Project

Boeren weerbaarder bij klimaatveranderingen

De voedselzekerheid in ontwikkelingslanden verbeteren door boeren weerbaarder te maken tegen de invloeden van klimaatveranderingen. Dat is het doel van Community Climate Change Resource, een project van het Centrum vort Genetische Bronnen Nederland (CGN), het Centrum voor Gewassysteemanalyse en de leerstoelgroep Technologie en agrarische ontwikkeling Wageningse wetenschappers werken hierbij samen met lokale partners in Ethiopië, Zimbabwe en Indonesië.

Het klimaat verandert, vooral in veel ontwikkelingslanden. Het weer wordt grilliger; in sommige gebieden valt er meer neerslag, in andere juist minder. Voor de lokale landbouw levert dit problemen op. Om te zorgen dat de boeren beter opgewassen zijn tegen de klimaatinvloeden, voeren het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), het Centrum voor Gewassysteemanalyse (CWE) en de leerstoelgroep Technologie en agrarische ontwikkeling (TAO) het project Community Climate Change Response (CCCR) uit. Hierbij krijgen boeren in Ethiopië, Zimbabwe en Indonesië de mogelijkheid om ander plantaardig uitgangsmateriaal (zaden) te testen, en leren ze nieuwe manieren om hun eigen voedselproductie aan te pakken.

Aanpak
Centraal bij het project CCCR staan de Farmer Field Schools. In deze ‘school’ krijgen circa 30 boeren uit een aantal dorpen gedurende één seizoen begeleiding bij het zoeken naar de juiste gewassen en de juiste rassen die ze willen verbouwen. De lokale partners van Wageningen UR stellen uitgangsmateriaal beschikbaar dat afkomstig is uit de tropen zelf, zodat de kans van slagen groot is. De boeren leren hoe ze de meest geschikte rassen kunnen selecteren en hoe ze verschillende rassen kunnen kruisen. Bij de Farmer Field Schools leren boeren vooral van elkaar. Voor de begeleiding zorgen de lokale partners van de Wageningse organisaties CGN, CWE en TAO, en daarnaast ook voorlichtingsdiensten, nationale veredelingsinstituten of vertegenwoordigers uit de industrie.

Verspreid
In Ethiopië is het project CCCR in drie verschillende gebieden actief, in Zimbabwe in vier en in Indonesië eveneens in vier. Bij de keuze van de projectgebieden is bewust gekozen voor verschillende omstandigheden:

  • Droog of nat klimaat
  • Wel of niet geïrrigeerd
  • Wel of niet gemoderniseerde landbouw.

Op deze manier kunnen de effecten van CCCR onder verschillende omstandigheden worden bestudeerd.

Wetenschappelijke inbreng
De inbreng van CGN, CWE en TAO bij dit project is vooral het uitwerken van het concept, het leveren van de technische en sociaalwetenschappelijke achtergrondkennis, de begeleiding van de partnerorganisaties en de wetenschappelijke evaluatie aan het eind van het project.
In alle deelnemende landen is het animo onder de boeren voor dit project groot. Bert Visser, directeur CGN en projectleider van CCCR, vertelt: “Deelname is vrijwillig, dus de boeren die meedoen zien echt de meerwaarde van dit project. Ze hebben er direct baat bij. Zo gebruiken boeren van een school in Ethiopië sinds kort hun eigen maïsrassen. Die groeien beter en bovendien zijn het open bestuivers, die ze zelf kunnen vermeerderen. Hierdoor hoeven ze geen hybride rassen meer in te kopen, en zijn ze dus onafhankelijker geworden.” De eindevaluatie van CCCR wordt in 2013 verwacht.