Toedienen dierlijke mest op grasland

Nieuws

Bemesten na het maaien? Houd rekening met nawerking dierlijke mest

Gepubliceerd op
3 juni 2013

Door het organische materiaal in dierlijke mest komt een groot deel van de stikstof (N) langzaam beschikbaar en is het werkzaam voor meerdere sneden.

Voor de tweede snede betekent dat al snel 10-15 kg zuivere N uit de mest die in het voorjaar op het land is gekomen. Nu de temperatuur weer wat hoger wordt en er voldoende vocht is, mag u deze nawerking zeker verwachten. Bij een beweiding in de tweede snede is nog maar een beperkte hoeveelheid N nodig. Drijfmest èn kunstmest na het maaien is eigenlijk altijd te royaal (zie: vakmail weideman) . Kies in dat geval kunstmest óf dierlijke mest.

Voorbeelden van stikstof bemestingsadviezen

Werkzame kg N (per m3) en per snede uit dierlijke rundermest op grasland toegediend met behulp van zodebemester:
Snede na toediening 1 2 3 4 Totaal
30 m3 voor 1e snede (1.3) 39 (0.4) 12 (0.2) 6 (0.2) 6 (2.1) 63
20 m3 na 1e snede (1) 20 (0.6) 12 (0.3) 6 (0.2) 4 (2.1) 42



Jaargift 275 kg N
kg N / Snede 1 2 3 4 5 6 7
Weiden 40 40 20 15
Maaien 100 40
30 m3 39 12 6 6
20 m3 20 12 6 4
-- m3
KM - N gift 61 28 34 14 8 9 -
Kas 145 100 125 50 30? 30?

Zie voor uitgebreide tabellen en meer voorbeelden www.bemestingsadvies.nl

Meer informatie bij Bert Philipsen of Jantine van Middelkoop

logo-bemestingsadvies-regel.gif

De Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen is een initiatief van LTO-Nederland. Het Productschap Zuivel financiert de activiteiten van de commissie. De commissie draagt er zorg voor dat er een onafhankelijk bemestingsadvies voor iedereen beschikbaar is.