Nieuws

Beheersing ganzenstand vergt blijvend forse inspanning

Gepubliceerd op
21 juni 2013

De omvang van de broedpopulatie grauwe ganzen in ons land, nu circa 300.000, wordt als te groot ervaren vanwege de toenemende landbouwschade. Die zou moeten worden teruggebracht tot circa 100.000. Om dat te bereiken moeten de komende vijf jaar in totaal zo’n 380.000 dieren worden gedood. Dat blijkt uit berekeningen van Alterra.

De ganzenproblematiek wordt besproken in de G7, het overleg waarin een groot aantal organisaties is vertegenwoordigd, waaronder Natuurmonumenten, LTO, de Vogelbescherming, agrarische natuurorganisaties en Staatsbosbeheer. Dit overleg heeft zich tot doel gesteld om in vijf jaar tijd de landbouwschade van ganzen terug te brengen tot het niveau van 2005 door het planmatig reduceren van de populatie. Binnen dit overleg is men het er over eens dat dat voor de grauwe gans neerkomt op een stand van ca. 100.000 exemplaren. Dat betekent dat het surplus moet worden verwijderd. Alterra heeft met behulp van een populatiemodel inzichtelijk gemaakt welke aantallen dan aan de huidige populatie onttrokken zouden moeten worden, rekening houdend met de natuurlijke jaarlijkse aanwas.

ganzenrapport.JPG

Zonder aantalsregulatie groeit de populatie grauwe ganzen in ons land naar verwachting door tot bijna 3 miljoen ganzen. Om met zomeronttrekking (afschieten in de zomer) binnen één jaar van de huidige 300.000 naar 100.000 ganzen te komen, moeten 280.000 ganzen worden gedood. Hier zitten veel jonge ganzen bij uit dat betreffende broedseizoen. Om het doel van de G7 binnen de afgesproken vijf jaar te bereiken, bedraagt het aantal te onttrekken ganzen circa 380.000.

Modelberekeningen

Als het aantal van 100.000 is bereikt, zijn daarna forse inspanningen nodig om dat te handhaven. Modelberekeningen geven aan dat zowel het onklaar maken van eieren, zomeronttrekking en het jaarrond onttrekken tot verlaging van de populatiegroei kunnen leiden. Eieren onklaar maken als enige maatregel is echter niet realistisch omdat dan een zeer groot deel van de nesten gevonden moet worden. Jaarlijks zouden 124.000 eieren onklaar moeten worden gemaakt. Bij onttrekking in de zomerperiode gaat het om 25.000 ganzen. Bij jaarrond onttrekking gaat het om 37.000 ganzen per jaar. Dit laatste aantal is groter omdat in de winterperiode onvermijdelijk ook uit het buitenland afkomstige trekkende ganzen geschoten moeten worden.

Regionaal maatwerk

De modelberekeningen wijzen uit dat regionaal maatwerk perspectieven lijkt te bieden voor het beheersen van broedende populaties op lokaal niveau (bijvoorbeeld rond Schiphol), ook als de populatie in de rest van het land omvangrijk is. Dit komt omdat slechts een beperkt deel van de ganzen zich buiten het eigen broedgebied vestigt. Voortdurend aantalsonderhoud is dan wel noodzakelijk, om nieuwvestiging te voorkomen.