Nieuws

Behoud van weidevogels niet te combineren met grote aantallen brandganzen en kleine mantelmeeuwen

Gepubliceerd op
8 mei 2012

Grote aantallen (brand)ganzen en kleine mantelmeeuwen hebben indirect een negatief effect op de weidevogelpopulaties in het Wormer- en Jisperveld. Daarom gaan deze soorten niet samen met een duurzaam behoud van weidevogels.

Dit stellen onderzoekers van Alterra in het rapport Brandganzen en Kleine Mantelmeeuwen in het Wormer- en Jisperveld. Effecten op weidevogels (Alterra rapport 2293).

Achterstallig beheer

Tussen 2009 en 2011 onderzochten de Alterra onderzoekers het verband tussen het voorkomen en vestigen van weidevogels enerzijds en de aanwezigheid van brandganzen en kleine mantelmeeuwen anderzijds. In eerste instantie konden ze geen directe relatie ontdekken tussen de aanwezigheid van ganzen en meeuwen op weidevogels in het gebied. Maar boeren, die in het natuurgebied het beheer uitvoeren, dreigen af te haken omdat de ganzen vrijwel geen gras meer voor de koeien overlaten. Beheer van de weidevogelgraslanden door Natuurmonumenten zelf is in het verleden al te duur gebleken en heeft in delen van het gebied tot verruiging geleid. Beide zaken vormen een bedreiging voor duurzaam behoud van weidevogels in het gebied.

Predator

Kleine mantelmeeuwen bleken ook het aantal weidevogels negatief te beïnvloeden. Deze meeuwensoort is een belangrijke predator van weidevogelkuikens. Grote aantallen meeuwen hebben zo een nadelig effect op het broedsucces van weidevogels, en dus op termijn op de weidevogelpopulatie.
Om weidevogels duurzaam in het onderzoeksgebied te behouden pleiten de onderzoekers in hun eindconclusie voor een integrale aanpak van de Brandganzen, de Kleine mantelmeeuwen en  het achterstallig beheer, waardoor de verruiging van de vegetatie geen kans krijgt.

Contact: David Kleijn

david.kleijn@wur.nl

Download:

┬╗ Alterra rapport Brandganzen en Kleine Mantelmeeuwen in het Wormer- en Jisperveld. Effecten op weidevogels