Nieuws

Andere aanpak onderzoek tropische bossen moet kennislacunes opvullen

Gepubliceerd op
5 september 2013

Het onderzoek naar de effecten van klimaatverandering op tropische bossen zou anders moeten worden aangepakt. Dat stellen Pieter Zuidema en collega’s in een opiniestuk in Trends in Plant Science. Het onderzoek moet zich ontwikkelen van vooral beschrijvende studies naar voorspellende studies, gebaseerd op grondige kennis van processen.

Tropische bossen bedekken zo’n 7 procent van het aardoppervlak, maar bevatten 25 procent van de wereldwijde koolstofvoorraad en zijn goed voor meer dan 30 procent van de primaire productie. “Daarom zijn deze bossen ongelooflijk bepalend voor het CO2-gehalte in de atmosfeer, en dus voor het beheersen van de klimaatverandering,” zegt Pieter Zuidema. “En terwijl bossen invloed hebben op het klimaat, hebben veranderingen in het klimaat invloed op de dynamiek van bossen en de groei van bomen. Het begrijpen van deze mechanismen is dus uitermate belangrijk. En daar zit een behoorlijke lacune in onze kennis. We weten niet wat de precieze oorzaken zijn van veranderingen die we in de bosdynamiek  waarnemen, en we begrijpen nog maar weinig van de reacties van bomen en bossen op klimatologische veranderingen.” 

Andere aanpak

Pieter Zuidema pleit daarom met vijf collega’s van de leerstoelgroep Bosecologie en Bosbeheer en een van de universiteit van Melbourne voor een andere aanpak van het onderzoek naar de effecten van klimaatverandering op de zo belangrijke tropische bossen: “Er is veel beschrijvend onderzoek gedaan naar de hoeveelheid biomassa in tropische bossen en hoe die de afgelopen decennia is veranderd. Gevonden veranderingen in biomassa zijn toegeschreven aan het mogelijk stimulerende effect van CO2 op de fotosynthese, of de remmende werking van opwarming op de ademhaling van planten. Maar eigenlijk kunnen we die link nog niet leggen, omdat we veel te weinig over de mechanismen weten. En dat is zorgelijk, want modellen die voorspellingen doen over de toekomst van tropische bossen zijn nu gebaseerd op gebrekkige kennis. We stellen dan ook dat er in het onderzoek wereldwijd meer gebruik moet worden gemaakt van jaarringanalyses, isotopenonderzoek, modellen en grootschalige experimenten.”  

Ringen, isotopen en modellen

De auteurs passen die aanpak met een European Research Grant nu toe in een project in Bolivia, Kameroen en Thailand: “We hebben in die landen isotopenbepalingen gedaan aan zo’n 1200 bomen om te bekijken of ze hebben geprofiteerd van het verhoogde CO2-gehalte in de atmosfeer. Meer CO2 betekent dat bomen efficiënter met water kunnen omgaan en misschien ook harder gaan groeien. Met jaarringen kunnen we bepalen of de groei sinds het begin van de Industriële Revolutie is veranderd. En om de reacties van bomen op klimaatverandering ook echt te begrijpen hebben we modellen voor boomgroei opgesteld.” We hebben echter niet al onze eigen aanbevelingen opgevolgd, zegt Pieter Zuidema: “Grootschalige experimenten zijn heel hard nodig om het effect van opwarming en CO2-verrijking onomstotelijk vast te stellen, maar ze zijn vreselijk duur en logistiek veeleisend. En wij hebben onze handen voorlopig vol aan ringen, isotopen en modellen.”