographic.

Groen in de stad

Steeds minder mensen verbouwen hun eigen voedsel. En het voedsel in de supermarkt komt van steeds verder weg. Die afstand tussen mensen en hun voedsel draagt bij aan ongezonde voedingspatronen. Dat inzicht biedt aanknopingspunten voor nieuwe initiatieven, waarbij mensen actief betrokken worden bij voedselproductie in de stad. Dit noemen we stadslandbouw. Dat kan voordelen bieden op allerlei vlakken: de stad vergroent, mensen bewegen meer, eten gezonder, komen meer met elkaar in contact – en voedsel hoeft niet meer van ver te worden aangevoerd.

Maar rond stadslandbouw en stedelijke vergroening zijn nog veel vragen onbeantwoord. Veel aannames zijn nog nooit onderzocht. Wageningse wetenschappers brengen daar verandering in. Ze onderzoeken verschillende typen vragen. Maakt het bijvoorbeeld uit wie die initiatieven ontplooit – burgers, overheden of bedrijven? Wat zijn de milieueffecten van groen in de stad? Wat zijn de gezondheidseffecten, en hoe beïnvloedt de groene ruimte het klimaat in de stad? Heeft iedereen gelijke toegang tot groenprojecten, en wie profiteert er het meeste van? En in hoeverre zijn al die effecten plaatsafhankelijk?

Wageningen University & Research combineert onderzoek vanuit verschillende disciplines om deze complexe vragen te beantwoorden. De resultaten kunnen helpen bij het maken van beleid, bij het inrichten van groene ruimtes – en bij het aansporen van mensen om er gebruik van te maken.

Stad en gezondheid

Veel aspecten aan de stedelijke omgeving zijn niet direct goed voor onze gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan vervuiling, lawaai, verkeersdrukte en de stress van de 24-uurscultuur. Juist in een wereld van staal en beton is groen daarom heel belangrijk. De aanwezigheid van parken en bomen maakt de stad leefbaarder. Talloze Wageningse studies hebben laten zien dat mensen daadwerkelijk gezonder zijn, zich gelukkiger voelen, productiever zijn en sneller herstellen van ziekte als ze in een groene omgeving wonen.

“Als parken een belangrijke rol kunnen spelen, dan kunnen moestuinen dat wellicht ook”, vertelt Esther Veen van de leerstoelgroep Rurale Sociologie. “Als je tuiniert, dan beweeg je ook nog eens. Je bent buiten, en je hebt toegang tot verse groenten en fruit. En je hebt een stok achter de deur om regelmatig te komen, want die tuin heeft verzorging nodig.”

Samen tuinieren

In het project Healing gardens onderzoekt zij, samen met collega’s van de leerstoelgroep Humane Voeding, de effecten van gezamenlijk tuinieren op mensen die herstellende zijn van kanker. Dat (ex)kankerpatiënten baat hebben bij bewegen en bij gezond eten, is al eerder vastgesteld, aldus Veen. “Maar als socioloog ben ik geïnteresseerd in de meerwaarde van sámen tuinieren met lotgenoten. Dat helpt mensen die van zichzelf niet veel praten, wellicht over een drempel heen. Praten terwijl je samen met iets praktisch bezig bent, buiten in het groen, gaat toch meer vanzelf dan in een praatgroep.” Healing Gardens is een project van WUR, Flevo Campus en AMS Institute.

Van april tot september 2017 voerde Veen een eerste pilot uit, in Almere. “Er deden zes mensen mee”, vertelt Veen. “Niet genoeg om er statistisch iets over te kunnen zeggen, maar wel om te kijken wat er werkt en wat niet. Wat betreft de technische kant van het tuinieren, maar ook hoe je het sociaal aanpakt. Hoe trek je geïnteresseerde mensen aan, wat is de rol van vrijwilligers, waarom haken sommige mensen af?”

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Gezondheidseffecten meten

De resultaten is ze nu aan het uitwerken. Daarna wil ze een grotere proef gaan opzetten om te kunnen meten of er daadwerkelijk gezondheidseffecten zijn en in hoeverre deze gezamenlijke activiteit een effectief alternatief is voor andere vormen van lotgenotencontact. “Dan willen we ook kijken naar vragen als: helpt het om een tuin naast het ziekenhuis te hebben, of juist niet? Is dit het meest kansrijk bij mensen die tuinieren toch al leuk vinden, of kun je dit breder inzetten? We hebben nog heel veel vragen, maar de eerste resultaten zijn alvast veelbelovend.”

