Longread

Wild kijken in witte reservaten

In Zuid-Afrika floreert de wildlife-economie; in natuurparken genieten toeristen van wilde dieren, terwijl steeds meer mensen gaan wonen in luxe wildlife estates. Dat zijn witte reservaten, zwart wordt buitengesloten, constateert hoogleraar sociologie Bram Büscher.

Tekst: Marieke Rotman | Foto boven: Hyserb / Shutterstock

‘Wonen op een wilde plek, waarvan je dacht dat die niet meer bestond’. Zo begint de wervende brochure van Zandspruit, één van de vele wildlife estates in Zuid-Afrika. ‘In een ruime villa aan Gazelle Street, waar aan de rand van het zwembad af en toe een gazelle in levende lijve opduikt. Of, als je geluk hebt, zelfs een giraf.’ Dat is het beeld dat de brochure schetst van wonen in de Zuid-Afrikaanse natuur. Het villapark Zandspruit ligt in het dorp Hoedspruit, aan de rand van het beroemde Krugerpark. In 2016 lanceerde Zuid-Afrika een nieuwe strategie om werkloosheid en biodiversiteitsverlies tegen te gaan en plattelandsontwikkeling te bevorderen: de wildlife -economie, een verdienmodel rondom wilde dieren. Die zorgen voor inkomsten via toerisme, georganiseerde jacht, wildvleesproductie, en luxe villa’s temidden van de wilde natuur. Natuur blij, mens blij, is het idee.

Apartheid in de wildlife-economie

Personeel dat Hoedspruit draaiend houdt moet vaak dagelijks ver reizen of woont in krottenwijk 'Plastic View' naast de spoorlijn [foto: Bram Büscher]
Personeel dat Hoedspruit draaiend houdt moet vaak dagelijks ver reizen of woont in krottenwijk 'Plastic View' naast de spoorlijn [foto: Bram Büscher]

Maar het zijn hoofdzakelijk welgestelde, witte mensen die in Hoedspruit investeren in land of een villa kopen. Het gebied wordt onderhouden, schoongemaakt en bewaakt door vooral zwarte Zuid-Afrikanen. Zij wonen hier niet, maar vertrekken ’s avonds naar achtergestelde gebieden tientallen kilometers van Hoedspruit. Bram Büscher, hoogleraar Sociology of Development and Change in Wageningen, publiceerde samen met zijn collega Lerato Thakholi en Stasja Koot begin dit jaar een studie genaamd: The new green apartheid?.

In het artikel beschrijven zij een nieuw fenomeen: apartheid in de wildlife-economie. Apartheid wordt in Zuid-Afrika graag gezien als iets uit het verleden, maar Büscher en zijn collega’s zagen in Hoedspruit dat dat allesbehalve terecht is. Büscher doet in Zuid-Afrika al zo’n twintig jaar onderzoek naar de sociaal-politieke kanten van natuurbehoud. Eerder onderzoek richtte zich onder meer op de relatie tussen geweld en natuurbehoud, bijvoorbeeld rond de neushoornstroperij: een groot probleem in Zuid-Afrika, zowel in het Krugerpark als in de private natuurparken eromheen. Tegenwoordig zijn zowel stropers als parkwachten zwaarbewapend en komt het regelmatig tot een gewelddadige confrontaties.

Wildlife estates: wit profijt

De bouwvakkers, schoonmakers, winkelmedewerkers en tuinmannen die Hoedspruit draaiende houden, zijn voornameijk arme, zwarte Zuid-Afrikanen [foto: Alamy]
De bouwvakkers, schoonmakers, winkelmedewerkers en tuinmannen die Hoedspruit draaiende houden, zijn voornameijk arme, zwarte Zuid-Afrikanen [foto: Alamy]

‘Ik werkte al langer in het Krugerpark en reed daarom wel eens door Hoedspruit. Ik zag dat het dorp uit de kluiten groeide, de wildlife estates schoten uit de grond’, vertelt Büscher. ‘Ik wilde weten wat er precies gebeurde, en ging er met een promovendus en een postdoc naartoe voor vooronderzoek. Het eerste interview was meteen een trigger. We spraken een rijke man die een aantal wildlife estates had opgezet. Hij legde ons uit dat het gebied een ‘veilige haven’ aan het worden was, en hij noemde Hoedspruit ‘uniek’. Er zaten enorm veel racistische ondertonen in dat gesprek. Dat ‘veilig’ en ‘uniek’ betekende eigenlijk: er wonen heel weinig zwarte mensen. Vrij bizar.’

