Project

Atmosferische depositie

Door veehouderij en verkeer wordt veel ammoniak en stikstofoxiden in de atmosfeer gebracht. Via regen of in droge toestand komt deze luchtverontreiniging vroeger of later weer op de grond, en kan dan de natuur zeer ongunstig beïnvloeden.

In het algemeen leidt stikstofdepositie tot verzuring van de bodem en verrijking met voedingsstoffen. Met behulp van modellen is de kritische depositie berekend per vegetatietype, dit is de maximale hoeveelheid stikstof die zo'n type kan verdragen. Natuurgebieden herbergen vaak veel soorten die aangepast zijn aan voedselarme omstandigheden en langzaam groeien. Als door depositie de voedselrijkdom toeneemt worden die soorten verdrongen door een klein aantal snel groeiende soorten:   'verruiging', 'vergrassing', 'verstruiking' etc genoemd. De hoeveelheid 'stikstof' (mix van zuur, ammoniak en stikstofoxiden) die kan worden verdragen zonder dat gevoelige soorten verdwijnen (de kritische depositie), verschilt per ecosysteem. Door de modelberekeningen te combineren met schattingen uit empirisch onderzoek is ook de kritische depositie per Habitattype af te leiden. De ervaring met zowel de modelmatige als de empirische benadering, en de mogelijkheid op Wageningen Environmental Research (Alterra) om fijnschalige depositiekaarten te maken, stelt ons in staat om gedetailleerde voorspellingen te doen van de gevolgen van depositie voor natuurgebieden, bijvoorbeeld bij:

  • uitbreiding of verplaatsing van veehouderijbedrijven
  • aanleg van wegen of veranderingen in de verkeersintensiteit
  • uitbreiding of vestiging van industriele bedrijven die stikstofoxiden emitteren
  • aanleg van industrieterreinen

In een concrete situatie kan Wageningen Environmental Research (Alterra) bepalen in hoeverre de negatieve gevolgen van stikstofdepositie gecompenseerd kan worden door extra maatregelen, bij voorbeeld op het gebied van de waterhuishouding.