Alumniverhaal

Alumna Muriel Verain- MSc Management, Economics and Consumer Studies

Kinderen worden steeds dikker en krijgen eerder te maken met ziekten als obesitas of diabetes. We stevenen af op een generatie die minder oud zal worden dan haar ouders. We kennen de feiten, maar zijn slechts mondjesmaat succesvol in de aanpak van die problemen. Hoe kun je het leuk maken voor kinderen om gezonder te eten en meer te bewegen? Videospelletjes waarmee je fanatiek staat te tennissen voor de tv zijn een stap in de richting, maar smaaklessen op school kunnen ook goed helpen. Voormalig masterstudente Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen Muriël, die nu promoveert op consumentengedrag, deed onderzoek naar gezondheidscommunicatie en vroeg zich af: kun je spelenderwijs leren over gezonde voeding?

Naast dat het leuk is, kan er ook echt iets gedaan worden met mijn onderzoek.

Van de informatie die je verteld wordt, blijft slechts een klein percentage hangen. Ongeveer 80% van de informatie gaat verloren. Als er meerdere zintuigen worden aangesproken, onthou je vaak veel meer, net als wanneer je zelf actief mee moet doen of je een ander de stof moet uitleggen. Zodra je zelf aan de gang kunt gaan en op onderzoek uit moet, ben je veel actiever bezig met de informatie en onthou  je een stuk meer van wat je gedaan hebt. Tel hierbij op dat kinderen graag computerspelletjes spelen, en je hebt een slimme campagne tegen overgewicht.

Dat is althans wat het voedingscentrum vermoedt. Op hun website zijn verschillende spellen te spelen voor kinderen van verschillende leeftijden. In die spellen worden kinderen uitgedaagd om allerlei opdrachten uit te voeren die gaan over gezonde en duurzame voeding. Toch vragen de mensen van het voedingscentrum zich af of de boodschap ook echt overkomt, of dat de kinderen het spelelement oppikken maar de informatie niet. Kiezen ze, bij wijze van spreken, voor een patatje mayo of gaan ze voor een gezonde wrap met groenten en kip?

Tijd voor een experiment om de effectiviteit van het spel in vergelijking tot een normale les in de klas uit te testen. De groepen (klassen groep 7 en 8 van verschillende basisscholen) in het experiment werden blootgesteld aan verschillende behandelingen: een normale les over gezonde voeding, een middag spelen met een van de spellen van het voedingcentrum of een combinatie van de twee. Zo ontstonden er drie verschillende ‘behandelingen’. Vervolgens moesten de kinderen een paar vragen invullen over de lesstof of het spel. Pas een maand later werd met een vragenlijst gemeten hoe effectief de behandeling geweest was. De uitkomst in een notendop: kinderen leren het allermeest van de combinatie van een korte les en het spel en handelen ook naar wat ze hebben geleerd. Dan moet het spel wel zo gemaakt zijn dat kinderen steeds feedback krijgen en helpt een wedstrijd element aanzienlijk om kinderen te motiveren. Het spel alleen, dus zonder les, had op lange termijn beduidend minder effect.

Dit is een belangrijke les in de gezondheidscommunicatie, maar ook voor alle bedrijven en instellingen die hun producten of boodschap proberen te verkopen door middel van spellen, zoals uitgeverijen van schoolboeken. Er zijn steeds meer bedrijven die nieuwe manieren verzinnen om met hun klant te communiceren en zich zo te onderscheiden van hun concurrent. In de strijd om de aandacht van de consument worden steeds meer nieuwe media als games voor op je mobieltje en allerlei internet services aangeboden. Het soort experimenteel onderzoek dat Muriel gedaan heeft kan helpen om te kijken in hoeverre de boodschap ook echt (op lange termijn) aanslaat. Naast heel erg leuk onderzoek, kan er dus ook echt iets mee gedaan worden en dat is het interessants.