Nieuws

Behandeling chronische ziekten meest gebaat met geneesmiddelen én gezonde voeding

Gepubliceerd op
19 april 2007

Ondanks verwoede pogingen is de farmaceutische industrie er de laatste jaren niet goed geslaagd om nieuwe medicijnen te ontwikkelen die helpen bij chronische ziekten. Veel van deze ziekten zijn een direct gevolg van een ongezonde leefstijl. Willen we hier echt iets aan doen dan moeten we vroegtijdig en via maatwerk ingrijpen waarbij de voeding een grote rol speelt. Dat zegt prof.dr. Renger Witkamp bij de aanvaarding op 19 april van het ambt van gewoon hoogleraar Voeding en farmacologie aan Wageningen Universiteit.

Het blijkt dat in Nederland in de top-10 van geneesmiddelen, waar het gaat om de kosten die daarmee gemoeid zijn, maar liefst zeven middelen, zoals cholesterol- en maagzuurremmers, voorkomen die min of meer een slechte leefstijl moeten compenseren. Voor het uitstel van het ontstaan van chronische ziekten als bijvoorbeeld diabetes type 2 is ingrijpen in de leefstijl net zo effectief gebleken als het gebruik van medicijnen, zegt prof Witkamp in zijn oratie Voeding en Pharma: twee geloven op één kussen…? Hij laat zien dat echte doorbraken op het gebied van beïnvloeding van het lichaamsgewicht met geneesmiddelen zijn uitgebleven. De huidige geneesmiddelen, inclusief het nieuwe rimonabant dat binnenkort in Nederland verschijnt, geven maar bij vijftig tot zestig procent van de gebruikers een gewichtvermindering van vijf tot tien procent. Met een dieet en goede begeleiding waren ze daar ook gekomen, merkt Witkamp op, terwijl de middelen zeker niet zonder vervelende bijwerkingen zijn.

Van afslankmiddelen moeten dan ook voorlopig geen wonderen worden verwacht. Ondanks de grote omzet daarin bij de farmaceutische en de voedingsmiddelenindustrie, wegen de voordelen voor de consument niet op tegen de nadelen. En bovendien houdt bijna niemand het vol die middelen lange tijd te slikken, meent hij.

'Chemische wandelstok'

Renger Witkamp vraagt zich af of het gezond houden van de bevolking kan worden overgelaten aan de farmaceutische industrie. Zo zet hij vraagtekens bij een zogeheten polypil – een pil bestaande uit meerdere geneesmiddelen - die de meeste mensen bij wijze van voorzorg vanaf hun 55ste jaar zouden moeten slikken. Gemiddeld genomen zou deze ‘chemische wandelstok’ leiden tot bijvoorbeeld minder hart- en vaatziekten en tot een toename van het aantal gezonde levensjaren. Maar hij vreest dat na invoering van zo’n pil de verhalen over uitzonderingen en bijwerkingen niet van de lucht zullen zijn.

Het grote probleem aldus Witkamp is dat aan de basis van chronische en zich langzaam ontwikkelende ziekten meerdere factoren liggen, waarbij meerdere aandoeningen en complicaties samenvallen en de variatie onder patiënten groot is. Het principe van de farmaceutische industrie van ‘one drug fits all’ blijkt niet zo effectief. Witkamp betoogt dat een therapie op maat waarbij ook gezonde leefstijl, waaronder gezonde voeding, wordt betrokken meer effect sorteert: “Wanneer, zoals bij veel chronische ziekten, het totale systeem als het ware langzaam ontspoort, dan is een klap met een hamer niet de beste oplossing. Dan moeten er meerdere boutjes en moertjes aangedraaid worden”.

Als grootste probleem voor patiënten, artsen, zorgverzekeraars én politiek ziet hij dat er vroegtijdig moet worden geïnvesteerd in gezondheidswinst die we voor het grootste deel pas tegen het eind van ons leven krijgen uitgekeerd, aldus prof. Witkamp. In het voedingsonderzoek is van groot belang om er zo vroeg mogelijk achter te komen dat er iets mis gaat en wat er aan te doen is. Maar, complicaties als gevolg van bijvoorbeeld overgewicht doen zich pas voor op latere leeftijd. Dat is ook het probleem voor de betrokken consument of patiënt zelf en zijn motivatie. Voor mensen die zich nu gezond voelen zijn vroegtijdige maatregelen lastig langdurig vol te houden. Overigens lijkt het niet uit te maken of zij dit met voeding of pillen doen. In beide gevallen wordt de groep uitvallers na verloop van tijd steeds groter.