Het was het begin van een vijfjarig onderzoek, ondersteund door een Vidi-beurs van NWO, naar de snel groeiende wildlife-economie in Zuid-Afrika. Büscher, Thakholi en Koot brachten veel bezoeken aan het gebied, deden meer dan 260 interviews en legden de levensgeschiedenis vast van een aantal oudere bewoners, om in kaart te brengen hoe het gebied is veranderd. Ze concluderen dat degenen die wonen in Hoedspruit en profiteren van de wildlife-economie over het algemeen welgestelde witte mensen zijn. De bouwvakkers, schoonmakers, winkelmedewerkers en tuinmannen die het gebied draaiende houden, zijn voornamelijk arme, zwarte Zuid-Afrikanen die slecht betaald worden en niet in Hoedspruit kunnen wonen.

‘We beweren niet dat het de bedoeling was van de witte mensen in en om Hoedspruit om een apartheidssysteem te implementeren, maar we moeten concluderen dat het resultaat van hun activiteiten en van de wildlife-economie is dat veel van hen wel onderdeel zijn van deze nieuwe groene apartheid’, schrijven Büscher en zijn collega’s.

Onzichtbare systemen van uitsluiting

De onderzoekers staan in hun bevindingen niet alleen. De Zuid-Afrikaanse schrijver Sizwe Mpofu-Walsh schrijft in 2021 in zijn boek The New Apartheid: ‘Apartheid did not die; it was privatised.’ De rassenscheiding mag dan sinds 1994 geen overheidsbeleid meer zijn, door zaken als natuurbescherming te privatiseren en er een verdienmodel van te maken, is er nog steeds sprake van een groot verschil in wie, waar toegang tot heeft, schrijft hij.

Mpofu-Walsh’ boek was ook de inspiratie voor de titel van het artikel van Büscher en zijn collega’s. ‘We waren op zoek naar een term om te duiden wat we zagen. De term ‘groene apartheid’ is eerder gebruikt door onderzoekers die in Zuid-Afrika keken naar de aanwezigheid van parken in steden. Die liggen bijna altijd in witte wijken, waar de zwarte bevolking nog weinig toegang tot heeft, behalve om te werken. Wij gaan verder in het gebruik van die term. Ten eerste om heel duidelijk te bevestigen: apartheid is niet opgelost, het land en de rechten van mensen zijn niet minder structureel ongelijk geworden. Wat nog niet bekend was, is hoe de populaire wildlife-economie daar een rol in speelt.’

De dominantie van witte, rijke bewoners in Hoedspruit wordt door veel van hen gezien als iets dat vooral behouden moet worden, schrijven de onderzoekers. Er zijn door de gemeente verschillende pogingen gedaan om sociale woningbouw in het dorp op gang te krijgen, maar dat werd door lokale partijen en investeerders tegengehouden. Rijke landeigenaren vertelden Büscher en zijn collega’s dat ze liever niet willen dat de voornamelijk zwarte mensen die in Hoedspruit werken er ook komen wonen: ze zijn bang dat het rustige, veilige karakter van Hoedspruit zal veranderen. ‘Armoede creeërt criminaliteit’, zei een van hen. Het artikel spreekt zelfs van een verergering van apartheid ten opzichte van de tijd van het apartheidsregime, omdat in Hoedspruit de systemen van in- en uitsluiting grotendeels onzichtbaar zijn.

