Blogpost

10-10-2010 - De Nederlands-Caribische BES-eilanden

Gepubliceerd op
8 oktober 2010

Per zondag 10-10-‘10 maken de tropische eilanden, Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES) als speciale gemeenten deel uit van Nederland.

Op 10 juni 2010 heeft Nederland al een Caribische Exclusieve Economische Zone uitgeroepen. Deze staatkundige veranderingen betekenen voor Nederland een verrijking aan biodiversiteit. Er komen 15.000 planten en dierensoorten bij!

Tropische ecosystemen zoals koraalriffen, nevelwouden, zeegrasvelden, en mangrovebossen komen bij duinen, bossen en wadden. Nederland wordt eigenaar van het grootste koraalatol in het Caribische gebied. Dit betekent ook verantwoordelijkheid voor het duurzaam beheer en gebruik van deze rijkdom en er zijn verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen.

Er zijn inspanningen nodig om verdere achteruitgang van deze enorm rijke ecosystemen te stoppen. “In de BES kan natuurbeheer beslist niet gezien worden als een luxe probleem. De natuur is immers de belangrijkste economische factor en dus is een duurzame – economische – ontwikkeling tegelijk noodzaak en kans. Slecht natuurbeheer zal zich onherroepelijk en vrij snel vertalen in economisch nadeel”.

Er is een grote behoefte aan basaal en toegepast onderzoek en natuurbeheer. Het gaat om unieke eilanden met een eigen identiteit en een rijke flora en fauna omgeven door een zee die bol staat van de biodiversiteit. De eilanden zijn, in hogere mate dan in Nederland, afhankelijk van die natuur. Elke menselijke ingreep, van bouwactiviteiten tot recreatie en zelfs het doorspoelen van een toilet, heeft gevolgen. Gevolgen met impact voor mens en milieu.

Vandaar de noodzaak tot een integrale en interdisciplinaire aanpak van milieuproblemen ter plekke. Dat vraagt om kennis en toepassingen. Kennis die Nederland heeft en die met relatief weinig inspanning gebruikt kan worden om deze eilanden om te helpen vormen tot wereldvoorbeelden van groene, compleet ‘self-supporting’ eilanden. De elementen zijn in overvloed aanwezig.

Toegepast, integraal en transdisciplinair onderzoek zijn sterke punten van Wageningen UR. Milieuvraagstukken van de BES-eilanden – zoals eutrofiëring en overbevissing – kunnen opgepakt worden in samenwerking met lokale partijen, Nederlandse kennisinstellingen en overheden. Vanuit een gezamenlijke visie en door het delen en beschikbaar maken van bestaande kennis kan Nederland veel betekenen voor een duurzaam beheer van de BES eilanden.

Nu is het moment dat doorgepakt moet worden. Immers, de BES-eilanden en Nederland hebben voor elkaar gekozen. Nu is het moment dat overheden, bedrijfsleven en de Nederlandse academische wereld deze ‘Galapagoseilanden van Nederland’ moeten helpen. Een uitdaging voor alle belanghebbenden om hier invulling aan te geven.

In de aanloop naar de nieuwe status heeft Wageningen UR in opdracht van LNV reeds een aantal studies verricht. Zo heeft IMARES, het mariene instituut van Wageningen UR, bijgedragen aan het in kaart brengen van de gevolgen van klimaatverandering. Wageningen UR was ook betrokken bij onderzoek naar de rijkdom van de koraalriffen van de Saba Bank. Samen met Caribische partners, wordt een beheerplan opgesteld voor de Caribische EEZ (Exclusieve Economische Zone), een gebied groter dan de Nederlandse Noordzee. Ook is een natuurherstelplan voor de mangrovebossen van de beschermde lagune van Lac op Bonaire opgesteld om de achteruitgang van dit unieke natuurgebied te keren.

Met het oog op de vragen en de kansen die er liggen in de BES is door IMARES een “tropenteam” opgericht. Samen met Koninklijk NIOZ is IMARES trekker van het opgerichte AcroporaNet, een landelijk kennisforum van tropische wetenschappers. Maar er kan en moet meer worden gedaan in het belang van de BES.

In 20 jaar ervaring in de Nederlandse Cariben heb ik ervaren dat gasten na een wetenschappelijke veldexcursie altijd enthousiast en met ambities vertrokken. Dit omdat de biodiversiteit van de Caribische eilanden is te vergelijken met een onontgonnen goudmijn waar nieuwe wetenschappelijke inzichten voor het oprapen liggen. Kleinschaligheid en de beschikbaarheid van een relatief goede infrastructuur maakt het doen van onderzoek makkelijk. Met relatief weinig kan veel bereikt worden. De BES niet ‘vergeten’ en juist prioriteren is mijn signaal aan beleidsmakers.