Algemene informatie - Wintertarwe

Uitgave

Algemene informatie - Wintertarwe

Wintertarwe (Triticum hybernum) is het grootste graangewas ter wereld, het voorziet 21% van de mensen van voedsel en wordt verbouwd op 200 miljoen hectare. Zo’n 5000 jaar geleden is deze plant van gematigde streken voor het eerst in onze regio aangekomen uit het Midden-Oosten waar het als een van de eerste landbouwgewassen werd gedomesticeerd.

Bij tarwe is er net als bij rogge en gerst de keuze voor een zomer- of winterras. Het winterras heeft een koude periode nodig waarna de plant in rust gaat en pas bij het warmer worden weer begint te groeien. De tarweplant behoort tot de gramineeën ofwel de grasachtigen waartoe ook maïs behoort.

Tarwe kent verschillende rassen die elk hun eigen toepassing hebben. De zogenaamde T. durum  tarwe is een type dat met name voor pasta wordt gebruikt. Het graan T. aestivum dat in Noord-Nederland wordt geteeld voor het bakken van brood en dient vooral als veevoer. De productie per ha bedraagt inmiddels al 8- 10 ton per hectare.

Verspreidingsgebied teelt van wintertarwe in de Noord-Nederland en enkele teeltkenmerken (Bron: Alterra).
Verspreidingsgebied teelt van wintertarwe in de Noord-Nederland en enkele teeltkenmerken (Bron: Alterra).

Tarwe behoort tot de monocotylen of tweezaadlobbigen. Op de stengels zitten bladen die bestaan uit een bladschijf en bladschede. Tarwe is een gewas dat met een uitgebreid wortelstelsel tot 1 meter diep wortelt. De aar krijgt na bevruchting naakzadige korrels. We onderscheiden de vegetatieve fase waarin kieming, spruiten en bladvorming plaatvindt en de generatieve fase waarin de korrelvorming en korrelvulling plaatsvindt.

Tarwe in Nederland

Tarwe wordt overal in Nederland geteeld in vruchtwisseling met een breed spectrum aan gewassen. Het Oldambt is bij uitstek een graangebied, hier bestaat de vruchtwisseling voor een groot gedeelte uit granen.

Het merendeel van het totale areaal granen in Nederland wordt door winter-tarwe ingenomen (ca 63 %). Voor de andere granen is dit respectievelijk: zomertarwe 7 %, wintergerst 5 %, zomergerst 19 %, rogge 4 % en haver 2 % (Darwinkel, 1997).

Teeltoppervlak(ha) van wintertarwe in Noord-Nederland en Flevoland over de tijd (Bron CBS).
Periode 2006 2007 2008
Nederland 121000 124000 141000
Groningen 29400 28400 31600
Friesland 4810 5000 7190
Drenthe 2420 3180 2330
Flevoland 11100 11700 13300

Bron

Schaap, B., Blom-Zandstra, G., Geijzendorffer, I., Hermans, T., Smidt, R., Verhagen, A., 2009. Klimaat en landbouw Noord-Nederland. Rapportage van fase 2. Plant Research International & Alterra, Wageningen UR, Wageningen.