Voedselvoorziening

Neem nu de snelle groei van de bevolking in de grote steden. Die zorgt voor een steeds grotere vraag naar voedsel in de stad, wat kan leiden tot voedseltekorten. De schaal neemt toe, prijzen staan onder druk, bedrijven worden groter en er komt meer massaproductie. Of toch niet…? Onderzoek laat zien dat consumptiepatronen veranderen. Er treedt vergrijzing op, meer mensen betreden de sociale middenklasse, de culturele diversiteit neemt toe. Voorkeuren veranderen: steeds meer mensen eten graag duurzamer, gezonder en lokaler.

Al met al zullen steden heel nieuwe richtingen moeten gaan verkennen wat betreft productie en consumptie. Ze zullen op zoek moeten naar geschikte combinaties van groot- en kleinschalige productiemethoden, afhankelijk van de beschikbare grondstoffen en middelen. Dit speelt op wereldschaal, maar vraagt tegelijk om maatwerk. En maatwerk kan niet zonder onderliggende kennis van hoe de voedselsystemen werken.

Wageningse onderzoekers bestuderen de hele voedselketen: wat zijn de uitdagingen, welke partijen spelen een rol, welke producten zijn er nodig voor welke klanten, en waar kunnen die vandaan komen? Soms vraagt dat om een combinatie van sociaal en economisch onderzoek. Dat is de specialiteit van Wageningen Economic Research. Dit instituut modelleert bijvoorbeeld hoe klimaatverandering van invloed is op de wereldwijde landbouw, en hoe dat zich vertaalt in zaken als voedselprijzen en voedselzekerheid.

Logistieke puzzel

“Voedselvoorziening in metropolitaan gebied is een enorme logistieke puzzel”, zegt Arjen Spijkerman van Wageningen Environmental Research en AMS Institute. “Ga maar na: een groot deel van het voedsel wordt van elders aangevoerd. Dat heeft allerlei gevolgen voor verkeer en vervoer. Daarnaast is de trend dat er steeds meer online voedsel wordt gekocht, met nog meer vervoersbewegingen tot gevolg. Dit alles kan zorgen voor een zekere kwetsbaarheid ten aanzien van voedselzekerheid. En het veroorzaakt uitdagingen op het gebied van duurzaamheid.”

Wageningse onderzoekers werken samen aan allerlei aspecten van die puzzel. Ze ontwerpen slimmere vervoerslogistiek, met kortere, efficiëntere ketens, betere benutting van voedselafval en innovatieve concepten van voedselproductie. Spijkerman en zijn collega’s werken daaraan binnen het AMS-programma Metropolitan Food System, dat zich richt op het voedselsysteem van de metropoolregio Amsterdam.

Stadslandbouw.jpg

Experimenteren

“Het interessante van het thema voedsel”, vertelt Spijkerman, is dat het allerlei zaken met elkaar verbindt. Bijvoorbeeld productie, logistiek, voedselafval, gezondheid. Wij zoeken naar synergieën daartussen. En we kijken hoe we het voedselsysteem kunnen verduurzamen op zo’n manier dat er nieuwe werkgelegenheid ontstaat en de quality of life toeneemt.” Bij bestaande steden vergt dat een andere aanpak dan in groeiregio’s. Die laatste bieden kansen om te experimenteren in vroege stadia van stadsplanning. Bijvoorbeeld in de regio Amsterdam, waar naar verwachting in de komende decennia tienduizenden nieuwe woningen worden gebouwd.

Bij dit soort planning spelen niet alleen technische aspecten, maar ook sociale overwegingen een rol. Goede planning kan bijvoorbeeld óók bijdragen aan sociale cohesie. “Dat maakt het heel interessant”, zegt Spijkerman. Als voorbeeld noemt hij een kleinschalig proefproject waarbij een vergistingsinstallatie energie terugwint uit voedselafval. “Die energie kun je ter plekke gebruiken om een keukentje draaiende te houden”, vertelt hij. “Daar kunnen mensen uit de gemeenschap dan samenkomen om gerechten te bereiden. Daar kun je dan ook weer voorlichting aan koppelen over voeding en duurzaamheid.”

Agrariër wordt ontwikkelaar

Een ander innovatief project, Oosterwold in de Flevopolder, stelt land goedkoop beschikbaar dat mensen vrij mogen inrichten en bebouwen. De voorwaarde is dat ze daarbij hun eigen infrastructuur en NUTS-voorzieningen moeten aanleggen – en dat ze elk de helft van hun kavel reserveren voor voedselvoorziening. “De agrariër wordt een ontwikkelaar”, aldus Spijkerman. “Er zijn natuurlijk nog wel veel uitdagingen: hoe organiseer je dat? Wie regelt wat? De kunst is dat je kansen herkent en benut, bijvoorbeeld voor afvalvermindering, energievoorziening en werkgelegenheid. Er kan héél veel.”

