Project

Bestrijding met bacteriofagen (ESBL / Campylobacter)

Faagtherapie is een techniek waarbij virussen (bacteriofagen of fagen genoemd) gericht ongewenste bacteriën kunnen doden, maar vanwege de specificiteit geen andere (bijvoorbeeld darmflora) bacteriën doden.

Doelstelling

In eerdere studies (binnen en buiten ASG) is gebleken dat faagtherapie potentieel een (kostenefficiënte) interventiemethode voor Campylobacter in pluimvee en pluimveeproducten is. Ontbrekende basiskennis op het gebied van faag-selectie en resistentieontwikkeling hebben ertoe bijgedragen dat er tot op heden nog geen product op de markt gekomen is. In dit project zal getracht worden om hierin meer inzicht te krijgen ter ondersteuning van het toegepaste onderzoek. Tevens zal  de reeds ontwikkelde expertise gebruikt worden om te onderzoeken of decontaminatie van ESBL’s van kippenvlees-(producten) mogelijk is.

Aanpak en tijdspad

Een in vivo kippen pen-trial met 400 dieren is uitgevoerd, waarbij twee verschillende doses campylobacter van een faagcocktail werden getest en werd eenmalige toediening (dag 35) vergeleken met dagelijkse toediening (dag 35 tot en met 42) om Campylobacter te verminderen. Een groep dieren is proefondervindelijk geïnfecteerd met een gevoelige Campylobacter-stam terwijl een andere groep dieren op natuurlijke wijze werd geïnfecteerd. Er is echter geen vermindering van Campylobater waargenomen. Deze waarneming is in overeenstemming met de CamCon partner die parallel aan dit onderzoek twee in vivo proeven heeft uitgevoerd bij twee pluimveebedrijven bestaande uit 10.000 dieren. Toekomstige gezamelijke inspanningen in dit project zullen zich richten op deze waargenomen inactivatie van fagen in de gastheer.

Resultaten

Om de rol van profagen in de verspreiding van virulentie van de veeteelt en van menselijke coli-stammen te bestuderen, is een bepaling vastgesteld die de detectie van geforceerde uitscheiding van profagen na stimulatie met mitomycine mogelijk maakt. Meerdere coli-stammen afkomstig van runderen, pluimvee, varkens en mensen zijn onderzocht en in 50% van de stammen werden profagen gevonden. Voor verdere karakterisering van de profagen was het nodig om de profagen te verspreide door natuurlijke amplificatie. Dit is echter zeer omslachtig. Slechts een paar profagen zijn tot nu toe geisoleerd voor verdere sequentiebepaling, maar dit aantal zal worden uitgebreid in het vervolg van dit project waardoor genoemde inventarisatie van de rol van profagen in virulentie mogelijk wordt.

Publicaties