Bloemen

Project

Bodemgezondheid in de sierteeltsector bevorderen

In de bollenteelt, boomkwekerij, vaste plantenteelt en zomerbloementeelt spelen diverse problemen met bodemgebonden ziekten. Voorbeelden zijn de schimmelziekten Verticillium, Fusarium, Rhizoctonia, Pythium en Plasmopora halstedii. Ook plantpathogene aaltjes en bodeminsecten als emelten en engerlingen veroorzaken problemen in een aantal teelten. Bovendien is het vaak moeilijk om wortelonkruiden goed te bestrijden. In de sierteeltsector leven dan ook veel vragen over de beheersing van bodemziekten en plagen door het beter benutten van de bodemweerbaarheid.

Beoogd doel is het ontwikkelen van een gedegen basis voor een breed inzetbare strategie om de bodemgezondheid in de sierteeltsector te bevorderen. Deze strategie is gebaseerd op effectieve, specifieke en breedwerkende maatregelen die moeten leiden tot minder schade door bodemgebonden ziekten, plagen en onkruiden in de sierteeltsector. Dit project draagt zo bij aan beleid om een duurzaam bodembeheer in Nederland te realiseren en tot een gezonde en duurzaam producerende sierteeltsector te komen. 

Er is behoefte aan concrete en effectieve maatregelen waarvan bekend is wat de effecten zijn op verschillende bodemziekten, plagen en onkruiden. Deze maatregelen moeten wel binnen het handelingsperspectief van de teler passen als het gaat om duurzaam bodembeheer. In dit project wordt zowel aandacht besteed aan de effectiviteit van de maatregelen als aan het inpassen van deze maatregelen in de gewenste strategie. 

Resultaten

In 2014, aan het eind van het project, is een strategie uitgewerkt voor het duurzaam beheersen van bodemgebonden ziekten en plagen. De resultaten uit dit project zijn daar onderdeel van. In deze strategie treffen telers de meest effectieve en praktisch toepasbare maatregelen aan voor de sierteelt op duinzandgrond.

Werkwijze

In 2010 is een veldproef ingezet voor het testen van relevante maatregelen die specifiek bodemgebonden ziekteproblemen bestrijden en de bodemweerbaarheid op duinzandgronden kunnen verbeteren. Aangezien er een aantal maatregelen zijn ingezet waarvan bekend is dat deze op dekzandgronden met een hoog organisch stof gehalte langdurig effecten hebben op de bodemweerbaarheid, wil de projectgroep dit ook vaststellen voor de duinzandgronden. Dit kan consequenties hebben voor de economische rentabiliteit van de toegepaste maatregelen op verschillende grondsoorten.

Tot in 2014 is er behoefte aan de monitoring van effecten op gewasgroei en aaltjes en aan het vaststellen van bodemfysische, bodemchemische en bodembiologische parameters, waaronder plantpathogene- en milieuaaltjes.  

De resultaten worden besproken met telers, onderzoekers, Blgg en andere betrokken partijen. Daarnaast wordt gecommuniceerd over de bevindingen via verschillende kanalen: website, vakbladartikelen, lezingen, toelichtingen op open dagen met posters bij veldproeven.

Publicaties