Nieuws

Bedrijfsgrootte en bedrijfstype: nieuwe informatie beschikbaar

Gepubliceerd op
17 juli 2015

LEI heeft een nota opgesteld waarin de uitgangspunten en methoden van de NSO-typering van landbouwbedrijven in Nederland worden beschreven die voor 2015 van toepassing zijn. Daarnaast biedt het LEI ook een rekenmodule aan voor algemeen gebruik. Door aantallen dieren en hectares gewassen in te vullen, krijgt de agrarisch ondernemer inzicht in bedrijfsgrootte en bedrijfstype bij die gegevens. De rubrieken en normen voor de Landbouwtelling 2015 zijn nu in de rekenmodule beschikbaar.

LEI beheert samen met het CBS de typering van landbouwbedrijven in Nederland. Die typering heet de NSO-typering. Deze is gebaseerd op een vast rekenschema en maakt gebruikt van SO-normen (SO = Standaardopbrengst). Die normen zijn van toepassing op de dieren en gewassen die in de Landbouwtelling zijn opgenomen.

Standaard Verdiencapaciteit

In 2014 ontwikkelde het LEI een nieuw kengetal dat gekoppeld is aan de SO: de Standaard Verdiencapaciteit. Dat kengetal geeft beter dan de Standaardopbrengst inzicht in de omvang van een bedrijf gemeten in gestandaardiseerde toegevoegde waarde of potentiƫle arbeidsbehoefte. De achtergronden van dat kengetal zijn opgenomen in de bovengenoemde nota. Op Agrimatie is een artikel gepubliceerd waarin dit nieuwe kengetal is gebruikt. In 2014 kan met die SVC bijna 45% van de bedrijven als zeer klein worden aangeduid. Deze bedrijven realiseren slechts enkele procenten van de totale SVC die in de sector wordt behaald. De groep zeer grote bedrijven maakt ongeveer 6% uit van de totale groep bedrijven en realiseert 42% van de totale SVC.

Bedrijfstypen

Ook binnen bedrijfstypen is sprake van grote verschillen in belang voor de productie. Zo is bij akkerbouwbedrijven ongeveer 55% als zeer klein aan te duiden. Dat betekent dat er een resultaat wordt behaald dat, op basis van standaarden, onvoldoende is voor 1 arbeidsjaareenheid. Bij de melkveebedrijven valt 40% van de bedrijven in de categorie middelgrote bedrijven en 30% in grote of zeer grote bedrijven. Die laatste groep realiseert ongeveer 50% van de totale SVC in de melkveehouderij. Bij glastuinbouw valt ongeveer 45% in de groep zeer grote bedrijven.