Groot cluster 'blackworms'

Nieuws

'Blackworm' als alternatieve voeding voor kweekvissen

Gepubliceerd op
10 september 2013

Marine bioloog Bob Laarhoven is verbonden aan de afdeling Agrotechnologie en Voedingswetenschappen van Wageningen University. Zijn promotieonderzoek richt zich op de kweek van wormen als alternatief voedsel voor kweekvis.

Omdat wilde vis steeds schaarser wordt, is er steeds meer vraag naar kweekvissen. Een probleem is echter dat de voeding van kweekvissen op dit moment bestaat uit vismeel dat gemaakt wordt van vis. Laarhoven doet al bijna drie jaar onderzoek naar een kweekworm die groeit op basis van plantaardig materiaal. Het doel van zijn onderzoek is om erachter te komen wat de optimale omstandigheden zijn om grote hoeveelheden wormen te produceren.

Als we de wormen in bulk kunnen kweken, kunnen ze werkelijk als alternatieve voedselbron voor kweekvissen dienen.
drs. Bob Laarhoven

Plantaardig materiaal

De wormen die in dit onderzoek centraal staan, heten in het Nederlands Broze Slibworm, maar die naam wordt nauwelijks gebruikt. Veel gangbaarder is het Engelse ‘blackworm’. Deze wormen zetten laagwaardige stoffen om in hoogwaardig voedsel, zoals eiwitten, suikers en vetten. Hun voeding bestaat uit plantaardig afval. Ze worden gemiddeld 6 cm lang en wegen tussen de 6 tot 10 milligram. Ze planten zich voort door zich voortdurend in tweeën te splitsen. Omdat elke worm een oud en nieuw gedeelte bevat, is het niet mogelijk om vast te stellen hoe oud ze zijn.

Dit onderzoek richt zich, in tegenstelling tot eerder gedaan wormenonderzoek, op de valorisatie van uitsluitend schone afvalstromen uit de voedselindustrie. Er zijn vele afvalstromen te bedenken die vol zitten met zeer geschikte voeding voor deze worm. Denk bijvoorbeeld aan de schilletjes en klokhuizen in de appelmoesfabriek of het tarwegoedje dat overblijft na het stoken van alcohol.

Wormenreactor

Voor dit onderzoek heeft Laarhoven een reactor ontwikkeld met daarin een verticale zeefdoek in de vorm van een rol. De wormen steken hun kop naar binnen en doen zich te goed aan een constante voedselstroom. Op deze manier hoopt Laarhoven erachter te komen wat de beste omstandigheden zijn om deze worm te kweken voor massaproductie. Daarnaast wordt ook gekeken naar de kostenbesparing op de afvalstromen die de wormen opleveren, aangezien de hoeveelheden die ze kunnen verwerken enorm zijn. Ze eten echter niet meer dan ze nodig hebben.

Binnen een jaar zal er voor een grootschalige test een grotere wormenreactor gebouwd en in gebruik worden genomen. Laarhoven doet dit onderzoek in samenwerking met het watertechnologie-instituut Wetsus uit Leeuwarden. Het onderzoek loopt tot december 2014.

Gerelateerde publicaties