Gevecht om grond

De onderzoekers stellen in hun artikel ook vast dat er nog een verwoede discussie loopt over van wie het land eigenlijk is. In en rond Hoedspruit lopen tientallen land claims, waarmee de, zwarte bewoners proberen hun land terug te krijgen. Zwarte gemeenschappen zijn sinds het eind van de 19de eeuw van het land verjaagd zodat witte kolonisten er boerderijen konden beginnen, vertelt Büscher. Sinds de vroege 20ste eeuw zijn veel boerderijen ten westen van het Krugerpark veranderd in natuurreservaten, nog steeds beheerd door witte, rijke bewoners. In de nieuwe wildlife economy-strategie moeten die reservaten niet alleen beschermd worden, maar ook geld opleveren. Daarbij komt sinds begin 21ste eeuw de opkomst van de vele wildlife estates, van de buitenwereld afgesloten witte villaparken.

Büscher legt uit dat natuurbeheer vanaf het einde van de 19de eeuw als argument werd gebruikt om witte gemeenschappen toegang te geven tot land waar al mensen woonden. ‘Je ziet dat ook in Noord-Amerika of andere landen in Afrika, zoals Tanzania en Kenia. Regelmatig zijn er heel veel mensen gewoon uit gejaagd of tot arbeiders gemaakt. En dat gebeurt nog steeds.’ Daar wat tegen doen is vaak lastig, zegt hij. ‘Omdat nog steeds het idee bestaat dat er beschermde gebieden gevormd moeten worden waarin geen mensen wonen.’

Leugendetectortest voor medewerkers

De ongelijkheid die in Hoedspruit nog zo nadrukkelijk aanwezig is, bleef Büscher bij. ‘Bijvoorbeeld hoe makkelijk er werd gedaan over een leugendetectortest. Neushoornstropen is een groot probleem in dit gebied, en er rijden permanent bewapende bewakers door de reservaten. Wederom vaak zwarte Zuid-Afrikanen. Veel medewerkers worden door hun leidinggevenden aan een leugendetectortest onderworpen, om te checken of ze geen infiltrant zijn voor het doorspelen van informatie aan stropers.’ Waar Büscher vooral van schrok, zegt hij, was de stelselmatigheid van kleine voorvallen.

‘Bij ons eerste interview vroeg de vastgoedmagnaat zijn bediende om nog wat koffie in te schenken. Hij noemde haar Lerato, wat niet haar naam was, maar die van mijn WUR-collega. Zij zei er wat van, maar hij antwoordde dat dit hem niet interesseerde. Dat soort dingen zagen we heel veel, subtiele dingen die aangaven dat sommige mensen er niet toe doen. Het deed me denken aan David Hughes, die schreef dat "the disregarding of others" ook een vorm van racisme is.’

Natuurberscherming moet samengaan met sociale rechtvaardigheid

Wat is volgens Büscher de oplossing? ‘Daar hebben we een boek over geschreven: The conservation revolution. Natuurbescherming moet beter samengaan met sociale rechtvaardigheid. Door verdienmodellen zoals de wildlife-economie te bestempelen als duurzaam wordt ons inziens de legitimiteit van natuurbehoud ernstig geschaad, én ongelijkheid in stand gehouden.’ ‘Wij proberen met lokale, zwarte Zuid-Afrikaanse natuurbeheerders en wetenschappers na te denken over wat in dit gebied het beste zou zijn voor zowel biodiversiteit als voor lokale gemeenschappen. Een van de veelbelovende ideeën is wat mij betreft convivial conservation. In plaats van natuur weg te houden van lokale mensen moeten we voorbij de hekken, op zoek naar manieren waarop mensen beter kunnen samenleven met natuur en zo een nieuwe, rechtvaardige manier van natuurbehoud vormgeven. We doen nu onderzoek in Zuid-Afrika, Brazilië, Finland, Amerika en Tanzania om hier meer over te leren.’

Lees meer Wageningen World-verhalen