Nieuws

Agrarisch natuurbeheer is niet iets voor boeren alleen

Gepubliceerd op
17 februari 2012

“Het is belangrijk dat niet alleen boeren maar ook andere grondeigenaren worden betrokken worden bij de duurzame bescherming van ernstig bedreigde soorten van het agrarisch landschap.”

prijsuitreiking

Dat zei Geert de Snoo, hoogleraar Agrarisch Natuurbeheer van Wageningen University, als juryvoorzitter bij de uitreiking van 30.000 euro aan prijzengeld voor de prijsvraag voor agrarische natuurverenigingen van Vogelbescherming Nederland.

Geert de Snoo: “Dit is een belangrijke prijs voor natuurbeheer op het platteland, en een groot geldbedrag. Met in totaal 30.000 euro kunnen natuurverenigingen  niet alleen vogels meer kansen geven maar kunnen ook echte innovatieve projecten worden gerealiseerd. We hebben als jury de hoofdprijs van 15.000 euro toegekend aan de Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen omdat zij bij hun project ‘Grauwe Gors’ niet alleen boeren maar ook andere grondeigenaren betrekken om deze ernstig bedreigde soort te beschermen.”

Volgens Geert de Snoo is agrarisch natuurbeheer in zijn algemeenheid alleen effectief als het is ingebed in een min of meer natuurlijk cultuurlandschap: boerenland dat uit minstens vijf procent natuurlijke elementen als houtwallen, bosjes, akkerranden en slootkanten bestaat. Een gemiddeld Nederlands akkerbouwbedrijf bestaat nu uit hooguit 2 tot 3 procent natuurlijke elementen, en bij deze schaarsheid is subsidie voor agrarisch natuurbeheer weggegooid geld. “Het heeft alleen kans van slagen als je boeren en terreinbeherende organisaties bijeen brengt. Uit onderzoek, bijvoorbeeld aan botanisch slootkantbeheer, blijkt dat beide niet los van elkaar gezien kunnen worden. Zo is botanisch beheer van slootkanten op het boerenland in het Groene Hart veel effectiever als dat rond reservaten gebeurt. Anderzijds zullen reservaten geïsoleerd blijven als het tussenliggende boerenland niet te overbruggen is. Alleen een benadering op landschapsniveau waarbij boeren en andere grondeigenaren zich met elkaar inzetten voor het behoud van planten en dieren heeft agrarisch natuurbeheer in ons intensief gebruikte land een kans.”