Drijvende landbouw

“Een van de problemen van de groeiende wereldbevolking”, zegt Marcel Vijn van Wageningen Plant Research, “is dat de steden veelal in de vruchtbare delta’s liggen. Dus juist in de gebieden die het meest geschikt zijn voor landbouw. Met de groeiende steden neemt het landbouwareaal dus af. Een manier om daarmee om te gaan is door voedsel te gaan telen op het water.”

Vijn werkt aan een project dat werd geboren uit een vraag van Stichting Drijvende Eilanden. “Die werkt met mensen met een arbeidsbeperking aan allerlei nuttige toepassingen van drijvende platforms”, vertelt Vijn. “Bijvoorbeeld als broedeiland voor watervogels. Deze stichting stelde de vraag: kun je die platforms ook gebruiken om voedsel op te telen? Typisch een Wageningse uitdaging.”

Nieuwe materialen

Samen met collega’s en studenten werkt Vijn aan allerlei aspecten van dat vraagstuk. Zoals: welke gewassen zijn geschikt voor teelt op het water? “Groenten als sla en paksoi liggen voor de hand”, zegt Vijn. “Maar we kijken ook naar de mogelijkheden van bijvoorbeeld tomaten, erwten en soja. Aardappelen zijn lastiger, want de knollen mogen niet in het water hangen. We zijn nu aan het uitzoeken welke gewassen nog meer geschikt zouden zijn.”

Materiaalkeuze is een ander aspect. De Stichting Drijvende Eilanden werkt voornamelijk met piepschuim, omdat dat relatief goedkoop, licht en toch stevig is. “In sommige ontwikkelingslanden gebruiken mensen al honderden, zo niet duizenden jaren natuurlijke materialen”, aldus Vijn, “zoals matten van riet en waterhyacint. Het nadeel is dat die sneller uit elkaar vallen. Het gebruik van nieuwe materialen zou de opbrengst kunnen verhogen.”  Er zijn allerlei varianten mogelijk, benadrukt hij, met allerlei materialen, met en zonder aarde, op het water drijvend of met verzonken bakken. “Drijvende eilanden voor voedselteelt zijn ook interessant voor een land als Singapore. Door een tekort aan landbouwgrond moet daar veel geïmporteerd worden en zijn de prijzen voor verse producten hoog.”

Ontwerp van een drijvende voedsel boerderij

Educatie en recreatie

In ontwikkelingslanden kan drijvende landbouw bijdragen aan voedselzekerheid – daarvan is Vijn overtuigd. In Nederland zal het voorlopig vooral gaan om voedsel ‘met een extra belevingswaarde’. “Het wordt echt interessant als je er bijvoorbeeld ook educatie aan kunt koppelen”, zegt hij, “over duurzaamheid en gezonde voeding. Je kunt drijvende landbouw ook combineren met recreatie. En je kunt nuttig gebruik maken van plekken die anders geen functie hebben.” Bijvoorbeeld zandaanwinningsplassen, waterbergingsgebieden of bollenvelden die tijdelijk onder water zijn gezet om de bodem te ontdoen van aaltjes. “Voor dergelijke tijdelijke landbouw kun je denken aan met lucht gevulde matten die je relatief gemakkelijk kunt oprollen en elders weer uitrollen”, zegt Vijn. “Allemaal  leuke ideeën die we graag nog verder willen uitwerken.”

Hij vindt het boeiend om te werken aan de oplossing van vraagstukken die vanuit de maatschappij op het bord van wetenschappers terechtkomen. Vraagstukken op het grensvlak van landbouw- en sociale wetenschappen. “Veel van ons werk gebeurt door studenten”, vertelt Vijn. “Die kijken vaak fris en op een originele manier tegen maatschappelijke vraagstukken aan, waardoor ze soms met verrassende oplossingen komen. En we werken veel samen met maatschappelijke partners. Dus het is niet zo dat wij vanuit onze ivoren toren iets bedacht hebben. Nee, we staan hiermee echt middenin de samenleving.”

Toekomst

Wereldwijd wonen steeds meer mensen in steden. De steden worden groter en complexer. Dat vraagt om nieuwe technologieën en initiatieven om het stadsleven op de lange termijn in goede banen te leiden. Wageningse onderzoekers dragen bij aan die nieuwe oplossingen. Samen ontwerpen ze steden die efficiënt ruimtegebruik combineren met meer groen, slimme infrastructuur en klimaatbestendige architectuur. Van stadslandbouw tot flexibele regenwateropvang en van klimaatneutrale gebouwen tot innovatieve beleidsmodellen: Wageningers dragen eraan bij, samen met andere instituten, overheden, burgers en bedrijven.

De onderwerpen die hier zijn besproken, zijn slechts een greep uit de vele projecten. Samen geven ze een beeld van de uitdagingen, onderzoek en mogelijke oplossingen. Wie meer wil lezen over deze én de vele andere projecten, kan terecht op de volgende pagina’s: